Dwarskijkers

In een parlementaire democratie behoren buitenparlementaire instanties, zoals partijbesturen, eigenlijk niet - althans niet rechtstreeks - betrokken te zijn bij de vergaderingen van geestverwanten in vertegenwoordigende lichamen. Een groep politieke geestverwanten in een vertegenwoordigend lichaam pleegt te worden aangeduid als 'fractie', bestaande uit door de kiezers gekozen volksvertegenwoordigers, let wel: volksvertegenwoordigers en dus geen partijvertegenwoordigers. Wat dit betreft wees het Tweede-Kamerlid Jurgens (PvdA) er onlangs in deze krant volkomen terecht op, geen Kamerlid te zijn 'voor' een bepaalde partij: je wordt weliswaar gekozen op de lijst van een bepaalde partij, maar ben je eenmaal gekozen dan vertegenwoordig je niet meer die partij als zodanig, maar - zoals de Grondwet zegt - het gehele Nederlandse volk. In dit verband moeten in staatsrechtelijk opzicht enige vraagtekens worden geplaatst bij het bericht dat de partijvoorzitter van de VVD of een bestuurslid namens hen voortaan bij elke liberale fractievergadering aanwezig zal zijn. Op het eerste gezicht is een dergelijke afspraak om de communicatie tussen fractie en partijbestuur te verbeteren natuurlijk mooi, maar het 'primaat' behoort wel te blijven berusten bij de Kamerfractie, als zijnde een deel van de gekozen volksvertegenwoordiging. De in een fractie verenigde volksvertegenwoordigers kunnen in een fractievergadering desgewenst buitenstaanders als gasten toelaten en die gasten hun zegje laten zeggen, maar dan wel volkomen vrijblijvend - dus hoogstens als adviseurs, niet als dwarskijkers of wat daarop lijkt. Wordt de aanwezigheid van partijbestuurders in fractievergaderingen een structureel verschijnsel dan zou dit staatsrechtelijk gezien geen toejuiching verdienen. Volksvertegenwoordigers moeten, hetzij in de plenaire Kamervergadering, hetzij in een commissievergadering, hetzij in de eigen fractievergadering, volkomen onafhankelijk kunnen beraadslagen en besluiten, zonder zich eventueel belemmerd te voelen door de aanwezigheid van een buitenstaander, ook al is dit de partijvoorzitter zelf. De Tweede-Kamerfractie van de VVD zou dus tegen de partijvoorzitter moeten kunnen zeggen: prettig dat u geweest bent, meneer Ginjaar, leuk dat wij van u een aantal signalen uit de achterban hebben mogen vernemen, maar nu wegwezen, want nu gaan wij als onafhankelijke volksvertegenwoordigers beraadslagen en besluiten over parlementaire zaken. In de praktijk zal het misschien wel meevallen, en: wie maakt zich nog eigenlijk druk over de staatsrechtelijke aspecten van het parlementaire stelsel?