TWEEDE WERELD WORDT KLEINER

Het door Stanislaw Gomulka, Yong-Chool Ha en Cae-One Kim samengestelde boek Economic Reforms in the Socialist World bestudeert de economische hervormingen nu eens niet uitsluitend met het oog op de Sovjet-Unie, maar betrekt ook landen als Noord-Korea, China en de socialistisch georienteerde Derde wereld in de analyse. De bundel vormt de neerslag van een internationale conferentie.

Uit het boek komt een punt duidelijk naar voren: de socialistische wereld wordt steeds kleiner. Wanneer we in de nabije toekomst kijken, dan zien we een hervormingsgezind Oost-Europa dat rond de eeuwwisseling een structurele metamorfose zal hebben ondergaan. Behoudens de twee communistische grootmachten, China en de Sovjet-Unie, zullen de overblijfselen van de eens zo grote 'Tweede Wereld' dan moeten worden gezocht in de Derde Wereld, in obscure landjes met een socialistische inslag, zoals Sao Tome e Principe, de Seychellen en de Volksrepubliek Jemen. Maar ook in deze uithoeken raakt het economische systeem van centrale planning langzaam maar zeker in diskrediet. De eens met vlag en wimpel binnengehaalde socialistische arbeidsprincipes blijken in de praktijk nauwelijks te werken.

In de jaren zestig en zeventig kwam het socialistische industrialisatie-model in vele voormalige kolonien in opgang. De nationalisatie van produktiemiddelen en de nadruk op zware industrie werd door de nieuwe elites gezien als de weg bij uitstek richting politieke zelfstandigheid en economische bloei. Landen als de Sovjet-Unie en China wezen daarbij de weg. De economische methodes van de 'grote roergangers' uit Moskou of Beijing, vormden de mal waaruit de socialistisch georienteerde landen over de gehele wereld hun beleidslijnen konden gieten, en de lichtende toekomst van het communisme legitimeerde en passant de politieke macht.

Nu de Sovjet-Unie en China zelf aan het hervormen zijn geslagen, lijkt het of de twee ijkpunten in de Tweede Wereld zijn weggevallen, en de meeste andere socialistische landen zijn daarom naarstig op zoek naar een nieuw economisch evenwicht tussen Marx en markt. Bij eerdere Sovjet-hervormingsbuien (te denken valt aan de Liberman-hervormingen, tijdens Chroesjtsjov), werd de nadruk gelegd op de zogenoemde vervolmaking van de bestaande plan-economie. Het is nu voor het eerst dat alle facetten van de socialistische economie door de Sovjet-leiding op de helling dreigen te worden gezet. Ook Deng Xiaoping's China is sinds 1978 bezig met een drastische herstructurering van de economie. Hoewel minder spectaculair dan in de Sovjet-Unie, is China al ruim een decennium lang aan het decentraliseren, waarbij de markt een steeds grotere rol wordt toebedeeld als regulerend economisch mechanisme.

Mondiaal proces

De vraag dringt zich op: Wat houden we nog over aan socialistische economieen, wanneer deze hervormingen met zo'n ras tempo doorgaan? Het boek van Gomulka, Ha en Kim tracht een beeld te schetsen van het mondiale proces van economische hervormingen in de socialistische wereld. Hoewel qua idee veelbelovend (het is een comparatieve studie, op zoek naar de oorzaken en obstakels van economische hervormingen in alle centraal-geleide economieen ter wereld, en het brengt als een van de eerste boeken ook de economische trends van een land als Noord-Korea in beeld), is Economic Reforms in the Socialist World toch geen onverdeeld wetenschappelijk succes. De artikelen zijn kort, maar niet altijd even krachtig. Het boek is bovendien gespeend van een rode draad, en de editeurs zijn klaarblijkelijk vergeten een concluderend hoofdstuk aan de bundel toe te voegen. Wanneer ze dat wel zouden hebben geprobeerd, dan zou hun waarschijnlijk zijn opgevallen dat er uit dit boek ook geen eenduidige gevolgtrekkingen voortspruiten.

Op zichzelf hoeft dat nog niet eens een groot probleem te zijn, aangezien vele bijdragen het lezen meer dan waard zijn. Het punt is echter dat elke auteur verschillende onderzoeksvragen behandelt, waardoor de geinteresseerde en welwillende lezer te maken krijgt met een bonte verscheidenheid aan stukjes, met als grootste gemene deler 'socialistische economie'. Dat is jammer, want daardoor wordt een vergelijkende analyse van de economische hervormingen in de socialistische wereld natuurlijk bemoeilijkt. Behalve enkele ietwat langdradige, en niet altijd even duidelijke bijdragen, bevat Economic Reforms in the Socialist World ook voortreffelijke stukken, met name over Noord-Korea en China. Ook het artikel van Stanislaw Gomulka zelf, over Gorbatsjovs hervormingspogingen, is alleszins het lezen waard.

Noord-Korea

Er is nog een klein aantal socialistische landen dat de sprong in de wereldmarkt nog niet helemaal heeft aangedurfd. Voor een land als Noord-Korea betekent dit dat het economisch nog geisoleerder komt te staan dan het al was. Myung-Kyu Kang, hoogleraar economie aan de Universiteit van Seoul, geeft een bijzonder helder overzicht van de stand van zaken in de Noordkoreaanse economie. Het land is weliswaar bijna geheel zelfvoorzienend in haar energie- en voedselbehoeften, maar wordt evenals ieder ander centraal geleide huishouding geplaagd door een chronisch gebrek aan harde valuta, een flinke buitenlandse schuld, en een onderontwikkeld produktie-apparaat.

Een van de belangrijkste oorzaken van het falende systeem is de overmatige politisering van de Noordkoreaanse economie. Het door de communistische leider Kim Il-Sung ontwikkelde 'Dae-an'-arbeidssysteem betekent in de praktijk dat het collectieve management van elke fabriek in handen is van een speciaal partij-comite, dat ter plekke 'de wil van de massa' uitvoert. De fabrieksleiding is daarom vaak in handen van totaal incompetente partijleiders die door middel van een systeem van massa-mobilisatie (zoals de '200-daagse Snelheid Strijd', of de meer recente 'Dae-an Snelheid'), de economie onder controle proberen te krijgen. Kang is niet al te optimistisch over Noord-Korea's economische toekomst, aangezien de partijleiding probeert 'oude problemen met oude methoden op te lossen'.

Een recent geintroduceerde joint-venture-wet geeft echter aan dat ook de leiding in Pjongjang de economische betrekkingen met de kapitalistische buitenwereld wat wil verstevigen.

Barrieres

De meeste socialistisch georienteerde Derde-Wereldlanden zijn in de jaren tachtig wel op de hervormingstoer gegaan. Landen als Irak, Ethiopie en Syrie hebben zichzelf onderworpen aan een programma van bezuinigingen; Benin, Congo, Tanzania en Madagascar hebben zich geconformeerd aan de hervormingsschema's van het Internationaal Monetair Fonds. Mozambique is al sinds 1980 bezig met haar eigen mini-NEP, en is inmiddels lid geworden van het IMF. Ook onder de auteurs in dit boek bestaat de algemene consensus dat een van de grootste barrieres voor wezenlijke economische hervormingen van politieke aard zijn. Zonder vat op de staatshuishouding, zonder ideologsiche legitimatie (of het nu in de vorm is van de heilzame 'gedachten van Mao Zedong' in China, het marxisme-leninisme in de Sovjet-Unie, of de door Kim Il-sung geformuleerde 'Dae-an'-methode in Noord-Korea), is de socialistische nomenklatura niet meer verzekerd van haar langgekoesterde politieke machtsmonopolie. Wanneer de planeconomie onderhevig wordt gemaakt aan de wispelturigheid van de wereldmarkt, dan vervalt de traditionele leidende rol van de Communistische Partij en verdwijnt daarmee een groot deel van haar machtsbasis. De aansluiting tot de wereldmarkt wordt echter algemeen gezien als een van de centrale voorwaarden voor het op gang brengen van de in verval geraakte planeconomieen.

Of alle socialistisch georienteerde landen in de Derde Wereld snel het Oosteuropese voorbeeld zullen volgen is nog niet duidelijk. Gomulka, Ha en Kim geven in hun boek een aantal duidelijke economische trends aan in deze richting, maar hoe het communistische dekolonisatieproces verder zal verlopen, wordt in Economic Reforms in the Socialist World niet concreet aan de orde gebracht.