Het doel heiligt de instrumenten

De Sovjet-Unie is een Europese mogendheid, de Verenigde Staten zijn een mogendheid die in Europa een vaste plaats heeft verworven. Hoewel het grootste deel van haar grondgebied in Azie ligt behoort de Sovjet-Unie tot Europa. Ook als zij het niet zou willen beinvloedt zij met haar aanwezigheid de ontwikkelingen op het continent. De VS zijn in de jaren veertig min of meer ondanks zichzelf bij de oorlogvoering in Europa betrokken geraakt. Hun functie daarna als macht die het voortbestaan van het niet-communistische deel verzekerde, was nooit een vanzelfsprekendheid. Een reeks van Atlantische beslissingen in de afgelopen veertig jaar was te herleiden tot Europese onzekerheid over de duurzaamheid van de Amerikaanse loyaliteit. In de Europese reactie op de betekenis van de Pacific voor Amerika klinkt steeds een ondertoon van jaloezie.

In historisch perspectief gezien was het daarom merkwaardig dat het pleidooi van de Amerikaanse minister Baker, afgelopen december in Berlijn gehouden, om de VS daadwerkelijk een Europese mogendheid te laten 'zijn en blijven' aanvankelijk betrekkelijk lauw werd beantwoord. De beheersing van het vraagstuk van de gezamenlijke veiligheid was jarenlang de rechtvaardiging van het Atlantische bondgenootschap geweest en daarmee van de stationering van sterke Amerikaanse strijdkrachten in en rondom West-Europa.

Met de veranderingen in Oost-Europa en in de Sovjet-Unie komt de militaire verbondenheid van de Atlantische landen, althans de feitelijke verwerkelijking daarvan, ter discussie te staan. Tegelijkertijd blijkt dat de politieke en economische betrekkingen in aantal, intensiteit en betekenis zijn toegenomen. De nieuwe situatie verlangt een nieuwe structuur waarin de alliantie tot uitdrukking kan worden gebracht. Vandaar Bakers voorstel.

Inmiddels is er een uitwerking gegeven aan het Amerikaanse plan. Begin mei had Baker in Brussel een ontmoeting met de Raad van Ministers van buitenlandse zaken van de Europese Gemeenschap en de voorzitter van de Europese Commissie, Delors. Zoals de Ierse voorzitter van de Raad achteraf onderstreepte was het hier gegaan om een historische bijeenkomst waarmee een begin was gemaakt met een nieuwe en innige samenwerking tussen de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap. Die samenwerking zal tot uitdrukking komen in halfjaarlijkse ontmoetingen van de Amerikaanse president en de voorzitter van de Europese Raad en halfjaarlijkse conferenties van de ministers van buitenlandse zaken van de VS en de Twaalf. Ook de betrekkingen tussen de Commissie en de regering in Washington zullen worden geintensiveerd.

In Europa Archiv spreekt de Frankfurter politicoloog Ernst-Otto Czempiel van een wederzijdse afhankelijkheid, van een Atlantische interdependentie die de basis vormt voor Amerika's en Europa's economische positie in de wereld. Volgens hem zijn beide economieen al zover met elkaar vervlochten, geintegreerd, dat men nauwelijks meer van gescheiden markten kan spreken. Op het terrein van de economische betrekkingen is symmetrie ontstaan - maar, zegt Czempiel, op het politieke en militaire vlak is die nog ver te zoeken. Daar ontmoeten de VS niet een naar grootte gelijkwaardige, integrerende Gemeenschap maar een geschakeerde verzameling grotere en kleinere staten.

De les moet duidelijk zijn. Indien Europa erin slaagt op alle vlakken van de Atlantische verhoudingen met een stem te spreken, zal het wezenlijke gelijkwaardigheid bereiken en zullen de VS en Europa het volwassen partnership kunnen aangaan waarnaar al in de dagen van president Kennedy reikhalzend werd uitgekeken.

Twee pilaren, een Amerikaanse en een Europese, dienen in deze voorstelling het gezamenlijke Atlantische dak te dragen. Czempiel ziet uitstekend bouwmateriaal in de suggestie van de secretaris-generaal van de Westeuropese Unie, Willem van Eekelen, om de WEU te laten dienen als Europa's politieke en militaire verzamelpunt. Nog niet zo lang geleden zijn Spanje en Portugal tot de Unie toegetreden zodat al negen van de twaalf leden van de Gemeenschap elkaar in dit verbond hebben gevonden. Volgens de Duitse hoogleraar is geografische volledigheid niet noodzakelijk om van het initiatief een succes te maken: de landen die er toe doen, behoren tot de Unie.

Maar Baker had in zijn Berlijnse rede een nuance aangebracht in het traditionele Amerikaanse standpunt die de WEU op achterstand zet. De bewindman wekte immers bij die gelegenheid de indruk dat de Amerikanen niet meer zoals voorheen tegenover een (bijvoorbeeld mede in de WEU) verenigd Europa wilden plaatsnemen, maar zich het recht voorbehielden als Europese mogendheid aan de Europese tafel aan te schikken. Niet in de rol van een vriend op bezoek, maar als lid van de familie.

Tegen die achtergrond is het logisch dat Washington daartoe een Europese instelling verkoos die niet alleen naar geografie, economie en inwonertal de sterkste en belangrijkste vertegenwoordiging van ons werelddeel vormt, maar die ook het verst is gevorderd op de weg naar bestuurlijke en economische integratie: de Europese Gemeenschap. De Gemeenschap ontbeert weliswaar de zeggenschap over essentiele delen van de Atlantische samenwerking, voorop het militaire, maar in Washington kan men met die handicap blijkbaar leven.

Binnen een half jaar bevorderde de Amerikaanse regering twee keer een opwaardering van de Europese Gemeenschap: de afgelopen zomer koos zij de Gemeenschap uit als coordinator van de economische hulpverlening aan Oost-Europa, in de daaropvolgende winter vroeg en kreeg zij het ja-woord van de Twaalf voor een duurzame relatie waaruit nog veel moois kan groeien. Een voorbeeld van 'Yankee Practicality' noemde de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, William H. Taft IV, dit concept van nieuwe Atlantische samenwerking.

Dat de Gemeenschap een lid telt, Ierland, dat niet tot de NAVO behoort, dat een paar Europese NAVO-leden niet tot de Gemeenschap zijn toegetreden en dat er een ondanks zijn aanvraag niet wordt toegelaten, zijn Europese specificaties waarmee de Amerikanen genoegen nemen. Ook dat Canada buiten staat, doet niet terzake.

Zou het feit dat de DDR straks betrekkelijk moeiteloos in de EG zal opgaan, terwijl de verhouding tussen het Oosten van Duitsland en de NAVO nog wel even gecompliceerd zal blijven, met de nieuw ingeslagen weg te maken hebben? Evenzo dat Frankrijk van de EG, anders dan van de NAVO, een volwaardig lid is? Als we Bakers Berlijnse rede als richtsnoer nemen is er geen sprake van contradicties. Hij sprak van een nieuwe architectuur voor een nieuw Europees tijdsgewricht. Die architectuur moet wel plaats blijven bieden aan oude fundamenten en structuren die hun bestaansrecht behouden, zoals de NAVO. De bouw van instellingen - zoals de EG - moet worden bevorderd. Deze kunnen ertoe bijdragen de samenwerking van het Westen nog inniger te maken en tegelijkertijd de deur naar het Oosten openhouden. Ook moet de nieuwe architectuur het raamwerk verschaffen - zoals het proces in de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa - waarbinnen de deling van Europa kan worden overwonnen en de Atlantische Oceaan overbrugd.

De hier samengevatte passage valt op door een onmogelijke aaneenschakeling van beelden. Gorbatsjovs 'Europese huis' wint het in dat opzicht gemakkelijk van Bakers Europese 'architectuur'. Maar de bedoeling van de Amerikaan kon alleen maar zijn dat er geen strijd mag ontstaan over de aan te wenden middelen. Alle instrumenten zijn bruikbaar zolang zij de gestelde doelen dienen. Daarmee kan men het eens zijn.

    • Commentator Nrc Handelsblad
    • J.H. Sampiemon