Staatssecretarissen verdedigen het Verdrag van Schengen; 'Fort Europa bestaat niet'

DEN HAAG, 16 mei - De politieke structuur van het nieuwe Europa begint zichtbaar te worden. De regeling voor volledig vrij verkeer van mensen en goederen binnen de Benelux, Frankrijk en Duitsland fungeert daarbij als een eerste blauwdruk. De bestuursvorm zal een melange zijn van intergouvernementele regelingen en federale structuren. Volgens de staatssecretarissen Dankert (Europese zaken) en Kosto (justitie) blijft de nationale staat in Europa een belangrijke rol vervullen; deze zal nooit helemaal worden afgeschaft. De rechtsstelsels van Engeland en Nederland zouden zich bijvoorbeeld nooit laten harmoniseren. Van een tegenstelling tussen nationale en Europese wetgeving zal echter volgens Kosto geleidelijk aan steeds minder sprake zijn. 'Je ziet sluipenderwijs steeds meer Europese regelgeving tot nationaal recht worden.'

Dankert: 'Europa is altijd als louter intergouvernementeel afgeschilderd, maar het toekomstige Europa zal er veel ingewikkelder uitzien. Hele stukken worden geintegreerd, maar ook hele stukken blijven 'eigen'. Het gaat de kant uit van een gemengde structuur tussen het intergouvernementele en het federale.' In een gesprek aan de vooravond van beslissend overleg in de Tweede Kamer over het akkoord dat het kabinet daarover wil tekenen met de beide Benelux-partners, Frankrijk en Duitsland (het Verdrag van Schengen) zegt Dankert dat er moeilijk een heel concrete voorstelling te maken valt van het Europa van de toekomst. 'Je kunt wel zeggen dat we nu in de fase zijn aangekomen waarin je onderscheid moet maken tussen enerzijds dat wat op gemeenschapsniveau moet gebeuren - om die gemeenschap economisch, monetair en ook sociaal bestuurbaar te maken - en anderzijds datgene wat in beginsel nationaal gedaan moet worden, maar waarvan ook wel een aantal elementen geschikt is voor Europese benadering.' Het gaat nu volgens Dankert in het Europese integratieproces om het afgrenzen van de hoofdzaken. 'Dat heeft ook alles te maken met het feit dat men in de EG niet uit is op totale gelijkvormigheid, maar uitgaat van de realiteit van lidstaten, met een eigen identiteit. Een aantal problemen zijn die lidstaten boven het hoofd gegroeid, door internationale economische ontwikkelingen of door wat dan ook. Je zoekt dus een niveau waar je die problemen nog wel kunt regelen. Dat is maar ten dele het gemeenschapsniveau. Sommige dingen gaan ook daar al boven uit. Je zult dus een zeer grote mate van pluriformiteit houden.' Als gevolg van het Verdrag van Schengen hoeft Nederland volgens Kosto van zijn nationale beleid 'werkelijk helemaal niets in te leveren, ook niet van het drugsbeleid'.

'In november hebben we van de andere staten de verzekering gekregen dat de Nederlandse drugspolitiek wordt gerespecteerd. Deze kan worden uitgevoerd zoals wij vinden dat dat nodig is. Wij zijn alleen gehouden om, als onze politiek op hinderlijke wijze zou interfereren met het beleid van een andere staat, daar rekening mee te houden. Maar op ons fameuze tweesporenbeleid van zorgen voor verslaafden en hard zijn naar handelaren, dat steeds meer erkenning begint te vinden, hoeven wij niet in te leveren.' Binnen het verdrag van Schengen blijven volgens Dankert de nationale rechtsordes overeind. 'De Duitsers hoeven straks niet meer te proberen onze drugsproblemen op te lossen.'

In de taal van juristen heet dit dat Duitsland het 'ne bis in idem' nu erkent, het beginsel dat je niet tweemaal voor dezelfde zaak kunt worden vervolgd. Een affaire, waarbij de Duitse justitie de Nederlandse drugshandelaar Harm Dost in Spanje liet arresteren en hem naar de Bondsrepubliek liet uitleveren en vervolgens tegen hem een strafvervolging instelde voor feiten waarvoor hij eerder in Nederland was veroordeeld, kan zich niet meer voordoen. Kosto: 'Dat is een doorbraak, dank zij het akkoord van Schengen. Het houdt tevens in dat ons drugsbeleid aan erkenning wint.' Dankert noemt een ander belangrijk winstpunt van het verdrag dat 'asylum shopping' en 'refugees in orbit' verdwijnen. Daarover is ook het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties duidelijk tevreden, zo bleek de beide staatssecretarissen gisteren in een gesprek met vertegenwoordigers van die organisatie uit Geneve. Met het Schengen-akkoord komt een einde aan het verschijnsel dat een asielzoeker die in een staat is afgewezen zijn geluk onmiddellijk in een andere lidstaat beproeft (asylum shopping). Anderzijds kan de ene lidstaat ook geen asielzoekers meer doorschuiven naar een andere (refugees in orbit). 'Het pingpongen met asielzoekers behoort tot het verleden', zegt Kosto.

Hij zegt zeer verbaasd te zijn geweest over de agitatie in de media en bij actiegroepen over de consequenties van het akkoord tussen de vijf voor het toelatingsbeleid. Volgens hem blijft de regeling voor asielzoekers van de vijf ondergeschikt aan het in VN-verband gesloten Verdrag van Geneve. Een essentiele afspraak daarin is dat asielzoekers niet mogen worden teruggestuurd naar het land van herkomst als hun daar vervolging dreigt.

Volgens Dankert is bovendien de zorg van parlementsleden ongegrond dat er als gevolg van het verdrag tussen de vijf staten een 'Fort Europa' ontstaat. 'Nee, ook geen klein fortje. Ik zie niet dat deze overeenkomst nieuwe barrieres opwerpt. De overeenkomst respecteert in sterke mate de nationale rechtsstelsels, die we met z'n vijven onder brengen in een gezamenlijk stelsel. Daarbij blijven we uitgaan van die nationale rechtsorde.'

In het Nederlandse beleid hoeft dus volgens Dankert niet veel te worden veranderd. Dat er niettemin in een eerder stadium met de Tweede Kamer problemen zijn ontstaan heeft ook te maken met de vertrouwelijkheid waarmee door de vijf regeringen werd gewerkt en met het hoge tempo van het overleg. Dankert zegt daar achteraf over: 'Ik vraag me af of deze methode wel de goede is. Ik vind dat we moeten overschakelen op het communautaire recht als een voor de parlementen bevredigender methode.'

In de huidige situatie wordt vertrouwelijk overleg tussen regeringen gevoerd over een 'klassiek' verdrag tussen twee of meer staten. Bij toepassing van communautair recht is voorzien in een openbare discussie over richtlijnen, waarvan de toepassing bovendien wordt gecontroleerd door een rechter. 'Zodra de nationale parlementariers zien dat de besluitvorming over een akkoord hun ontglipt, willen ze weten wie er dan wel beslist. Dan komen we terecht in die ook voor ons absoluut ondoorzichtige winkel van ambtelijke groepen en subgroepen en weet ik wat allemaal, die zich met die problematiek van het vrije personenverkeer binnen de Twaalf bezighouden. Dat geeft een spanning die op een gegeven moment het resultaat van het proces in de weg staat. Daar moet je aan proberen te ontsnappen.'

'Als je de communautaire methode volgt, kun je van fase tot fase het proces bijhouden en regelmatig overleggen op politiek niveau. Dat kan nu niet en dat heeft in het parlement heel veel achterdocht opgeroepen, men voelde zich 'gepakt'.' Het proces nadert nu niettemin zijn voltooiing, volgens Dankert vooral als gevolg van het belang dat de Bondsrepubliek en Frankrijk er op dit moment aan hechten. Er gaat nu zelfs al een wervende kracht uit van het komende akkoord tussen de vijf landen. In het bijzonder Italie is serieus geinteresseerd. Een Italiaanse staatssecretaris komt hierover binnenkort in Den Haag met Dankert overleggen. 'Met de Engelsen zijn eerste contacten, maar ik twijfel er aan of die wel echt willen meedoen. Op een eiland is de neiging toch heel sterk om grenscontrole als iets automatisch te zien.'

In Spanje is ook wel enige belangstelling, maar die is volgens Dankert minder concreet dan de Italiaanse.

De plotselinge belangstelling van Italie voor deelname aan het akkoord heeft een sterk politieke beweegreden. 'Iedereen in Europa worstelt met het immigratiebeleid. Sommige stromingen in Italie hopen door deelname aan dit akkoord het liberale toelatingsbeleid te kunnen redden.'

In Nederland werd het omgekeerde gevreesd, namelijk dat het Verdrag van Schengen de toelating van asielzoekers juist zou bemoeilijken. Zo interpreteert ieder land het akkoord voor eigen gebruik.