Gevoeligheden

Wetsvoorstellen tot gemeentelijke herindeling mogen zich doorgaans verheugen in een ruime publieke belangstelling - begrijpelijk, want er plegen heel wat plaatselijke gevoeligheden en belangen bij zulke voorstellen in het geding te zijn. Zo waren ook gisteren de tribunes in de Tweede Kamer vol, toen de door staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) voorgestelde herindeling van het noordoosten en het midden van de provincie Zuid-Holland plenair werd behandeld. Als het wetsvoorstel ongewijzigd wordt aanvaard daalt het aantal gemeenten in het betrokken gebied van elf tot vier.

De oude discussie over de wenselijkheid van streeksgewijze herindelingen ('grootschaligheid') dan wel een beperkte benadering ('knelpuntenbeleid') was ook gisteren weer te horen. Afgezien van de vraag wat het lot zal zijn van gemeenten als Woubrugge, Ter Aar, Moerkapelle of hoe zij ook mogen heten, interessant was gisteren vooral de houding van de CDA-fractie, tot dusverre geporteerd voor kleinschaligheid, maar sinds kort gebonden aan een regeerakkoord met de PvdA, voorstander (samen met de VVD) van grootschalige oplossingen.

De positie van het lid Van der Heijden (CDA) was gisteren niet benijdenswaardig; hij moest zich in vele bochten wringen. Misschien moeten wij na de stemming over het aanhangige wetsvoorstel de conclusie trekken dat de PvdA wat gemeentelijke herindelingen aangaat het CDA goed in de tang heeft, om met de VVD-er Franssen te spreken. Gaat de CDA-fractie inderdaad overstag dan heeft zij nauwelijks nog een been om op te staan als zij doorgaat met kritiek op het in de afgelopen jaren gevoerde herindelingsbeleid als zodanig. Ook de GPV-er Schutte bracht - soms tot hilariteit van de toehoorders - de CDA-woordvoerder met diens merkwaardige verhaal over boetedoening en achterhoedegevechten gisteren enige malen in het nauw.

Intussen is het de vraag of er tot dusverre niet te veel nationale tijd verloren is gegaan met eindeloze Kamerdebatten over herindeling van gemeenten, waarvan de meeste Nederlanders vermoedelijk nog nooit hebben gehoord. Maar ja, de grondwet eist in deze gevallen nu eenmaal een regeling bij wet, dus met medewerking van de Staten-Generaal.