Kabinet wil af van procedure rond Schengen

DEN HAAG, 16 mei - Nederland zal proberen te voorkomen dat verdere afspraken over vrij personenverkeer buiten de EG om gesloten zullen worden. Dit zegde staatssecretaris Dankert (buitenlandse zaken) vanochtend toe tijdens een mondeling overleg de Tweede Kamer.

De vertrouwelijke procedure die voor het Verdrag van Schengen is gekozen noemde hij 'leuk geprobeerd, maar dit is dus niet de manier'.

Tussen de Twaalf EG landen wordt ook aan een verdrag gewerkt dat voorziet in de opheffing van de persoonscontrole aan de binnengrenzen. De PvdA-fractie zei vanochtend tegen ondertekening van dit verdrag te zijn. Beide verdragen worden voorbereid in geheime onderhandelingen; het parlement kan zo'n verdrag alleen weigeren goed te keuren. In EG-verband bestaat wel de mogelijkheid van tussentijdse parlementaire inspraak. Ook is de EG-rechter bevoegd om de uitvoering van het verdrag te controleren. In de Tweede Kamer bleek vanochtend de weerstand tegen het Verdrag van Schengen nog onverwacht groot. Er doemt wel een meerderheid voor ondertekening op, maar de PvdA lijkt daar nog niet bij te zijn. Van Traa zei dat de beide staatssecretarissen in de komende onderhandelingen 'nog een heleboel' binnen moeten halen. Alleen CDA-woordvoerder Gualtherie van Weezel toonde zich onverkort voorstander van tekenen. Hij vond de onderhandelingsresultaten van de afgelopen maanden al zo mooi dat hij Dankert en Kosto daarvoor complimenteerde. Niet tekenen betekent volgens hem dat Nederland in Europa spelbreker wordt. De VVD wil afwachten tot de regering tekent en pas dan een oordeel geven. Bij D66, PvdA, Groen Links en de kleine rechtse partijen waren echter serieuze inhoudelijke bezwaren. Van Traa vond dat er voor de controle op de toepassing van het Verdrag van Schengen een bevoegde rechter aangewezen moest worden. Het Uitvoerend comite dat de vijf verdragsstaten nadere regels moet stellen ('de Schengen-wetgever') zou dat volgens hem in het openbaar moeten doen. Wolffensperger (D66) verklaarde zich mordicus tegen de gevolgde procedure: 'Zo moet het dus in elk geval niet'.

Van de procedure rond het verdrag tussen de 12 lidstaten 'schrik je nog veel erger'.

Dankert zei dat de nu gevolgde procedure ook nogal riskant is omdat maar een van de nationale parlementen het verdrag hoeft te verwerpen 'en het hele bouwwerk is ingestort'.

Hij zei een 'samenhangende procedure in Gemeenschaps verband' te willen waarbinnen het vrije personenverkeer kan worden geregeld.

Volgens staatssecretaris Kosto is een apart Schengen-Hof niet mogelijk omdat ondanks de Nederlandse inspanning daartoe de toelatingsnormen binnen de Benelux, Frankrijk en Duitsland niet zijn geharmoniseerd. Wel zei hij toe ervoor te zorgen dat de regels die het Uitvoerend comite wil stellen tevoren worden gepubliceerd 'zodat parlementaire tussenkomst voor besluitvorming mogelijk is'.

Het comite opereert bovendien onder politieke verantwoordelijkheid van dit kabinet, aldus Kosto. 'Dus wij zijn interpellabel door de Kamer'.

Kosto kwam enigszins in moeilijheden toen de Kamer doorvroeg naar de uitwerking van het circulatierecht voor vreemdelingen met een verblijfsvergunning van een van de Schengen-landen. Kosto noemde het een winstpunt dat de visaplicht verviel maar hij kon niet ontkennen dat daarvoor in de plaats een meldingsplicht bij de nationale vreemdelingendiensten kwam. Hij verwachtte echter dat deze praktijk 'die ogenschijnlijk in strijd is met het ideaal', net als in de beginperiode van de open Benelux-grenzen, 'geleidelijk aan weg zal slijten'.

Ook begreep de Kamer niets van Kosto's mededeling dat afgewezen asielzoekers niet meer in andere Schengen-landen een verzoek kunnen indienen, terwijl de staatssecretaris tegelijkertijd meedeelde dat hun personalia niet in het geautomatiseerd informatiesysteem opgenomen zullen worden.