De lange adem van de diplomatie

HET GAAT OGENSCHIJNLIJK goed met de Sovjet-Unie. President Michail Gorbatsjov begaf zich hoogst persoonlijk naar de bijeenkomst van het Russische Congres van Volksafgevaardigden om daar in de wandelgangen zijn zaak te bepleiten: maatschappijhervorming, maar geleidelijk en in eensgezindheid. Gorbatsjovs 'man', Aleksandr Vlasov, wordt in de Russische republiek uitgedaagd door de radicale opposant Boris Jeltsin en behoeft de hulp van het staatshoofd. Het is een tafereel dat het democratische hart verwarmt. Wie had dat nog in deze eeuw voor mogelijk gehouden? Maar het hele Westen zit treurend terneer wanneer de gang van zaken in de Sovjet-Unie ter sprake komt. Werd de president niet op 1 mei op zijn eigen Rode Plein uitgejouwd en dreigt Gorbatsjov niet het slachtoffer te worden van extreme krachten, de conservatieven (al dan niet in het leger) enerzijds en de radicalen aan de andere kant? Zet het zich toespitsende conflict met de Balten de zaken niet zodanig op scherp dat met Gorbatsjovs val rekening moet worden gehouden? En zal of kan de topontmoeting met de Amerikaanse president eind deze maand nog wel een succes worden of zal zij zelfs (moeten) worden afgeblazen? PRESIDENT BUSH houdt de moed erin. Hij wijst erop dat opeenvolgende Amerikaanse regeringen met Sovjet-leiders hebben gesproken in een tijd waarin de houding van het Sovjet-regime naar binnen en naar buiten nog geheel werd bepaald door onverzoenlijk machtsdenken. Onder het zo veel betere gesternte van het ogenblik moet het aanstaande topgesprek dus door kunnen gaan. Ook als er nog geen doorbraak is bereikt in het op alle fronten stagnerende wapenoverleg. Maar er kan worden tegengeworpen dat er zich ook in het verleden steeds weer gebeurtenissen hebben voorgedaan die de gezochte toenadering voor een langere of kortere periode onmogelijk maakten. De inval in Tsjechoslowakije in augustus 1968 is daarvan het sprekendste voorbeeld. Nog voordat Gorbatsjov in de VS arriveert, zal de lopende boycot Litouwen waarschijnlijk op de knieen brengen. In dat geval zou de visite als een cynische vertoning te veel verzet kunnen oproepen om haar door te kunnen laten gaan.

De Amerikaanse president en zijn minister van buitenlandse zaken, die deze week in Moskou is om plooien glad te strijken, hebben gekozen voor traditionele, maar betrekkelijk on-Amerikaanse diplomatie als bepalende factor in de relaties met de buitenwereld. De aanpak van Bush en Baker staat daarmee in scherp contrast met die van Reagan. De vorige president had een voorkeur voor overdraagbare emoties: de slechterikken hebben het op Amerika voorzien of, aan het eind van zijn laatste ambtstermijn, samen bouwen we aan de vrede. Bush daarentegen is een diplomatieke sleutelaar die aanneemt dat geduld en gezond verstand op den duur resultaat zullen hebben. Tegen veel gemor in heeft hij na de bloedige onderdrukking van het studentenprotest de deur naar China opengehouden. Op dezelfde wijze wil hij de bescheiden ruimte die hem rest benutten om het gesprek met het Kremlin voort te zetten.

EUROPA, WAAR de chaos aan de deur klopt, mag zich gelukkig prijzen met de koele diplomaat in het Witte Huis. Internationale politiek kan niet uitsluitend 'Realpolitik' zijn, kan niet voorbijgaan aan overwegingen van moraliteit en medeleven. Sterker, dank zij het opkomen voor de rechten van de mens over grenzen heen is de moraliteit een volwaardige factor van de diplomatie geworden. Maar er was een lange adem nodig om dit te bewerkstelligen. Die lange adem is nog steeds onontbeerlijk.