Oppositie: Front heeft de revolutie gestolen; Roemeense droomkomt niet uit

BOEKAREST, 16 mei - Het Front van Nationale Redding is voor sommige Roemenen het 'front van nationale ondergang'. Niettemin maakt het een hele grote kans de verkiezingen van komende zondag te winnen. In januari jl. blaakte de Nationale Boerenpartij, een van de drie heropgerichte 'historische' partijen, nog van zelfvertrouwen. De partij zou een absolute meerderheid behalen, wisten de leiders toen nog heel zeker, net als bij de laatste vrije verkiezingen, in 1946. Vier maanden later praat niemand bij de Boerenpartij nog over een meerderheid. Volgens (onbetrouwbare) peilingen mag de partij blij zijn met vijf procent van de stemmen. Waarom de droom niet uitkomt? Het Front manipuleert het volk, weet men in het Boeren-hoofdkwartier aan de Boulevard Republicii in Boekarest heel zeker. Op de bureaus van de andere grote oppositiepartijen, de Liberale Partij en de Sociaal-democratische Partij, heerst evenmin twijfel: het Front heeft de revolutie gestolen. Professor Sorin Botez, tweede man in de Liberale Partij: 'Het Front gebruikt het hele apparaat van de Communistische Partij om campagne te voeren. Ze houden verkiezingsbijeenkomsten onder werktijd en de arbeiders worden met bedrijfsbussen naar hun manifestaties vervoerd. Mijn partij beschikte tot deze week over een auto, we hebben er nu pas een tweede bij. Er zijn hele delen van het land waar we niet zijn geweest. Er hangt geen enkele affiche van ons, er is geen enkele bijeenkomst gehouden. We hebben geen tijd gehad, geen mensen genoeg, geen geld genoeg.' Vadim Aroneau, campagneleider van de Sociaal Democraten: 'De campagne van het Front is ronduit smerig. Iliescu (interim-president en presidentskandidaat, red.) hoor je mooie dingen zeggen over vrijheid en democratie. Maar de lagere goden zijn verschrikkelijk. Ze bedreigen de mensen: als ze niet op het Front stemmen, wordt Roemenie verkocht aan de kapitalisten, dan vallen er miljoenen ontslagen, raken bejaarden hun schamele pensioenen kwijt. Dergelijke intimidatie is aan de orde van de dag. En dat is nog de onschuldigste soort: huizen worden in brand gestoken, mensen in elkaar geslagen als ze affiches van andere partijen plakken.' Stefan Rey, activist in de Boerenpartij: 'Het Front is een grote caroussel. Het zijn dezelfde communisten die nog in het zadel zitten. Ze zijn alleen allemaal een stoel opgeschoven en doen nu net alsof alle oude leiders zijn verdreven uit de topfuncties in het land, uit de bedrijven en de ministeries. Het is een grote maskerade.' Feiten en meningen vormen een onontwarbare kluwen als de oppositiepartijen over de electorale methoden en technieken van het Front praten. Iedere vorm van agressie in en om de verkiezingsstrijd wordt uitgelegd als een daad van het Front, als een moord met voorbedachten rade op de nog zo prille democratie.

De Noorse juriste Liselotte Leicht, die de Roemeense verkiezingen als waarnemer bijwoont namens de Helsinki-federatie: 'Mensen komen met de meest fantastische complotten aandragen, maar namen noemen kunnen ze amper. Concrete voorbeelden - waar, wat en wanneer - krijg je nauwelijks te horen.' Waarmee zij overigens niet wil hebben gezegd dat het Front weinig valt aan te wrijven. De Roemeense televisie bijvoorbeeld, het machtige wapen in de dagen van de revolutie, is bepaald niet zo 'vrij' te noemen als het logo nu beweert. Op papier is alles in orde: de directeur is vervangen (de derde nieuwe in enkele maanden), de wet garandeert volledige onafhankelijkheid en elke partij heeft drie minuten zendtijd per dag. Maar de manipulatie voltrekt zich sluipenderwijs. Het televisiejournaal van half acht 's avonds opent ook in deze dagen van felle verkiezingsstrijd nog met klompendansen in Transsylvanie, terwijl er van verkiezingsbijeenkomsten slechts sporadisch verslag wordt gedaan en een vrouw wel vier minuten lang mag vertellen dat zij is afgetuigd door aanhangers van de Boerenpartij. Van de massale demonstraties op het Plein van de Universiteit in Boekarest worden in het journaal slechts wat losse beelden getoond en de nieuwslezer trekt heel even een vies gezicht als hij weer in beeld verschijnt. Radu, een student architectuur op het Plein van de Universiteit: 'Open censuur bestaat niet meer, maar de manipulatie is gebleven. De televisie schetst een vals beeld van de situatie in het land. Mensen op het platteland denken dat alles rustig en voorbij is. Al die ruziende partijen, die allemaal zendtijd hebben, kennen ze niet. Die vinden ze vooral vervelend. Het Front, dat kennen ze. Het Front heeft Ceausescu verdreven, dus stemmen ze op het Front. Zo redeneren eenvoudige mensen. Het gevaar van een nieuw totalitair regime zien ze niet.' Politiek gekissebis van de tientallen kleine partijtjes ontlokt de Front-leiders doorgaans meewarige reacties. President Ion Iliescu doet er in ieder geval niet aan mee. Hij profileert zich als de leider die ver boven de partijen staat. Hij laat zich per legerhelikopter van massabijeenkomst naar massabijeenkomst vliegen waar hij door het leger gebouwde, volgepakte tribunes toespreekt vanwaar leuzen worden teruggeroepen als 'waar Iliescu verschijnt, breekt de zon door'.

Maar brandschone handen heeft het Front niet als het om politiek gekrakeel gaat. Want vele van die partijtjes die nu in clips over de buis rollen, zijn juist onder aanmoediging van het Front opgericht. Het zijn partijtjes waarvan de leiders veelal onbekend zijn, programma's ontbreken en hoofdkwartieren onvindbaar zijn. Zij hullen zich in wolken van vaagheden. Zoals de Nationaal-Democratische partij, die zich ten doel stelt 'de waarheid, het goede en de menselijke omstandigheden' te dienen. En de Progressieve Partij die 'onvervalste, onvoorwaardelijke menselijke waarden' nastreeft. De indruk van verdeel en heers laat zich bij velen moeilijk onderdrukken.

In een klimaat van verdachtmakingen en beschuldigingen gaan zestien miljoen Roemenen zondag naar de stembus om een president en de twee kamers van het nieuwe parlement te kiezen. Eugen Chivu, een van de officiele woordvoerders van het Front, zegt de uitslag met vertrouwen tegemoet te zien. 'Lees ons programma', vraagt hij. 'Ik ben nog niemand tegengekomen die er ook maar een anti-democratische passage in heeft kunnen aanwijzen. De oppositiepartijen maken ons zwart waar ze kunnen, nu het hun duidelijk is dat ze weinig stemmen zullen krijgen. Ze gooien, naar een Roemeens spreekwoord, de dooie kat over het hek van de buren'.