Wet op orgaandonatie: iedere Nederlander ontvangtdonorcodicil

EDE, 16 mei - Iedere Nederlander krijgt, als de orgaandonatiewet door het parlement wordt aangenomen, een donorkaart toegestuurd waarop hij of zij kan aangeven of zijn of haar organen na overlijden voor transplantatie beschikbaar zijn. Deze wilsbeschikkingen worden centraal geregistreerd. Commerciele transplantaties worden verboden.

In het ontwerp van de Wet op de Orgaandonatie, dat binnenkort in de ministerraad komt, staan ook criteria voor het vaststellen van de hersendood van een potentiele donor. Het wetsvoorstel bevat verder richtlijnen voor een rechtvaardige verdeling van de organen die beschikbaar komen. Die moeten worden verdeeld op grond van de medische urgentie van de ontvangers en op basis van vereiste bloed- en weefselovereenkomsten tussen donor en ontvanger. Ziekenhuizen moeten een protocol opstellen waarin de gang van zaken rond een orgaandonor wordt vastgelegd.

Deze details over de Wet op de Orgaandonatie maakte de hoofddirecteur gezondheidszorg van WVC, J. Verhoeff, gisteren bekend op een symposium van de Nederlandse Transplantatie Vereniging. De onlangs opgerichte vereniging wil de overkoepelende organisatie voor de transplantatiegeneeskunde in Nederland worden en zal zich onder meer inzetten om het tekort aan donoren op te heffen.

Om orgaandonor te worden zal iedere Nederlander, net zoals nu het geval is, een codicil moeten invullen. Deze positieve wilsbeschikking zal, door de centrale registratie, in noodgevallen sneller beschikbaar zijn. Nu gebeurt het vaak dat een potentiele donor, dodelijk gewond, in een ziekenhuis binnenkomt, waar niet is te achterhalen of er een codicil is. Dit zogenoemde positieve systeem van orgaandonatie was al in het regeerakkoord vastgelegd. Veel transplantatiegeneeskundigen zien liever een systeem van 'geen bezwaar', waarbij iedereen donor is, tenzij hij heeft vastgelegd dat hij zijn organen niet wil afstaan. In het eerste bulletin van de Nederlandse Transplantatie Vereniging wordt nog voor een systeem van 'geen bezwaar' gepleit als mogelijkheid het grote tekort aan donororganen op te heffen.

Verhoeff benadrukte dat een wettelijke regeling het donorentekort nog niet opheft. Zeker zo belangrijk is de maatschappelijke acceptatie van orgaandonatie. De overheid zal een uitgebreide voorlichtingscampagne voeren als de wet in werking treedt. Maar de houding en de kennis van de medische professie en de organisatie binnen de ziekenhuizen is ten minste even belangrijk voor de verwerving van donoren, aldus Verhoeff.

Weerslag

De vice-voorzitter van de Gezondheidsraad, dr. E. Borst-Eilers, vergeleek de houding van de bevolking ten opzichte van orgaantransplantatie met de 'niet mis te verstane weerstanden' die aan het begin van de eeuw tegen de toen nieuwe mogelijkheid van bloedtransfusie bestonden. De menselijke integriteit zou erdoor worden geschonden, vonden toen velen. Tegenwoordig vinden de meeste mensen een bloedtransfusie de gewoonste zaak van de wereld. Volgens Borst-Eilers hebben we inmiddels 'de niertransplantatie al aardig verinnerlijkt.' Het vertrouwen van de bevolking kan echter al door een onhandige manoeuvre worden verstoord.

Borst-Eilers: 'De discussie over de leeftijdsgrenzen bij harttransplantaties heeft een weerslag gehad op het aantal donoren. Veel mensen hebben hun codicil verscheurd en hebben daar in de pers van getuigd.' Drs. M. A. Bos, secretaris van de Gezondheidsraad, gaf tijdens het symposium een overzicht van de wetgeving in andere landen. Met de keuze voor de positieve wilsbeschikking volgt Nederland de richtlijnen voor orgaantransplantatie zoals de Europese ministers van volksgezondheid die in 1987 opstelden. Die richtlijnen vervingen overigens een regeling uit 1978 waarin een 'geen bezwaar'-systeem werd aanbevolen. Zeven Europese landen, waaronder Belgie, hebben momenteel zo'n systeem. In een aantal niet-Europese landen is orgaandonatie om religieuze redenen verboden, onder andere in de meeste islamitische landen en in Israel en Japan.