JAN VAN VLIJMEN: Herkansing ambitieus musicus

Jan van Vlijmen, die gisteren werd benoemd tot directeur van het Holland Festival, zal een organisatie gaan leiden die zich na een aantal financieel magere jaren met een sterk verhoogd budget en een deels spectaculairder programmering zich ook wil richten op een veel groter publiek. Van Vlijmen wordt de opvolger van Ad 's-Gravesande, die zich na zeven Festivaljaren vanaf 1 januari aanstaande opnieuw gaat bezighouden met het produceren van tv-programma's. 'We zijn ervan overtuigd dat de artistieke persoonlijkheid van Van Vlijmen een interessant stempel op het festival kan drukken', aldus Holland Festival-voorzitter A.van der Zwan, die verleden jaar de basis legde voor het nieuwe beleid, nadat het vorige bestuur collectief was afgetreden.

Van Vlijmen kreeg van het Holland Festival-bestuur uiteindelijk de voorkeur boven een aantal andere kandidaten uit binnen- en buitenland, onder wie Hein van Royen (directeur van het Concertgebouworkest), Cox Habbema (directeur Amsterdamse Stadsschouwburg) en de Engelsen Nicholas Snowman en Peter Drummond (vroeger verbonden aan het Edinburgh Festival). Van Vlijmen (54) studeerde piano, orgel en compositie bij Kees van Baaren aan het conservatorium in Utrecht. De componist werd in 1967 benoemd tot adjunct-directeur en later, als opvolger van Van Baaren, tot directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij met succes een expansief beleid voerde en zorgde voor een nieuw gebouw. Van Vlijmen werd in Den Haag opgevolgd door Frans de Ruiter, die voor de periode 's-Gravesande jarenlang directeur was van het Holland Festival en nu een van de bestuursleden is die Van Vlijmen bij het festival benoemde.

In 1986 werd Van Vlijmen als opvolger van Hans de Roo aangesteld tot intendant van de Nederlandse Opera in het nieuwe Amsterdamse Muziektheater, waar hij met grote kracht een ambitieus vernieuwend artistiek beleid introduceerde, dat tegelijkertijd zou moeten leiden tot een snelle toename van het aantal voorstellingen. Hij zorgde voor opzienbarende en goede voorstellingen - met als hoogtepunt Rossini's Il barbiere di Siviglia in de regie van Dario Fo - en fel omstreden produkties, zoals de Tristan und Isolde van Wagner, in vrijwel totale leegte geregisseerd door Jurgen Gosch. Deze voorstelling werd door Van Vlijmen gezien als het beste voorbeeld van zijn ideeen.

Van Vlijmen kreeg niet de kans zijn beleid op consistente wijze uit te voeren. De noodzaak zijn telkens te duur blijkende plannen steeds weer bij te stellen veroorzaakte nogal wat chaos en nieuwe kosten. Al iets meer dan een jaar na zijn aantreden, toen inmiddels een fors financieel tekort had geleid tot een opstand van het personeel tegen de intendant, werd Van Vlijmen eind 1987 door minister Brinkman gedwongen op te stappen.

Wat Van Vlijmen door het ministerie van WVC tijdens inlopen van het tekort niet werd toegestaan - de kwaliteit handhaven ten koste van de kwantiteit - mocht zijn opvolger Pierre Audi uiteindelijk wel. De zeer zuinige zakelijk directeur Truze Lodder, die onlangs kon aankondigen het tekort van 7,5 miljoen gulden reeds geheel te hebben weggewerkt, had die functie ook al tijdens het bewind van Van Vlijmen. Het ministerie van WVC, dat het Holland Festival de komende jaren flink extra subsidieert, had daarom nog wel enige verplichtingen aan Van Vlijmen.

In zijn nieuwe baan zal Van Vlijmen ook weer te maken krijgen met de Nederlandse Opera, dat jaarlijks een operavoorstelling in het Holland Festival uitvoert. Overigens blijkt uit het feit dat Het Nationale Ballet nu al voor het tweede jaar niet in het programma van het komende Holland Festival is opgenomen, dat zulke tradities ook niet eeuwig duren.

Na zijn vertrek bij de Nederlandse Opera schreef Van Vlijmen onder meer de opera Un malheureux vetu de noir over de laatste jaren van Vincent en Theo van Gogh. Eind dit jaar zal het stuk in Amsterdam in premiere gaan als co-productie van de Koninklijke Vlaamse opera, de Stichting voor bijzondere kunstmanifestaties en de VPRO-televisie.

Van Vlijmen was de laatste maanden ook kandidaat voor de opvolging van Gerard Mortier als intendant van de Nationale Opera in de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel. Hij werd door de Raad van bestuur als tweede geplaatst op de voordracht, onder de Luikse organist Bernard Foccroulle, wiens benoeming onlangs werd bekrachtigd door koning Boudewijn.