OP EIGEN HOUTJE; Finland zoekt schoorvoetend meer contact methet buitenland

Finland is in Europa zo'n beetje het enige land waar de bomen nog tot in de hemel groeien. In alle stilte profiteren de Finnen van gestage economische voorspoed. Portret van een land met kleine zorgen nu president Koivisto een officieel bezoek brengt aan Nederland.

Het klinkt als een Scandinavische sage. Geen werkloosheid van betekenis, nummer acht op de lijst van welvarendste land ter wereld, een overschot op de begroting, een gezond lage staatsschuld. En dan spreekt men over Finland, dat in alle stilte de afgelopen tien jaar de grootste economische groei van Europa heeft doorgemaakt. Afgelopen jaar bedroeg de groei vijf procent. De zorgen lijken in dat rooskleurige beeld futiel. De eerste is dat de bevolking van het enorme land - 4,9 miljoen inwoners - langzaam vermindert. De tweede is acuter, namelijk dat er een tekort is op de betalingsbalans met het buitenland. Een schoonheidsfout is volgens de directeur van de nationale Bank van Finland, Markku Puntila, dat de inflatie met 7,5 procent aan de hoge kant is. De verklaring voor de laatste twee verschijnselen is eenvoudig. De Finnen hebben meer uitgegeven dan zij verdienen, er is te veel krediet opgenomen in de particuliere sector.

De hausse begon in l986 toen de overheid de strenge restricties op de kredietverlening door banken versoepelde. De consumenten namen het ervan, vorig jaar groeide de kredietvraag van de huishoudens zelfs met dertig procent. De importen namen evenredig toe omdat de binnenlandse bedrijven al op topcapaciteit draaiden en schreeuwden om werkkrachten. De huizenprijzen stegen ook, zelfs met dertig procent in een jaar. Een flat in Helsinki kost meer dan waar ook ter wereld, Tokio uitgezonderd. Maar de inflatie neemt af, onder andere door een revaluatie van de Finnmark, en de Bank van Finland hoopt dat de geldontwaarding tegen het eind van het jaar rond de vijf procent zal schommelen. Bankdirecteur Puntila doet ook streng over het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans met het buitenland, vorig jaar 21 miljard Finnmark (omgerekend bijna tien miljard gulden), oftewel vier procent van het bruto nationaal produkt. De staatsschuld aan het buitenland is ruim twintig miljard, ongeveer 4,5 procent van het bruto nationaal produkt, een percentage waarop Nederland (buitenlandse staatsschuld 12,8 procent) jaloers mag zijn. Maar het zit de Finnen te hoog. Het overschot op de nationale begroting - dit jaar 1,5 procent - wordt gebruikt om de schulden af te lossen, men streeft naar een buitenlandse schuld van hoogstens 1,5 procent.

Hout

Hoe hebben de Finnen het klaar gespeeld om in alle stilte zo rijk te worden? Het eerste antwoord is: hout. De Finse bossen zijn nog steeds het rijkste en bovendien onuitputtelijke nationale bezit. De houtverwerkende industrie neemt ongeveer veertig procent van de uitvoer voor zijn rekening. Omdat daar weinig invoer van grondstoffen tegenover staat, verdient de sector netto de helft van de vreemde valuta. Daarnaast is Finland nog de grootste houtkoper van Europa, omdat prijzen elders lager zijn of omdat het geografisch goed uitkomt. Het streven is om steeds hoogwaardiger produkten te maken met meer toegevoegde waarde. Dus geen houtpulp of krantenpapier, maar glanspapier, schrijfpapier en luxe-waren. De technologische kennis daarvoor is een andere specialisatie die zeer winstgevend is. Finland staat niet alleen aan de top op het gebied van papiermachines, maar ook van computersturing daarvoor.

Minister-president Harri Holkeri ziet deze sector ook in de toekomst floreren, in een economisch vrijer Europa. 'Finland gebruikt tweehonderd kilo papier per hoofd van de bevolking. In Oost-Duitsland is dat tachtig kilo. In de oosteuropese landen ligt een enorme markt voor ons, want democratie kost meer papier dan dictatuur, zo is het.' Hij is, net als alle Finse politici en zakenmensen, pessimistisch over de Sovjet-Unie. De handel met Rusland is de laatste jaren teruggelopen naar ruim veertien procent van het totaal. De Russen leveren voornamelijk olie en aardgas, maar de prijzen daarvan zijn fors gedaald op de wereldmarkt. De Finnen leveren dus steeds minder papier, ijsbrekers en consumentengoederen in ruil. En zij weten niet goed wat zij meer zouden kunnen kopen bij de oosterbuur.

Van alle democratische landen heeft Finland waarschijnlijk de meeste ervaring in handel met de Sovjet-Unie. Maar dat is niet bepaald een stimulans nu heel actief te worden.

Tapo Serenius, woordvoerder van het concern Nokia, het grootste industriele conglomeraat van Finland, zegt daarover: 'Voor perestrojka hadden wij met centrale organisaties te maken, nu met de leiding van ondernemingen, bij voorbeeld met de directeur van een elektriciteitscentrale. Dat werkt heel verwarrend, want zij willen nu zaken doen volgens de regels van de markt, maar zij kennen de regels van de markt niet. 'Desondanks hebben we nu een aandeel van veertig procent in een joint venture bij Moskou, om koperdraad te maken. De nieuwe fabriek wordt door een Turkse aannemer met Turkse arbeiders gebouwd, wij leveren machines en bieden ondersteuning bij het management. De Russen leveren materialen en ruw koper tegen wereldmarktprijzen en reken maar dat ze die kennen. Het produktieplan is 100.000 ton koperdraad per jaar, en daarvan krijgen wij 25.000 ton als vergoeding en winst. Echt interessant is dit soort ruilhandel niet, maar ach, koper hebben wij altijd nodig, en onze investering is maar honderd miljoen gulden. Veel kan er niet mis gaan, en we maken daarmee een goede indruk.' Ook andere Finse bedrijven zijn niet bereid om op grote schaal in de Sovjet-Unie te investeren zolang de situatie onoverzichtelijk is en niet vaststaat of en hoe winst kan worden geincasseerd.

Arbeid

Een probleem voor de Finse industrie is het tekort aan arbeidskrachten in het zuiden van het land, een schreeuwend tekort zoals dat heet. De werkloosheid is ongeveer drie procent, sociaal zwakken en arbeidsongeschikten meegerekend - bij elkaar l00.000 mensen. In feite is dus sprake van krapte op de arbeidsmarkt. De Finnen zijn niet lui, wel goedgeschoold, maar er zijn er te weinig. Veertig jaar geleden werkte nog de helft van de arbeidende bevolking in de land- en bosbouw, nu is dat nog maar tien procent. Vooral de bosbouw is sterk gemechaniseerd, er zijn machines die binnen veertig seconden een boom omzagen, van takken ontdoen en schillen. Tienduizenden agrariers zijn naar de grote steden in het zuiden getrokken om in de industrie te gaan werken, vaak nog als eigenaar van wat bossen en meren. Maar het was niet genoeg.

De Finnen denken er niet over om de grenzen open te zetten voor gastarbeiders. Zoetsappig wijzen zij op het ijzige klimaat waar Marokkanen en Turken niet tegen kunnen, en op de eigenaardigheid van de Finse taal. Maar even belangrijk is dat zij geen behoefte hebben aan raciale problemen, aan groepen onaangepaste vreemdelingen die misdaad en drugsgebruik meebrengen. Zij hebben al genoeg aan het alcoholisme. Een ander keihard argument is dat die mensen hun gezinnen willen meenemen. Daarvoor zijn huizen en scholen nodig, dure hulp en voorzieningen, dus de economie gaat er uiteindelijk niet op vooruit.

Dat argument geldt echter niet voor etnische Finnen in het buitenland. Daarom werven bedrijven onder Finnen die in Zweden zijn gaan werken toen de welvaart daar nog substantieel hoger was. En er is discussie over de mogelijkheid om een deel van de 750.000 Russen van Finse afkomst, die door het lot in de Tweede Wereldoorlog op tragische wijze in de Sovjet-Unie zijn beland, binnen te halen. Maar dat is gezien de relaties met Moskou een delicate affaire.

Schroom beheerste ook een ander aspect van de Fins-Russische verhouding, namelijk de vervuiling. De verouderde industrieen rond Leningrad en in Letland stoten grote hoeveelheden giftige stoffen uit of lozen die in de Finse Golf. Maar een nog groter gevaar dreigt in het Noorden, waar de Russische nikkelfabrieken per jaar 670.000 ton zwaveldioxide en nikkelstof de lucht in blazen. De zure regen is al licht rampzalig voor de bossen van oost-Lapland, maar de neerslag bedreigt ook de rendiersteppen.

Pas sinds het bezoek van Gorbatsjov aan Helsinki in l988 is het onderwerp bespreekbaar geworden en zijn bilaterale werkgroepen opgericht. Finland zegt de technologie te bezitten om 85 procent van de vervuiling te voorkomen en het wil financieel bijdragen. Maar het heeft niet de miljarden om hele industrieen te moderniseren en de vrees is dat de Sovjet-Unie er ook niet toe in staat is. Minister-president Harri Holkeri verbergt zijn gevoelens dan ook niet: hij is zeer bezorgd.

Toekomst

Directeur Puntila van de Bank van Finland ziet de economische toekomst van zijn land zonnig in. 'Wij hebben een homogene, goed geschoolde werkende bevolking, er heerst consensus in dit land en in een aantal belangrijke sectoren zoals de houtindustrie, de machinebouw en de chemie kan Finland goed concurreren. De scheepsbouw heeft problemen en de kledingindustrie staat onder druk, daar moet kwaliteit redding brengen. Het is waar dat enkele bedrijfstakken beschermd worden door tariefmuren of andere beschermingsconstructies. Maar inmiddels hebben wij al fors geliberaliseerd en dat is goed opgevangen. Ik blijf bezorgd over enkele sectoren, maar ik denk dat wij over het algemeen bestand zijn tegen de open concurrentie van de EG.' Op dit moment worden onderhandelingen gevoerd tussen de associatie van vrijhandelslanden EFTA, waarbij Finland is aangesloten, en de EG. De inzet is vrij verkeer van goederen, geld, mensen en diensten tussen beide blokken.

Bankdirecteur Puntila: 'Het moet gebeuren, maar de prijs is dat Finland een deel van zijn autonomie verliest, en daarmee instrumenten om de economie te beinvloeden uit handen geeft. In de afgelopen twee jaar hebben wij de Finnmark bij voorbeeld zes procent gerevalueerd om de oververhitting van de economie tegen te gaan en de inflatie omlaag te brengen. Dat kan in de toekomst niet meer, dan houden wij alleen de arbeidsmarkt en de belastingheffing over als beleidsinstrumenten.' Finland is ook niet van plan deel te nemen aan het landbouwbeleid van de EG, want de agrariers worden hevig gesubsidieerd. Een emotioneel onderwerp is ook de afschaffing van de restrictie op buitenlands eigendom van Finse ondernemingen. Nu mag niet meer dan veertig procent van een Finse onderneming in buitenlandse handen zijn, maar als die bepaling wegvalt kunnen buitenlanders Finse wouden opkopen- en dat treft de ziel van Suomi.

Helsinki troost zich met de gedachte dat ook in de EG uitzonderingen mogelijk zijn voor vitale nationale belangen of gevoeligheden. Maar in de Finse borst strijden twee zielen. De ene is die van de licht wantrouwige, enigszins xenofobe boer, die vertrouwt op eigen kracht. De andere is die van de moderne, door welvaart verwende stadsbewoner, die beseft dat er buitenland nodig is om te exporteren. Maar hij wil niet meer buitenland dan strikt nodig is.