Van Goghs 'Gachet': 165 miljoen op veiling

NEW YORK/ROTTERDAM, 16 mei - Het precies honderd jaar oude schilderij 'Het Portret van dokter Gachet' van Vincent van Gogh heeft op een veiling van Christie's in New York ruim 165 miljoen gulden opgebracht, het hoogste bedrag dat ooit voor een doek is betaald. Van Gogh schilderde het werk zes weken voor zijn dood.

De nieuwe eigenaar is de Japanse kunsthandel Hidato Kobayashi, die slechts een telefonische concurrent had. Lange tijd zag het er naar uit dat Van Goghs 'Irissen', in november 1987 bij Sotheby's door een Japanse bedrijf gekocht voor 108 miljoen gulden, het duurste schilderij ter wereld zou blijven. Het veilinghuis rekende gisteren nog op veertig tot vijftig miljoen gulden voor 'Gachet'. Binnen tien minuten steeg de prijs van twintig miljoen dollar naar het uiteindelijke bedrag. Op elk telefonisch bod gaf de Japanse handelaar met een minimale beweging van zijn gouden ballpoint aan dat hij bereid was meer te betalen. Bij 75 miljoen dollar zweeg de telefonische bieder. In totaal bracht de veiling van 81 impressionistische en moderne werken 540 miljoen gulden op, met recordprijzen voor Lautrec, Chagall, Dali en Arp. Ondanks het onverwachte record van Van Gogh menen experts dat het eind in zicht komt van de nu al vijf jaar durende explosieve prijsstijging van kunstwerken. Dat blijkt uit tegenvallende veilingresultaten van de afgelopen maanden.

Excentrieke arts

Het portret van de excentrieke, homeopathische arts Paul-Ferdinand Gachet, een vriend van Van Gogh en van andere impressionistische schilders, is afkomstig uit de collectie van Siegfried Kramarsky. Deze in Duitsland geboren Newyorkse bankier overleed in 1961. Na Van Goghs dood kwam het eerst terecht bij Theo van Goghs weduwe. Via diverse kunsthandelaren en Westduitse collectioneurs kreeg een museum in Frankfurt het in bezit. In de jaren veertig moet Kramarsky het hebben gekocht. De beheerders van diens nalatenschap gaven het in 1984 in bruikleen aan het Metropolitan Museum of Art in New York. Eerder veilde men uit Kramarsky's bezit Van Goghs Le Pont de Trinquetaille. Het bracht ruim 40 miljoen gulden op.

Musee d'Orsay in Parijs bezit een tweede versie van het portret, dat nu te zien is op de grote overzichtstentoonstelling in het Rijksmuseum Vincent van Gogh in Amsterdam. Dit doek is iets groter, minder gedetailleerd en de kleuren zijn fletser. Toch koos Gachet na Van Goghs dood juist deze versie bij Vincents broer Theo uit. Van Gogh schilderde de eerste versie, het nu geveilde portret, in Auvers zes weken voordat hij in 1890 op 37-jarige leeftijd een eind aan zijn leven maakte. Hij had eerder een ets van Gachet gemaakt. In de zomer van dat jaar schreef hij uitvoerig over Gachets belangstelling voor zijn werk en over het portret. Hij noemt Gachet op 4 juni 'echt een vriend, zo iets als een nieuwe broer (...), zozeer gelijken wij fysiek en ook innerlijk op elkaar'. In een andere brief zette hij een schetsje neer van het portret.

Van Gogh heeft het verder over het 'baksteenkleurige' gelaat van de dokter en diens ultramarijnen jasje, 'dat het gezicht bleker maakt'.

Gachets handen beschrijft hij als 'de handen van een verloskundige - bleker dan het gezicht'.

Een alinea eerder nam hij zich voor 'portretten te maken die over een eeuw de mensen van die tijd zouden voorkomen als geestverschijningen'.

Explosief

Ondanks dit onverwachte recordbedrag bevestigde gisteren de Amerikaanse Christie-directeur Christopher Burger, dat de kunstmarkt zich stabiliseert. De afgelopen maanden wezen veilingresultaten steeds duidelijker in die richting. Het eind lijkt in zicht te komen van de nu al vijf jaar durende explosieve prijsstijgingen. Zo bleek in maart een deel van de Costakis-collectie, werken van de Russische avant-garde, niet verkoopbaar. En bij Sotheby's in New York bleef begin deze maand een derde van de te veilen twintigste-eeuwse kunstwerken onverkocht. Enkele dagen eerder moest Sotheby's 32 van de 87 kunstwerken vasthouden. Een doek van Willem de Kooning dat ongeveer twintig miljoen gulden moest opbrengen, kwam niet hoger dan negen miljoen. Ook werken van Andy Warhol en Robert Rauschenberg vonden geen koper. In Londen weigerde het publiek voor het werk van minder bekende kunstenaars eveneens de schattingen van het veilinghuis te betalen. Volgens kenners veroorzaakt de onevenwichtige situatie op de Japanse aandelenmarkt terughoudendheid bij de Japanse veilingklanten. Deze kopers garandeerden de laatste jaren een afname van een kwart tot een derde op de Europese en Amerikaanse veilingen. Anderen beweren dat de veilinghuizen zelf roet in het eten gooien met hun veel te hoge schattingen. Souren Melikian schreef onlangs in de International Herald Tribune dat de veilinghuizen de dreigende 'market downturn' aan zichzelf hebben te wijten. Zij maken het de kunsthandel, een belangrijke, zo niet de belangrijkste klant van het veilinghuis, het steeds lastiger nog acceptabele prijzen te vragen. De veiling van vannacht lijkt echter duidelijk te maken dat de liefde van Japan voor het impressionisme niet tanende is, en dat de allerrijksten nog steeds bereid zijn vermogens te investeren in eerste klas-kunstwerken. Of de market downturn zich ooit in deze hoge regionen zal voordoen, lijkt vooralsnog onwaarschijnlijk. Een nieuwe graadmeter is de veiling van Van Goghs zelfportret uit 1888. Een bij uitzondering gesigneerd werk dat binnenkort in New York onder de hamer komt. De opbrengst wordt geschat op zestig miljoen gulden.