Bonden sceptisch over nieuwe opzet Onderwijs

DEN HAAG, 17 mei - Een aantal ambtenarenbonden wil dat minister Ritzen (onderwijs) op korte termijn aangeeft welke gevolgen de reorganisatie van het ministerie van onderwijs en wetenschappen heeft voor het personeel. Zij zijn gematigd positief, maar ook sceptisch over de voorgestelde nieuwe organisatiestructuur van het ministerie.

Die structuur wordt beschreven in een vandaag gepubliceerd rapport van een werkgroep onder leiding van organisatie-adviseur J. Barneveld. In een eerste reactie zeggen de bonden pas bereid te zijn mee te werken als er een goed sociaal beleid tot stand komt. De grootste bond, de ABVA/Kabo, heeft overigens nog niet gereageerd.

In het rapport 'Ministerie op maat. Ruimte voor nieuwe verhoudingen' stelt de werkgroep van Barneveld een ingrijpende reorganisatie van het ministerie voor. Die is nodig omdat het functioneren van het departement geremd wordt door ambtelijke 'verkokering' en immobiliteit van het personeel. De werkgroep constateert ook dat in het departement wel veel aandacht wordt besteed aan het maken van beleid, maar dat de zorg voor de uitvoering ervan te wensen over laat. Bovendien voldoet de huidige opzet niet aan de eisen die eraan gesteld mogen worden zodra het beleid tot deregulering en vergroting van de autonomie van de scholen is ingevoerd.

De werkgroep adviseert om de uitvoerende taken van het ministerie te verzelfstandigen en onder te brengen in een aparte organisatie buiten het departement. Op contract-basis moet die organisatie de financiering van het onderwijs uitvoeren. Ook wordt zij belast met de zorg voor de huisvesting van alle sectoren van het onderwijs.

De directoraten-generaal voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs worden grotendeels samengevoegd. Het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie worden samen in een nieuw directoraat-generaal ondergebracht. Binnen de directoraten moeten de afzonderlijke velddirecties zelfstandiger gaan opereren. Op centraal niveau komt er een beleidsraad die moet zorgen voor de hoofdlijnen van het beleid en voor de onderlinge afstemming. De inspectie gaat los van het ministerie opereren.