Bredere opzet bij euthanasie-onderzoek

DEN HAAG, 17 mei - Het onderzoek naar de medische praktijk van euthanasie in Nederland wordt breder van opzet dan het aanvankelijk leek. De commissie Remmelink, die het onderzoek coordineert, schreef de Kamer vorige week dat het handelen of nalaten van artsen zo nauwkeurig mogelijk zal worden geregistreerd. Het gaat daarbij om medisch doen of laten 'dat het levenseinde van een patient versnelt', al dan niet op diens uitdrukkelijk verzoek.

Dat is iets anders dan de opdracht die de commissie van de minister kreeg. Daarin was sprake van doen of laten van een arts 'dat leidt tot het levenseinde van een patient'.

De minister hanteerde een vrij nauw euthanasie-begrip: een direct causaal verband tussen het optreden van de arts en de dood van de patient. Het Rotterdamse onderzoeksinstituut dat de opdracht heeft aanvaard, heeft een breder schepnet gekregen. 'Versnelling van het levenseinde' omvat het medisch optreden gedurende het hele stervensproces: niet alleen de fatale dosis, maar het gehele proces van doen en laten dat het stervensproces beinvloedt is relevant. Dus ook het niet beginnen met een medische behandeling of het staken ervan is nu voorwerp van onderzoek.

De enqueteurs, zelf arts, gaan via mondelinge interviews uitzoeken of de patienten wier leven wordt beeindigd zonder dat ze erom hebben gevraagd bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben. Hetzelfde geldt voor de artsen.

Gaat het om bepaalde ziektes? Zijn het vooral mannen of vrouwen? Welk type medisch specialisme is er doorgaans bij betrokken? Heeft het te maken met godsdienst of levensovertuiging? Welke invloed heeft de houding van de familie? Kent de arts de zorgvuldigheidseisen die Justitie en KNMG hebben ontwikkeld? Om een goede schatting van het totale aantal euthanasie gevallen in Nederland te maken wordt ook een steekproef van het totale aantal sterfgevallen bestudeerd. Het Centrale Bureau voor de Statistiek zal van alle binnenkomende doodsoorzaak-verklaringen een selectie maken. De betrokken artsen worden dan aangeschreven met een verzoek om meer informatie over de dood van de patient en de medische beslissingen die daarbij zijn genomen. De artsen die in persoon benaderd worden moeten vragen beantwoorden over het totale aantal sterfgevallen uit hun praktijk in de afgelopen periode. Ook wordt geinformeerd naar de euthanasieverzoeken die hen zijn gedaan en de redenen om er wel of niet op in te gaan. Daarnaast moeten zij in de periode na het interview bijhouden welke patienten er in hun praktijk overlijden en of daar medische beslissingen zijn genomen die daarbij een rol speelden. Het Kamerlid mr. J. Kohnstamm (D66), die een initiatief wetsvoorstel van zijn partij over euthanasie verdedigt, meent dat de opdracht strijdig is met toezeggingen die staatssecretaris Simons (volksgezondheid) in de Kamer heeft gedaan. Deze zei dat het onderzoek tot euthanasie zou worden beperkt; een ruimere formulering zou alleen worden gekozen omdat niet alle artsen in de praktijk onder euthanasie hetzelfde verstaan. Uit de opdracht begrijpt Kohnstamm dat ook niet omstreden vormen van medisch levensbeeindigend handelen tot het onderzoek moeten worden gerekend. Dat lijkt hem in tegenspraak met de bedoeling alleen strafwaardige vormen van euthanasie te codificeren. Op deze manier worden ook volstrekt onomstreden vormen van medisch handelen betrokken bij een politiek-strafrechtelijke beslissing. In de onderzoeksopdracht valt hem de zinsnede op dat 'het verlichten of verzachten van het lijden, ook wanneer dat mogelijk als ongewild nevengevolg het levenseinde zou bespoedigen, niet een primair onderwerp van onderzoek vormt'. Maar het wordt dus wel onderzocht, concludeert Kohnstamm, 'en dat heeft dus niets met euthanasie te maken'.

Van der Burg (CDA) vindt dit 'een gepasseerd station.'

Volgens hem is het 'juist heel goed om het hele brede veld in kaart te brengen. Dus niet alleen euthanasie maar ook alles wat er zich omheen bevindt'.

Hij zal de Kamer voorstellen zo snel mogelijk een mondeling overleg met minister Hirsch Ballin te hebben, waarna het onderzoek kan beginnen.