'Nieuwe' kever richt miljoenen schade aan

ZWOLLE, 16 mei - Negen jaar geleden werd in Zwolle de restauratie voltooid van de kerk van Onze Lieve Vrouwe ten hemel opneming. Ruim twaalf miljoen gulden was er in gestoken. Maar nu al breekt het kerkbestuur zich het hoofd hoe het meer dan twee ton bij elkaar kan krijgen om te voorkomen dat het de kerk alsnog aan de elementen moet prijsgeven.

Veel van de grote zware eikehouten balken van de dakconstructie zijn bijna vermolmd of uitgehold en aan totale vervanging toe, andere zouden nog gered kunnen worden; maar dan moet er wel snel een afdoende remedie worden gevonden tegen de veroorzaker van dit alles: de Xestobium rufovillosum, in het nederlands: bonte knaagkever of klopkever.

De bonte knaagkever is niet alleen voor het Zwolse kerkbestuur een nachtmerrie. Het beestje slaat ook in tal van andere, net gerestaureerde (kerk)gebouwen in Nederland vernietigend toe. De torenspits van het kerkje van Deinum bleek twee jaar geleden door de kever al zo opgeknaagd dat hij vervangen moest worden; het Marechausseemuseum in Buren, het stadhuis en de Binnenpoort in Culemborg, de Vleeshal in Haarlem en de stadsgevangenis in Enkhuizen, het zijn allemaal gebouwen die de gevolgen van de plaag ondervinden.

Een schatting van de Stichting Federatie Monumenten spreekt van 250 tot 300 aangetaste monumenten in Nederland. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist, die een werkgroep heeft opgericht voor de bestrijding van de kever, durft durft geen bedrag te noemen van de totale schade. Maar maar kan en wil niet ontkennen dat een miljoenenoperatie nodig is om de aangerichte schade te herstellen.

Niet de kever zelf richt de schade aan, maar de larve die hij is voor de verpopping. 'Eigenlijk gewoon een grote houtworm', stelt J. de Jonge van de hoofdinspectie milieuhygiene van het ministerie van VROM. De Jonge zit als verdelgingsdeskundige in de speciale werkgroep van Monumentenzorg. 'Wij zijn in het verleden wat lichtvaardig omgesprongen met het beestje', zegt hij. Men ging er van uit dat de larven van de kever op dezelfde wijze bestreden konden worden als gewone houtwormen (Amobium punctatum). Die worden door het eenvoudig spuiten van chemische bestrijdingsmiddelen op houtwerk in toom gehouden. Toen de bonte knaagkever voor het eerste als plaag gesignaleerd was, werd hij ook op die wijze bestreden. Maar de levenscyclus van de knaagkever speelt zich bijna totaal in het houtwerk af. Daardoor blijkt bestrijding van buitenaf niet afdoende.

Het kevertje, tussen de 6 en 8 millimeter groot, legt zijn eitjes in de kieren en naden van de balken. De larven die daar uit komen vreten zich direct de balk in om zich er vervolgens gedurende drie tot elf jaar te goed te doen aan het binnenwerk. Een larve kan een halve centimeter hout per week aan.

Vervolgens gaan ze, dicht onder de oppervlakte van het hout, binnen drie weken verpoppen. De kever die dan ontstaat, kan zich zo gemakkelijk naar buiten vreten, waardoor de karakteristieke houtwormgaten ontstaan. Hij kan evenwel ook binnen in de balk blijven en daar een heel nieuwe levenscyclus beginnen. 'Er zitten soms gigantische gaten binnen in de balken', aldus De Jonge. 'Kraamkamers noemt men ze ook wel, om aan te geven dat de hele levenscyclus van de kever zich erin afspeelt.' De bonte knaagkever komt van origine voor in vochtige loofbossen, hij is gek op eikehout. Dat is een van de redenen dat hij zich speciaal aan oude (gerestaureerde) bouwwerken te goed doet. Tot 1850 werd vooral eikehout als bouwhout gebruikt, pas later stapte men over op geimporteerd grenen uit het Oostzeegebied. 'Alles ouder dan neo-gotisch loopt eigenlijk gevaar', aldus J. Klok, hoofd financien van het Aartsbisdom Utrecht, dat vier provincies beslaat (Utrecht, Gelderland, Overijssel en Flevoland). Veel gerestaureerde kerken van het bisdom zijn van voor 1850. Klok kan de aangerichte schade nog niet schatten. Maar hij is wel bang dat meer kerken zo'n schade als die in Zwolle hebben. 'We zijn het er inmiddels over eens dat de kever een algemeen verschijnsel is.'

Behalve in Drenthe en Noord-Brabant, waar grote eikehouten kapconstructies zeldzaam zijn, is de kever overal in Nederland actief.

Er is inmiddels een verklaring voor het feit dat de kever uitgerekend aan net gerestaureerde bouwwerken schade toebrengt. Hij vestigt zich graag waar schimmels al wat voorbereidend werk hebben gedaan. Bij restauraties komen grote dakconstructies vaak een tijdje open te liggen. Het hout dat dan vochtig wordt kan, wanneer het dak weer afgedicht en volledig geisoleerd wordt, niet meer droog waaien, waardoor zich de vereiste schimmels kunnen vormen. Een goede ventilatie wordt daarom door de deskundigen als een heel probaat middel tegen de plaag beschouwd.

Maar de bestrijding van bestaande kever-populaties is daarmee natuurlijk niet gebaat. Daarvoor heeft men nu alle hoop gevestigd op het injekteren van aangetast hout: een zeer arbeidsintensief en tevens voor de bouwwerken zelf niet ongevaarlijk karwei. In de balken moeten op onderlinge afstanden van 10 tot 20 centimeter gaten geboord worden, waarin vervolgens onder druk een voor de kever giftige stof gespoten wordt. Dat zo'n bestrijding afdoende is, kan men alleen maar hopen. 'Dat weten we eigenlijk pas over vijf jaar', geeft De Jonge toe. Er moet echter ook per balk en bouwwerk overwogen worden of zo'n behandeling wel nut heeft. Het zo intensief gaatjes boren in de balken tast de draagkracht ervan zeker aan. Dat de behandeling, die waarschijnlijk ook nog eens om de vijf jaar herhaald moet worden, arbeidsintensief en dus kostbaar is, staat buiten kijf. Volgens O. Steenbrink, coordinerend hoofd van de afdeling technieken van Monumentenzorg, kan de plaag met de huidige financiele middelen niet worden bestreden. Op de begroting voor de komende vijf jaar is met de bestrijding van de bonte knaagkever geen rekening gehouden. Steenbrink: 'Als men hier iets aan wil doen, dan zal er toch vanuit de politiek iets moeten gebeuren.'