Franse politici kunnen racisme intomen

MANTES-LA-JOLIE, 17 mei - Met de dood bedreigd werd Paul Ricard, burgemeester van Mantes-la-Jolie, toen hij tien jaar geleden de moslims van zijn gemeente toestemming gaf een moskee te bouwen. 'Het is de noblesse van dit ambt door te zetten wat men goed politiek beleid acht', stelt de socialistische burgemeester (46) in zijn werkkamer, die werkelijk barstens vol leren fauteuils staat, als om aan te geven dat hij een man van ontvangst en dialoog is. Zijn vrienden waarschuwden hem dat hij de verkiezingen zou verliezen en dat een excuus voor afwijzing van de moskee gemakkelijk te vinden was. Bijvoorbeeld dat het terrein niet beschikbaar was of de minaret te hoog. Ricard zette door, hij won een jaar later de verkiezingen als lid van de regionale raad en twee jaar later de gemeenteraadsverkiezingen. Moed loont dus ook in Frankrijk, waar veel burgemeesters wijken voor dreigementen en politieke druk. Marseille, een gemeente die wordt geteisterd door problemen met immigranten, moet zijn moskee nog bouwen. Idem dito Lyon. Met Parijs is Mantes-la-Jolie de enige plaats in Frankrijk die een heuse moskee bezit, terwijl Frankrijk drie miljoen moslims telt en de islam de tweede godsdienst van het land is.

Mantes-la-Jolie is een industriestadje op zestig kilometer van Parijs. Het plaatsje groeide tussen 1965 en 1975 van 15.000 naar 40.000 inwoners. Deze abrupte stijging werd vooral veroorzaakt door de import van gastarbeiders, die te werk werden gesteld in de naburige autofabrieken van Peugeot en Renault. Op deze toevloed van vreemdelingen had de toenmalige rechtse burgemeester slechts een antwoord: een zup bouwen. Een zup is een wijk vol noodflats, een 'zone a urbaniser en priorite'. Verder wist hij niets te bedenken en het klimaat tussen de Franse gemeenschap en de vreemdelingen, vooral Marokkanen, Algerijnen en Senegalezen, verslechterde zienderogen. De kiezers zijn blijkbaar tevreden met het totaal andere beleid van de socialistische Picard, die nu al dertien jaar het stadje bestuurt. Zijn kiezers zijn Fransen, omdat gastarbeiders, ook al wonen ze twintig jaar in Frankrijk, geen stemrecht hebben. Mantes-la-Jolie telt nu 45.000 inwoners, van wie 13.300 vreemdelingen, bijna een derde. Dat is zeer veel. Toch heerst er sociale vrede. Dat was een van de redenen waarom de Ligue des droits de l'homme in Parijs mij aanraadde er eens te gaan kijken, onder het motto 'het kan ook anders in Frankrijk'.

In tegenstelling tot president Mitterrand gelooft Picard niet in een 'drempel van tolerantie'.

Volgens Mitterrand zijn er teveel immigranten (4 a 4,5 miljoen) in Frankrijk en is de drempel overschreden. De burgemeester stelt: 'Het enige dat bestaat is een drempel van armoede, van misere, van desintegratie. Als die wordt overschreden, dan pas ontstaan de moeilijkheden'.

Picards bijdrage aan de strijd tegen het racisme bestaat uit dialoog en langzaam begrip kweken tussen beide gemeenschappen. Zo beklaagden de Fransen zich over het thuis slachten van schapen op een Marokkaanse feestdag. De burgemeester: 'De wet geldt voor iedereen, maar binnen de regels van de wet zijn vele oplossingen te bedenken'. Het gemeentelijk abattoir is nu dus open op zon- en feestdagen en heeft een Marokkaanse slager in dienst. De moslim-gemeente is uiteraard verguld met deze burgemeester. Mohamed Rochdie, voorzitter van de Frans-Marokkaanse Associatie, die beide gemeenschappen nader tot elkaar probeert te brengen, zegt: 'Zijn deur staat altijd voor ons open en hij luistert altijd naar onze ideeen.' De moskee was zo'n idee. De bouw is geheel betaald door de moslims zelf. Het terrein werd gevonden door de burgemeester. 'Bij elkaar kostte alles twee miljoen gulden', vertelt Driss Ichchou in zijn kantoortje met aan het plafond de kale gloeilamp, het kenmerk van kantoorruimtes in de derde wereld. Ichchou beheert de moskee en de schoolklassen die eraan verbonden zijn. Tegen het argument van veel Fransen dat een burger van een land niet twee loyaliteiten kan hebben, brengt hij in: 'Dat zeggen ze ook niet van de joden, die toch als goed geintegreerd worden beschouwd in de Franse samenleving'.

Zijn eigen geval vindt hij wel een voorbeeld van twee loyaliteiten. 'Ik ben 45 en wil eigenlijk terug naar Marokko, zoals de meeste oudere mensen. Maar onze kinderen zijn Frans en willen hier blijven. Ze hebben hun werk en vrienden hier en spreken goed Frans. Maar je kan toch zeker Fransman en islamiet zijn, zoals Fransman en jood, of Fransman en katholiek.' Ichchou houdt een pleidooi voor de bouw van meer moskeeen in Frankrijk. 'Er is behoefte aan waarden, aan religie. De moskee is een centrum van moraal. Hier in Mantes-la-Jolie bestaat criminaliteit onder gelovigen niet. Het drugsprobleem is bij ons onbekend.' Op de 13.000 immigranten zijn 2.000 mensen trouwe moskee-bezoekers. In de wijk Val-Fourre, waar de meeste vreemdelingen wonen, staan drie Noordfafrikaanse vrouwen te discussieren. Aan de moskee hebben ze geen boodschap, traditioneel zijn ze wel, want ze willen niet op de foto. Argument: hun mannen weten er niets van. Ze zeggen redelijk tevreden te zijn over hun verblijf in Frankrijk. Een woont er vijf jaar, een ander al vanaf haar kleutertijd. Vooral de laatste vrouw klaagt over het feit dat ze niet kan verhuizen. 'We leven hier als een groep Marokkanen en Algerijnen bij elkaar, maar ik wil onder Fransen wonen. Mijn kinderen willen met Franse kinderen spelen, Frans praten, zij zijn Fransen. Maar de burgemeester zegt dat verhuizen niet mogelijk is. Volgens mij wil hij de gemeenschappen gescheiden houden.' Burgemeester Picard pareert dat er ook zoiets bestaat als een nationaal woningbeleid. Sociale woningbouw is zeer ingewikkeld in Frankrijk, maar het resultaat is dat de staat via de prefect een percentage kan toewijzen, bedrijven als Renault en Peugeot eveneens en dat de gemeente slechts greep op een klein deel heeft. In Mantes op tien procent. 'Dat betekent dat Renault zijn mensen zet in zijn deel en niet let op behoefte, urgentie, grootte, enz.'

Picard heeft deze waanzin en bureaucratie eindelijk doorbroken ('En dat kost jaren, mijnheer, ooit te maken gehad met de Franse staat?'). Een centrale commissie is begonnen aan de herverkaveling. 'Het kan zijn dat die mevrouw van u nog een paar jaar moet wachten.'

Op grond van het experiment in Mantes-la-Jolie heeft de Assemblee twee weken geleden een wet aangenomen die dit soort herverkaveling in andere steden eist. Ook op fiscaal gebied spreekt de socialistische burgemeester van een racistisch beleid, ook van zijn eigen regering. 'Door het huidige fiscale stelsel heeft een rijke, blanke gemeente als Le Vesinet per inwoner meer inkomsten dan Mantes-la-Jolie, terwijl zij geen behoefte heeft aan opvang van jongeren, sportclubs, culturele activiteiten voor twee gemeenschappen.' Nog een voorbeeld. 'Ik ken hier directeuren van gemengde scholen, die onverbloemde racisten zijn. En waarom? Omdat de staat leraren bevordert op basis van ancienniteit en niet op basis van prestatie. Het is te gek. Er zijn in Frankrijk nog heel wat hervormingen nodig, maar daarvoor is politieke moed een eerste vereiste. En die ontbreekt vaak.'

Gelooft hij dat Mantes-la-Jolie bij het toenemende racisme gevrijwaard kan blijven van incidenten, ongelukken? 'We verschillen niet van gemeenten als Clichy-en-Bois, waar deze week graven zijn geschonden. Hier scoort het Front National twintig procent. Alle ingredienten zijn in principe aanwezig om te exploderen. Het enige verschil met andere gemeenten waar veel immigranten leven, is dat wij equipes in het veld hebben. Maar de kwetsbaarheid van de situatie was voor mij een reden om het Kamerlidmaatschap in 1986 te weigeren. De mensen moeten het gevoel hebben dat ze worden gehoord en gerespecteerd en dat is moeilijk waar te maken als ik er allerlei banen bijneem.'

Een zeldzaam geluid binnen de baantjesjagende politieke klasse van Frankrijk.