City voelt concurrentie van Frankfurt en Parijs

LONDEN, 16 mei - Wanneer morgen directies van de Europese aandelen- en effectenbeurzen in Kopenhagen bijeenkomen om plannen voor een gemeenschappelijk systeem van Europese beursnoteringen te bespreken, is de positie van de Londense Stock Exchange gelijk aan die van mevrouw Thatcher in de Gemenebestvergadering over sancties jegens Zuid-Afrika. 'If it is once again forty-eight against one, then I am sorry for the forty-eight', zei de Britse premier vorig jaar standvastig.

Daar houdt de analogie ook op. De Londense beurs begint de onderhandelingen uit de superieure voorsprong van financieel-centrum-van-oudsher, maar weet zich gewaarschuwd door geluiden van onvrede uit de eigen achterban en schoten voor de boeg van onder andere Duitse zijde.

De dominante positie van Londen als financieel centrum, die een paar jaar geleden nog onaantastbaar leek, staat onder druk. De beurzen van Parijs en Frankfurt ontwikkelen zich steeds meer tot concurrenten. Voor een deel komt dat door de politieke ontwikkelingen in Europa, voor een ander deel - zeggen critici in Londen - ligt de oorzaak bij de financiele gemeenschap zelf.

Het Londense beursbestuur zou niet snel genoeg reageren op de ontwikkelingen en daarmee riskeren dat het zakenleven zijn heil elders zoekt. Onlangs werd bekend dat Britse institutionele beleggers voor bijna 15 miljard pond (op een totale waarde van Britse aandelen van circa 500 miljard pond) in het buitenland belegd hebben, vier maal zoveel als in 1988. Wat Londen voor heeft op andere markten is de aanwezigheid van internationale banken, van een geconcentreerde expertise en traditioneel opgebouwde kennis die zijn weerga binnen Europa niet kent. Daarnaast kan de Londense City voor het aantrekken van klanten bogen op de nabijheid van de Docklands, die voor 20 pond per vierkante meter kantoorruimte bieden die nergens anders zo centraal en zo goedkoop te krijgen valt. De komst van de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling, die naar verluidt Londen te beurt zal vallen, zal dat laatste aspect onderstrepen. Als waarschijnlijke vestigingsplaats wordt het spectaculaire Canary Wharf-complex in aanbouw in de Docklands genoemd.

Wat tegen Londen pleit werd onlangs verwoord door de topman van de investeringsbank Barclays de Zoete Wedd, Sir Martin Jacomb: 'De economie in Groot-Brittannie loopt terug in vergelijking met die van Europa in zijn totaliteit. In Engeland gevestigde instituties hebben daarom niet de voordelen van Parijs of Frankfurt, die als centra profiteren van bloeiende economische omstandigheden en van succesrijke bedrijven die op die markt een rol willen spelen'. Maar er zijn ook factoren van nalatigheid, zeggen Jacomb en anderen, die maken dat de Stock Exchange er soms aan lijkt mee te werken dat de klandizie wegloopt. De belangrijkste klacht is die over de afhandeling van transacties, die sinds 1986 gedeeltelijk via computerschermen verlopen. Eindeloos geruzie over het beste softwaresysteem voor de elektronische afhandeling van die transacties heeft er nu eindelijk toe geleid dat volgend jaar een elektronisch systeem (Taurus) ontwikkeld zal worden dat, zegt het bestuur van de Stock Exchange vaag, over een periode van tien jaar een besparing van zo'n 240 miljoen pond moet opleveren.

Rudi Muller van het effectenkantoor UBS Phillips and Drew rekent in dat verband voor dat het afsluiten van een transactie dus voorlopig in Londen nog zes keer zo duur blijft als in New York. Erger nog: kleinere transacties blijven vier maal zo duur als soortgelijke verkopen op de beurs van Parijs.

Zelfs de Britse regering, die door haar nog te voltooien privatiseringsprogramma nog eens extra bij de markten betrokken is, heeft het nodig gevonden de City onlangs aan te sporen daarin verandering te brengen. De handel in aandelen moet in Londen sneller, goedkoper en eenvoudiger worden, hield staatssecretaris John Redwood (handel en industrie) de City voor. De regering zelf draagt daaraan een steentje bij door de zegelkosten, een soort belasting op transacties, af te schaffen.

Een tweede klacht geldt de overmatige regulering, waaraan financiele instanties sedert de invoering van de Financial Services Act zijn onderworpen. Die gedragscode ter bescherming van de investeerder voelen veel instanties als een blok aan het been. Zo dik was het boek met regels dat de eerste baas van de Securities en Investment Board, Sir Kenneth Berrill, samenstelde, dat de City een zucht van verlichting slaakte toen een directeur van de Bank of England, David Walker, de taak van Berrill overnam. Walker heeft beloofd dat de regelgeving minder gedetailleerd zal worden. Maar ook hij kan niet in een klap een einde maken aan zojuist gecreeerde toezichthoudende instellingen als TSA, SIB, IMRO, Lauro en SFO, 'die allemaal hun eigen straatje schoonhouden en zelden van elkaar weten wat ze doen', beklaagt een anonieme bankier zich.

Jacomb bekritiseert vooral het feit dat de regelgever geen onderscheid heeft gemaakt tussen de handel van beroepsbeleggers onderling en die voor kleine aandeelhouders. 'Er zijn 12 miljoen niet al te goed gekwalificeerde aandeelhouders beschikbaar en een hele hoop potentiele ratten die hen graag van hun geld willen afhelpen. Maar voor de professionele beleggers geldt dat ze aan een woord van waarschuwing meer dan genoeg hebben om niet uit de pas te lopen', zei hij onlangs tegen de Daily Telegraph.

Het is ook Jacomb die lucht geeft aan de derde klacht: dat de als anti-Europees ervaren houding van de Britse regering negatieve vruchten afwerpt als het gaat om de vestigingsplaats van een Europese Ontwikkelingsbank of, belangrijker nog, een Europese Federale Bank. 'De vestigingsplaats van de Europese Federale Bank zal als een magneet werken op de kapitaalmarkten', voorspelt de bankier. Londen lijkt intussen al een van die twee Europese instituten te hebben binnengehaald (zij het met een Fransman als voorzitter), maar aast op ten minste de uitvoerende arm van de tweede, ook al komt het hoofdkwartier formeel in Frankfurt of Berlijn. Het bestuur van de Stock Exchange legt niet alle kritiek naast zich neer. De beurs is bezig intern 'leaner and fitter' te worden. Een nieuwe directeur, Peter Rawlins, heeft meteen 350 banen (van de 2.850) gekort en 80 procent van de bestaande commissies opgeheven. Rawlins vindt de Londense Stock Exchange 'zelfingenomen'.

Maar hij is ook tegen het Franse voorstel dat in Kopenhagen aan de orde komt om Europa's grootste bedrijven automatisch te laten noteren op alle grotere beurzen op het Europese vasteland. 'Wat wij willen is voortbouwen op de verworvenheden die we hier hebben, zoveel mogelijk in samenwerking met anderen, maar niet met het gevoel dat we bureaucratische beurssystemen moeten verzinnen die geen ekele relevantie hebben voor wat de gebruikers van die beurzen eigen willen', zei hij onlangs tegen de Financial Times.

De voorzitter van de Londense Beurs, Andrew Hugh Smith, heeft in diplomatiekere bewoordingen hetzelfde gezegd, maar daarmee de Duitsers al zo boos gemaakt dat de vice-voorzitter van de gezamenlijke beurzen in West-Duitsland, Rudiger von Rosen, zich geroepen voelde in Londen te dreigen het Duitse systeem voor handel in aandelen en effecten (IBIS) naar Londen, waar wordt gewerkt met SEAQ, te exporteren. Op een conferentie in Amsterdam ging de Duitse econoom Heiko Thieme, die onder andere de Deutsche Bank adviseert, volgens The Times nog verder. Thieme voorspelde dat er voor Groot-Brittannie en de City van Londen in het nieuwe Europa helemaal geen rol meer is weggelegd en dat Frankfurt het primaire financiele centrum wordt als het draaipunt bij uitstek tussen West- en Oost-Europa.