'He brother, je verraadt ons toch niet'

NEW YORK, 16 mei - 'He brother, je bent ons aan het verraden', schreeuwt een boze Afro-Amerikaanse demonstrant naar een zwarte man die een Koreaanse winkel in Brooklyn met een zak vol fruit in de arm verlaat. Na een boycot van vier maanden durven de klanten sinds eergisteren de rijen postende zwarten massaal te passeren.

Voor het eerst dreigt de boycot van een Koreaanse winkel te mislukken. 'Ik woon al jaren in deze buurt en de mensen die hier voor de deur staan, komen niet van hier', protesteert Afro-Amerikaan Allen, terwijl hij een paar Spaanse pepers in een plastic zak duwt. 'Die mensen werken niet. Ik wel.'

Buiten klinkt een opname van de in de jaren zestig vermoorde Zwarte Panter Malcolm X. Het is een klassiek patroon. Nieuwe immigranten beginnen winkels in de arme wijken en de hoofdzakelijk zwarte klanten klagen en protesteren. Sinds een week trekt de boycot nationale aandacht. Het aantal interraciale incidenten in New York is zo sterk opgelopen dat de anders zo bedaarde burgemeester David Dinkins ze voor het eerst publiekelijk heeft veroordeeld. Hij beschuldigde ook de media van het aanwakkeren van de rellen.

Boycots van Zuidkoreaanse winkels in zwarte wijken komen vaker voor en vroeger deed de eigenaar zijn zaak dan van de hand. Dit keer wil de Koreaanse gemeenschap in Brooklyn echter een einde maken aan deze gewoonte en heeft ze geld ingezameld om de getroffen winkelier te steunen. Ook andere donaties stromen binnen. Een gever heeft behalve een 100 dollarbiljet een Amerikaanse vlag gestuurd. Die hangt voor het raam, schuin boven de verse tomaten. Een auto stopt en er stappen twee chassidische joden uit. Ze hebben zwarte pakken, hoeden en pijpekrullen. Hun bezoek aan de winkel heeft iets van een plechtige verklaring. 'He, jood, wat ben je aan het doen?', roept een postende zwarte als een van hen de winkel weer verlaat. Het conflict, dat veel symbolische kanten heeft, wordt goed bewaakt. Voor de winkel en op omringende daken staan gewapende politie-agenten. Om de hoek zijn rijen politie-auto's geparkeerd. Strategische punten zijn bezet door studiowagens van televisiestations die bij actiescenes op de eerste rang willen zitten. Church Avenue is een lange, drukke winkelstraat met gebouwen van drie tot vier verdiepingen.

De andere Zuidkoreaanse groentewinkels doen goede zaken, maar de baas van deze winkel wordt ervan beschuldigd dat hij samen met een bediende een aframmeling heeft gegeven aan een Haitiaanse vrouw, nadat ze de kassier een Spaanse peper in het gezicht had gegooid. De kassier gooide een peper terug. 'Ze wilde maar twee dollar betalen voor iets dat drie dollar kost. De kassier accepteerde dat niet', zegt winkeleigenaar Chang Bong Jae.

Pag.5: Vervolg