Vergissen is gewoon

De voortgaande omwenteling in de voormalige socialistische landen en de Sovjet-Unie wordt begeleid door Westelijke analyses en prognoses die altijd te optimistisch blijken te zijn. Hoe komt het dat zelfs de gerenommeerdste deskundigen zich steeds weer aan dezelfde steen stoten? De eerste oorzaak is natuurlijk dat de continuiteit uit de politiek daar is verdwenen. De pluriforme maatschappij in wording valt niet meer in kaart te brengen. Machtscentra die men voor duurzaam had aangezien storten in; nieuwe krachten die veelbelovend leken, hebben geen uithoudingsvermogen; bedreigde groepen die men al verslagen achtte, reorganiseren zich; rotsvast geachte reputaties beginnen te wankelen; de cartograaf bevindt zich in een doolhof na een aardbeving.

Misschien wordt ons voorstellingsvermogen ook nog beinvloed door het verleden van veertig jaar Koude Oorlog. Het is mogelijk dat die periode van stagnatie in de buitenlandse betrekkingen op zichzelf al afbreuk heeft gedaan aan onze verbeeldingskracht. De verhoudingen in de Koude Oorlog hebben tot een jaar of twee, drie geleden de allure van een eeuwigheidswaarde gehad. Het kost de meeste mensen tijd weer aan de betrekkelijkheid te wennen, en hoe deskundiger ze in de verhoudingen van vroeger zijn, des te meer moeite ze zich moeten getroosten van de achterhaalde wetenschap afscheid te nemen. Het valt te begrijpen; niettemin is het een gebrek.

Ten derde zijn we geneigd ons de toestanden in de voormalige socialistische wereld te mooi voor te stellen, omdat we het niet kunnen laten er toch nog iets van de Westerse maatschappij in te projecteren. Dat is geen wonder, want ogenschijnlijk heeft het Wilde Oosten nog veel van het georganiseerde Westen. Er wonen per slot van rekening mensen met wie wij in grote trekken - afgezien van de politieke - dezelfde soort beschaving delen. Hun treinen en vliegtuigen lijken sterk op die van ons. We lezen hun letterkunde, bewonderen hun films. Goed beschouwd zijn ze precies als wij en daarom is het dikwijls op het eerste gezicht volslagen onbegrijpelijk dat het daar op zo grote schaal mis gaat.

De bewegende chaos in het Oosten heeft zijn eigen continuiteit gekregen. De nieuwste bewijzen daarvan vindt men in de voortgezette krachtmeting tussen de Baltische republieken en het centrum in Moskou. De Litouwers hebben de Letten aangestoken en nu volgen de Esten. Het streven naar onafhankelijkheid is hetzelfde, maar de verhoudingen in de drie landen verschillen. Litouwen heeft een kleine Russische minderheid; de bevolking van Riga bestaat al voor de helft uit Russen; de Esten zijn in sommige delen van hun land een grote minderheid. Het conflict tussen Vilnius en Moskou is betrekkelijk eenvoudig, althans het wordt niet gecompliceerd doordat in Litouwen een 'bedreigde groep' is die Moskou het voorwendsel kan geven om militair in te grijpen. Dat is in Letland en Estland wel het geval. Als daar geen burgeroorlog dreigt, is het gemakkelijk er een te fabriceren.

Sinds januari van dit jaar vormen de Baltische republieken een brandende lont. Binnenlandse diplomatie en buitenlandse vermaningen hebben er geen effect op gehad. Misschien wil Moskou dat ook niet; misschien wordt daar gewacht tot de aanleiding groot genoeg is om de onafhankelijkheidsbewegingen met geweld te smoren. Dat zou dan een voorbeeld zijn voor soortgelijke bewegingen in andere Sovjet-republieken, in de eerste plaats de Oekraine waar het volksfront de ontwikkelingen in de Baltische landen als graadmeter ziet.

Gesteld dat de Baltische onafhankelijkheidsbewegingen worden neergeslagen: wat zal daarvan dan het gevolg zijn voor de verhoudingen in Moskou? Hoe sterk is Gorbatsjov nog? Gisteren is hij met 61 procent van de stemmen gekozen als afgevaardigde naar het partijcongres dat in juli wordt gehouden. Zijn tegenstander, die een veel liberaler standpunt heeft, kreeg 36 procent. Gemeten naar zijn populariteit binnen de partij is Gorbatsjov aan de verliezende hand. Daarbuiten wordt hij in het openbaar uitgefloten.

Een dreigende burgeroorlog in de Baltische republieken en Gorbatsjovs tanend gezag zijn nu de nieuwste factoren in de nog traag bewegende chaos. Aan andere zijn we al gewend: de mislukking van de perestrojka, de permanent verergerende economische crisis, het gebrek aan een politieke structuur die de behoefte aan pluriformiteit en nationalistische krachten zal kunnen kanaliseren, de groeiende achterstand van de Sovjet-economie op het Westen. De voorwaarden tot de grote ineenstorting verbeteren gestaag, als men het zo mag noemen.

Wat niet verbetert is onze verbeeldigskracht die we nodig hebben om ons daar een voorstelling van te maken, opdat we ons daardoor niet zullen laten verrassen zoals dat in 1989 is gebeurd. Zolang verbeeldingskracht geen bestanddeel is van de buitenlandse politiek, blijft vergissen gewoon.