Kleine landen eisen overleg; Verzet tegen besluit bank Oost-Europa

BRUSSEL/ DEN HAAG, 16 mei - De kleinere EG-landen verzetten zich tegen de beslissing van de grote industrielanden over de vestiging van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa in Londen en de benoeming van de Fransman Jacques Attali als president van de bank. Op initiatief van Nederland hebben zeven kleinere EG-landen gisteren in Brussel besloten om de ondertekening van het lidmaatschap van de Europese Commissie van de nieuwe bank voor Oost-Europa (EBRD) te blokkeren.

Bovendien is Amsterdam alsnog naar voren geschoven als vestigingsplaats voor de bank. De kleinere EG-landen hebben geeist dat de EBRD niet in een van de vier grote EG-landen mag worden gevestigd. 'Wij dringen er op aan dat de normale procedures worden gevolgd en dat over de Bank voor Oost-Europa overleg wordt gevoerd met alle twaalf lidstaten. De vestigingsplaats en de president van de bank moeten niet op een achternamiddag worden bedisseld door de vier grote EG-landen', aldus een woordvoerder bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel. Belgie, Luxemburg, Denemarken, Griekenland, Spanje en Portugal hebben zich gisteren in een vergadering van de Permanente Vertegenwoordigers (ambassadeurs) in de EG bij dit Haagse initiatief aangesloten. Ook zonder Ierland, dat zich gisteren als tijdelijk voorzitter van de EG neutraal opstelde, is dit een meerderheid.

De kleinere EG-landen menen dat de uiteindelijke besluiten door de Europese Raad (van staatshoofden en regeringleiders van de EG-landen) moeten worden genomen. Zij wijzen erop dat de Europese Raad alleen met unanimiteit kan beslissen. Hiermee is de besluitvorming in de EG over de ondertekening van de statuten van de EBRD volkomen geblokkeerd.

De ergernis van de kleinere EG-landen betreft de eigenmachtigheid waarmee de grote EG-landen een beslissing over de Ontwikkelingsbank van Oost-Europa hebben geforceerd buiten het EG-overleg om. Hoewel de EBRD een zaak is van alle twaalf EG-landen, is het besluit voor Londen en Attali genomen in de zogenoemde Groep van zeven, het overleg van de zeven machtigste industrielanden. Hieraan nemen uit de EG de Bondsrepubliek, Frankrijk, Italie en Groot-Brittannie deel, samen met de VS, Japan en Canada.

Anderhalve week geleden sloot de Groep van zeven in Washington een akkoord dat betrekking had op het Internationale Monetaire Fonds maar waarin ook de nog hangende problemen bij de EBRD werden opgenomen.

Door deze onderlinge afspraak werd oud-minister Ruding uitgeschakeld als kandidaat voor de hoogste functie bij de EBRD. De Europese Commissie is een van de 42 leden van de nieuwe bank. Door het besluit in Brussel heeft de Commissie geen toestemming om op 29 mei de statuten van de EBRD te ondertekenen. In de statuten moet de vestigingsplaats van de bank zijn opgenomen. Zaterdag hebben hierover de laatste onderhandelingen op ambtelijk topniveau in Parijs plaats.