Watervallen van glinsterende nootjes bij Berio en Ravel; Siervissen, geen piranha's

Verrassend hoeveel verwantschap er opeens blijkt te kunnen zijn tussen Berio's Linea uit 1973 voor piano- en slagwerkduo en Ravels La Valse, althans in de bewerking voor twee piano's en gisteren na elkaar uitgevoerd op het laatste concert in de serie New Vintage van het Amsterdamse Kamermuziekcentrum De Suite in het Concertgebouw.

Ontdaan van de instrumentatie klinkt La Valse veel minder unheimlich, minder stuiptrekkend en gespannen, wint de Franse clarte het van de Weense broeierige decadentie (Ravel zou een ondergangsstemming hebben willen verklanken), waarmee de overeenkomst met Berio's superlatijnse virtuositeit frappante trekken kon aannemen. Al die watervallen van over elkaar rollende nootjes, glinsterend voortkabbelend, dan wel in suggestieve stroomversnellingen gebracht - het duo Corver-Grotenhuis had er geen enkele moeite mee, musiceerde heerlijk ontspannen, met een bedrieglijke nonchalance. Bedrieglijk: want in werkelijkheid was alles ingecalculeerd. Ravel componeerde een muziek waarin je als het ware siervissen ziet bewegen, zeker geen piranha's, want die horen meer thuis in het Middeneuropese avantgardisme.

Siervissen of piranha's, waar Richard Rijnvos staat is niet steeds duidelijk, want hij toont in zijn composities zowel ex- als impressionistische kanten. Gisteravond kreeg zijn Stalker (1990) voor slagwerksolo een voorlopige premiere. Er zijn tien onderdelen, Arnold Marnissen wijdde zich trefzeker aan de eerste vijf.

De vormopbouw is, zoals steeds bij deze componist, belangrijker dan het kleurelement. Toch ordende hij het instrumentarium wel degelijk naar timbre: in lagen voor uitsluitend metaal (als gongs en buizen), voor monochroom metaal met korte naklank als koebellen en aambeelden, voor monochroom vel (bongo's, trommen), in combinaties van minder voor de hand liggende instrumenten die een nieuwe eenheid leveren, in continu-planken en tenslotte een laag van instrumenten die zich eigenlijk nergens in laten voegen, zoals een stel flessen.

Elke structuur wordt strak geponeerd, zoals men een lichtbron met een knopje aan- en uitschakelt. De overzichtelijkheid is gegarandeerd, voeg daarbij een overwegend speelse inslag en de uitkomst lijkt duidelijk: Rijnvos' Stalker voegt zich terecht in een programma met Ravel en Messiaen.

De premiere van het complete werk is gepland voor 19 juni, wederom in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, waarbij alle nieuwe werken in dit seizoen in de serie van De Suite de revue zullen passeren: Gerda Geertens' Slinger voor strijktrio, Ivo van Emmeriks Polyphon gefasstes Weiss voor piano en celesta, Margriet Hoenderdos' Lex Inertiae No. 2 voor altvioolsolo, Theo Verbey's De Peryton voor blaasseptet en Rijnvos' Stalker voor slagwerksolo. En zo maakt de gala van de Nieuwe Nederlandse Muziek, een initiatief van het Holland Festival dat geruisloos van de programma's werd afgevoerd, via een omweg toch weer zijn opwachting.

Concert: Ellen Corver en Sepp Grotenhuis (piano) en Arnold Marnissen en Murk Jiskoot (slagwerk). Werken van Rijnvos, Berio, Ravel, Messiaen en Cage. Gehoord: 15/5 Concertgebouw, Amsterdam.