Europese ministerraad bekijkt tabaksreclame

BRUSSEL, 16 mei - De Europese ministers van gezondheid krijgen morgen een zware pijp te roken. Ze gaan zich op hun raadsvergadering in Brussel voor het eerst bezighouden met een van de neteligste dossiers die er zijn: de vraag of reclame voor tabaksprodukten in de Europese Gemeenschap verder moet worden teruggedrongen. Ook bekijken ze of indirecte reclame, zoals op aanstekers, geheel moet worden verboden.

In een ontwerp-richtlijn stelt de Europese Commissie dat reclame voor sigaretten vergezeld moet gaan van een specifieke waarschuwing. Bij tabaksprodukten anders dan sigaretten moet de algemene waarschuwing 'brengt de gezondheid ernstige schade toe' worden toegevoegd.

Reclame die het tabaksprodukt niet noemt, maar wel verwijst naar een 'merk, embleem, symbool of ander onderscheidingsteken dat voornamelijk voor tabaksprodukten wordt gebruikt', wil de Commissie geheel verbieden. Bovendien mogen reclameboodschappen geen misleidende informatie bevatten en is reclame in speciaal op de jeugd gerichte publikaties verboden.

Het Europees Parlement vindt de richtlijn van de Commissie lang niet ver genoeg gaan en sprak zich in maart uit voor een totaal verbod op zowel directe als indirecte reclame voor tabak. In Spanje, Italie en Portugal bestaat al zo'n algemeen verbod. De Europese Commissie heeft de aanbevelingen van het parlement niet overgenomen, maar de lidstaten met een algemeen verbod mogen dat wel handhaven.

Nederland is het in principe eens met de doelstellingen om het gebruik van tabak terug te dringen om zo kanker te bestrijden, maar vraagt zich af of het terugdringen van het roken wel op de beste manier kan worden bereikt door het opleggen van voorschriften.

Net als Denemarken, de Bondsrepubliek en Groot-Brittannie heeft Nederland goede ervaringen opgedaan met het afspreken van een gedragscode tussen overheid en fabrikanten. Die code is op 1 januari met vijf jaar verlegd. Nederland vindt het ongelukkig dat op grond van de richtlijn afzonderlijke lidstaten toch weer strengere normen kunnen aanhouden: dat is immers niet echt harmoniserend te noemen.

Verder zet Nederland vraagtekens bij het verbod op indirecte reclame, waardoor ondernemingen die zowel tabak als andere produkten op de markt brengen in de problemen komen. Als voorbeeld verwijst Nederland naar de merknaam Van Nelle, die zowel voor koffie en thee als shag is ingeburgerd. Als de richtlijn zou worden aangenomen, moet het betrokken bedrijf of voor de koffie en thee, of voor de shag een andere naam invoeren. Nederland vraagt zich af of de Europese Commissie wel het recht heeft om zulke absolute beperkingen op te leggen aan de uitoefening van het eigendomsrecht van merkhouders, dat zeer hecht verankerd is.

Terwijl een aantal lidstaten dus twijfels heeft over de voorgestelde richtlijn - een beslissing is morgen zeker niet te verwachten - is de Europese reclamewereld al maandenlang in rep en roer. De European Advertising Tripartite (EAT), waarbij onder meer het Nederlandse Genootschap voor Reklame is aangesloten, heeft de Europese Commissie er van beschuldigd dat ze de Europese Akte misbruikt. Dit 'om gezondheidsdoelstellingen te bereiken die zo niet bereikt zullen worden'.

Bovendien, zo meent Alastair Tempest, de directeur-generaal van de EAT, zal de concurrentie in de markt - een doel dat immers zo hoog staat in het vaandel van de interne markt - afnemen en wordt de vrije handel en de vrije pers belemmerd.

De EAT erkent wel het recht van afzonderlijke lidstaten om roken te ontmoedigen, maar vindt het ernstiger dat door de richtlijn het 'fundamentele principe van vrijheid van commerciele uitingen' wordt beknot. 'Een reclameverbod vermindert de vraag naar sigaretten niet, het zet slechts de marktaandelen vast', gelooft Tempest. Onderzoek heeft volgens de EAT aangetoond dat in landen met een volledig verbod op tabaksreclame, zoals Italie, Noorwegen en Finland, geen duidelijke vermindering van het tabaksgebruik heeft plaatsgehad in vergelijking met landen waar reclame wel is toegestaan. Bovendien, zo meent Tempest, vermindert de concurrentie erdoor en krijgt de consument daardoor geen informatie om keuzes te kunnen maken, bijvoorbeeld uit merken met een lager teer- en nicotinegehalte.

Wanneer deze richtlijn zou worden aangenomen, zo vindt Tempest, dan wordt er een 'gevaarlijk precedent' geschapen met 'een veel bredere betekenis voor onze democratische vrijheden'.

Met enige demagogische overdrijving stelt de reclameman vast dat het 'van dit voorstel nog maar een stap is naar de totale onderdrukking van persvrijheid door de commerciele uiting praktisch te elimineren'.