CAO-JAAR 1990: STATUS QUO TUSSEN VAKBEWEGING ENWERKGEVERS

Met een looneis van vier procent voor dit jaar wakkerde de Industriebond FNV eind 1989 de angst aan voor een sociaal-economisch broeikaseffect. De materiele ambitie van de vakbond week opvallend af van het arbeidsvoorwaardenbeleid van de andere bonden die zich conform het spreekwoordelijke realiteitsbesef van de Nederlandse vakbeweging hielden aan een looneis van gemiddeld drie procent.

De Industriebond, die zichzelf na jaren van tanende invloed en terreinverlies weer naar het centrum van de maatschappelijke discussie probeert te manoeuvreren, heeft dit jaar bewust gekozen voor een trendbreuk: loon gaat boven werk. De sterkste vakbond in de marktsector wil in het 'freewheel'-jaar 1990 een herkenbaar CAO-succes boeken. De relatie met de achterban heeft voorrang boven het abstracte belang van de macro-economie. 'Met die vier procent hebben we goed ingespeeld op de stemming onder werknemers. Loonmatiging was in de jaren tachtig vanzelfsprekend. Die tijd is voorbij. De werkgevers-van-het-nee krijgen de loonmatiging niet meer in de schoot geworpen', zegt H. Krul, bij de Industriebond FNV verantwoordelijk voor het arbeidsvoorwaardenbeleid.

Nu de onderhandelingen over de grote, toonaangevende CAO's achter de rug zijn - in totaal voor ongeveer 1,8 miljoen werknemers - kan worden geconstateerd dat de Industriebond met de looneis van vier procent raak heeft geschoten. Bonden, ook in andere sectoren, die zich van meet af aan terughoudender hebben opgesteld, zijn op het loonfront zelfs door de werkgevers overtroefd. De Dienstenbond FNV verruilde bij de banken snel de ATV-eis voor een hogere looneis. Bij Philips krijgen de werknemers de komende twee jaar een loonsverhoging van 6,75 procent, meer dan de zes procent die de Industriebond CNV had geeist. Deze bond zat ook bij andere CAO's 'te laag'.

Ventiel

Herkenbare loonsverhogingen - in diverse CAO's zijn behalve loonsverhogingen ook eenmalige uitkeringen opgenomen - hebben volgens Krul de druk van de ketel gehaald. 1990 heeft onmiskenbaar een 'ventielfunctie', de gevestigde vakbonden voelen bij te veel zelfbeperking al snel de hete adem van 'smal' denkende categorale bonden in de nek, zoals recentelijk bij de spoorwegen. 'Wij hebben de beheerste inkomensontwikkeling juist richting gegeven', zegt Krul. Hij wijst voorts op de CAO-resultaten in West-Duitsland waar de metaal en de chemie op loonsverhogingen van tussen de zes en acht procent zijn uitgekomen. 'In West-Duitsland is 1990 een echt loonjaar.' De werkgevers vinden de loonkostenontwikkeling niettemin te hoog: de sterke gulden heeft de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven aangetast. Van een 'poenjaar' is echter geen sprake, zo heeft VNO-voorzitter mr. C. van Lede duidelijk gemaakt.

Het Gemeenschappelijk Beleidskader, dat kabinet en sociale partners vorig jaar overeenkwamen, heeft de lonen wellicht wat binnen de perken gehouden. En de overheid heeft zich gehouden aan herstel van de koppeling. In materieel opzicht is er dan misschien toch iets terecht gekomen van een centrale ruil, hoewel deze zonder beleidskader ook wel tot stand was gekomen.

Het CAO-jaar 1990 biedt het beeld van een status quo tussen vakbeweging en werkgevers. De trend in de meeste contracten is een structurele loonsverhoging dit jaar van drie procent, conservering van bestaande Vut-regelingen en handhaving van de gemiddelde arbeidstijd. Geen der partijen heeft in het stof hoeven te bijten: rancuneuze terugpak-effecten op een later tijdstip zijn op grond van de huidige resultaten niet te verwachten. Alleen in de bouwnijverheid hebben de werkgevers zich de 36-urige werkweek in 1991 uit de handen laten wringen. Een correctie van de 'bloedneus' die de bouwbond FNV in het vorige CAO-gevecht had opgelopen.

Beleidskader

Volgens de vakbeweging heeft het Gemeenschappelijk Beleidskader weinig effect gesorteerd op het gebied van werkgelegenheid en scholing. De werkgevers zouden zich te sterk tegen sociale investeringen hebben verzet. De werkgevers op hun beurt vinden dat de bonden ook wel eens bij zichzelf te rade mogen gaan. 'In het feitelijke onderhandelingsproces bleken de vakbonden het loon erg belangrijk te vinden', zegt drs. J. A. Dortland, directeur sociale zaken van het VNO. Kortom, de schuldvraag is weer volop aan de orde. 'Iedereen heeft z'n eigen invulling aan het Gemeenschappelijk Beleidskader gegeven. Dat heeft te maken met de spanning tussen centraal overleg en de toenemende decentralisatie van de arbeidsverhoudingen. Het beleidskader kwam later dan de looneis van de Industriebond FNV. Ook de vakcentrale FNV heeft daarna dat geluid niet kunnen wegnemen', constateert dr. A. van Es, directievoorzitter van Akzo Nederland. 'Maar het Gemeenschappelijk Beleidskader is ook niet meer dan een aanbeveling en geen echt akkoord. In de huidige tijd is dat een teken van volwassenheid. In het komende decennium zullen we worden geconfronteerd met de vraag: hoe gaan we met diversiteit om, per onderneming, per land. We moeten oppassen voor het kijk-daar-eens effect. Wij willen niet met anderen worden vergeleken. Het is lastig om met verschillen om te gaan.' Akzo heeft looneis van vier procent van de Industriebond FNV getrotseerd en de vakbond in verlegenheid gebracht met een kwalitatief CAO-bod, in combinatie met een voor de florerende chemie wel zeer beheerste loonsverhoging. De kaderleden van de Industriebond zijn ondanks een negatief advies van het bondbestuur met de CAO akkoord gegaan. De top van de Industriebond vreest dat de CAO de bodem onder het gecoordineerde loonbeleid voor volgend jaar weghaalt. Akzo zou met een loonsverhoging in 1991 van 2,5 procent een 'negatieve trendsetter' kunnen worden. 'Amsterdam' ziet andere tweejarige CAO's, met een loonsverhoging van vier procent in 1991 - zoals DSM en de zuivel - liever als baken voor 1991. Het is saillant dat de werknemers van Akzo juist om immateriele zaken met de CAO akkoord zijn gegaan (onder andere invoering van de volledige vijfploegendienst). Ook het voorstel van de directie om te komen tot een sociaal protocol voor de komende jaren, waarin ouderenbeleid, arbeidspatronen, individualisering en het pensioenbeleid aan de orde komen, spreekt kennelijk aan. Een sociaal convenant derhalve op micro-niveau, dat door Krul van de Industriebond wordt afgedaan als te 'consensusachtig' en te veel doorspekt met 'verbale humbug'.

De Industriebond zal de CAO alsnog tekenen. Op de bondsraadsvergadering in juni, wanneer de CAO-resultaten van dit jaar worden geevalueerd en het arbeidsvoorwaardenbeleid voor volgend jaar aan de orde komt, zal het bondsbestuur de Akzo-CAO als 'een incident' afdoen.

Scholing

De thema's scholing en werkgelegenheid zijn de afgelopen maanden overschaduwd door loonsverhogingen. In sommige CAO's is sprake van conservering van werkgelegenheid; bij voorbeeld bij Heineken en Hoogovens zijn directies en vakbonden een werkgarantie voor de huidige werknemers (geen gedwongen ontslagen bij reorganisatie) overeengekomen. Klare, gekwantificeerde werkgelegenheidsafspraken zijn onder andere gemaakt in de metaalnijverheid, die 3.000 werklozen aan de slag wil helpen en bij de KLM, waar jaarlijks 70 werklozen een baan kunnen krijgen. In het bankbedrijf krijgen 3.000 jongeren een baan aangeboden en worden jaarlijks 500 jongeren aangetrokken op basis van een leer/arbeidsovereenkomst. Philips heeft zich verplicht om 2.000 zogenoemd moeilijk plaatsbaren aan te nemen. In enkele branches en ondernemingen zal het tijdelijke werk worden beperkt. In de zuivelindustrie is het aantal flexibele arbeidscontracten beperkt tot tien procent van het totale werknemersbestand per onderneming.

Het thema van de arbeidstijdverkorting is dit jaar van de agenda verdwenen. Het hoger personeel bij Akzo kan verlofdagen aan de werkgever verkopen, bij Philips levert het middelbaar- en hoger personeel zeven ATV-dagen in voor drie procent meer loon. De vakbonden hebben het Akzo-plan voor 'handel' in vrije dagen voor het gehele personeel - flexitime - tegen weten te houden. De bonden zijn beducht voor restauratie van de 40-urige werkweek.

Alleen bij de timmerfabrieken is een afspraak over verdergaande ATV gemaakt met ingang van dit jaar. In de bouwnijverheid wordt volgend jaar een gemiddelde werkweek van 36 uur ingevoerd. Dat gebeurt door de uitbreiding van het aantal roostervrije dagen, gecombineerd met een meer flexibele opzet van de ATV. Duizenden bouwvakkers hebben drie weken voor dit resultaat gestaakt. De bouwbonden van FNV en CNV wisten de actiebereidheid mede op peil te houden door arbeidstijdverkorting tijdens het conflict vooral als een verbetering van arbeidsvoorwaarden te presenteren. Als generiek werkgelegenheidsinstrument heeft ATV afgedaan. Daarvoor is de arbeidsmarkt te gedifferentieerd. Niettemin heeft de afspraak in de West-Duitse industrie over de invoering van de 35-urige werkweek in 1995 nieuwe voeding gegeven aan gesmoorde discussie over arbeidstijdverkorting. Als het aan de vakcentrale FNV ligt komt er op termijn een vierdaagse werkweek.

Vierdaags

Dr. R. Vreeman, voorzitter van de Vervoersbond FNV, constateert dat arbeidstijdverkorting als centraal vakbondsthema 'aan stootkracht heeft verloren'.

'Een vierdaagse kan een nieuw mobilisatiethema worden. Voorwaarde is wel dat je kiest voor een collectieve inzet. In principe iedereen naar de vierdaagse; en de discussie niet bij voorbaat al laten verzanden door maatwerk. De vakbeweging staat voor de keuze: of de arbeidstijdverkorting laten stagneren of kiezen voor een nieuw offensief. In het eerste geval accepteren we de massawerkloosheid.'

Krul van de Industriebond is sceptisch: 'Arbeidstijdverkorting blijft voor ons een heel belangrijk element. Ons uitgangspunt is: doen waar het kan en waar de mensen het willen. De komende jaren zal zich in de bedrijven een stevige produktiviteitsgroei voordoen. Het is ongewenst om alle groei consumptief om te zetten. Voor het deel van de groei dat we niet in geld omzetten, maar in vrije tijd, willen we volgens maatwerk leveren.' De vakbeweging dreigt volgend jaar met looneisen van 'minimaal vier procent' als de werkgevers blijven weigeren meer aan scholing en werkgelegenheid te doen. De vakcentrale FNV wil een deel van de loonruimte beschikbaar stellen voor maatschappelijk zinvolle doelen. Hoe de overheveling van winsten in het bedrijfsleven naar de collectieve sector precies moet, is nog onderwerp van intellectuele hersengymnastiek. Er zou in elk geval een sociaal akkoord moeten komen van 'boter bij de vis'. De werkgevers hebben laten weten daar niets voor te voelen. Voor prognoses over de loonontwikkeling in 1991 is het nog te vroeg. Dortland (VNO): 'Ik lig niet wakker van de voorspellingen voor volgend jaar. Ook in 1991 zal zich een volstrekt gediffentieerd beeld aftekenen. Dat is nu eemaal het gevolg van de decentralisatie van het arbeidsvoorwaardenoverleg. Het is onjuist om te stellen dat nu al de trend in sommige tweejarige CAO's is bepaald.'

AKZO NEDERLAND 23.000 werknemerslooptijd CAO: 01-04-1990 tot 01-01-1992 structurele loonsverhoging 1990: 3,50% Werkweek eind 1990: 38,16 uur (1989: 38,16 uur) Vut eind 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Scholing en werkgelegenheid: Gedurende twee jaar kunnen circa 630 werklozen bij Akzo werkervaring opdoen. Daarbij meer aandacht voor langdurig werklozen en herintredende vrouwen. Protocol voor meerjarig sociaal beleid.

BANKBEDRIJF 110.000 werknemers Looptijd CAO:01-04-1990 tot 01-04-1991 Structurele loonsverhoging 1990: 3,50% Vut eind 1990: 60,83 jaar (1989: 60,83 jaar) Werkweek eind 1990: 38,47 uur (1989: 38,47 uur) Scholing en werkgelegenheid: Amro, ABN, NMB-Postbank en Rabobank reserveren elk 10 miljoen gulden t.b.v. werkgelegenheids- en omscholingsmaatregelen. Per jaar krijgen 500 jongeren een leer-/arbeidsovereenkomst voor twee jaar, daarboven zal aan 3.000 jongeren een arbeidsplaats worden aangeboden.

BOUWBEDRIJF 180.000 werknemers Looptijd CAO: 01-01-1990 tot 01-01-1992 Structurele loonsverhoging 1990: 3,29% Vut eind 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 37,55 uur (1989: 37,55) Scholing en werkgelegenheid: Een miljoen gulden wordt beschikbaar gesteld t.b.v. werkervaringsplaatsen voor 200 werkloze jongeren uit etnische minderheidsgroepen.

HOOGOVENS 15.000 werknemers Looptijd CAO: 01-01-1990 tot 01-04-1991 Structurele loonsverhoging 1990: 3,00% Vut eind 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 38,01 uur (1989: 38,01 uur) Scholing en werkgelegenheid: 75 kortverbanders kunnen voor onbepaalde tijd in dienst treden. Werving van 130 leerlingen voor bedrijfsschool, circa 50 jonge academici en HBO'ers worden boven sterkte aangenomen.

METAALINDUSTRIE 180.000 werknemerslooptijd CAO: 01-01-1990 tot 01-04-1991 structurele loonsverhoging 1990: 3,00% Vut eind 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 38,01 uur (1989: 38,01 uur) Scholing en werkgelegenheid: Uitbreiding van bestaande arbeidsbemiddelingeprojecten voor langdurige werklozen. Verzamelen van vacatures o.l.v. projectteam. 'Aanblijfpremie' voor opgeleide leerlingen.

METAALNIJVERHEID 260.000 werknemers looptijd CAO: 01-01-1990 tot 01-04-1991 structurele loonsverhoging 1990: 3,00% Vut eind 1990: 59 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 38,01 uur (1989: 38,01 uur) Scholing en werkgelegenheid: Streven 3.000 banen te scheppen voor kortdurige werklozen. Voortzetting bestaande arbeidbemiddelingsprojecten voor langdurig werklozen en continuering van bestaande (bij) scholingsregelingen.

PHILIPS NEDERLAND 73.000 werknemers looptijd CAO: 01-04-1990 tot 01-04-1992 structurele loonsverhoging 1990: 3,00% Vut eind 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 38 uur (1989: 38 uur) Scholing en werkgelegenheid: Inspanningsverplichting om meer langdurige werklozen leer-arbeidsovereenkomst aan te bieden. De inspanning wordt opgevoerd van een tot anderhalf procent van het totale personeelsbestand.

TIMMERFABRIEKEN 8.000 werknemers looptijd CAO: 01-01-1990 tot 01-01-1992 structurele loonsverhoging 1990: 3,15% Vut eind 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 37,39 uur (1989: 36,93 uur) Scholing en werkgelegenheid: 180 werkervaringsplaatsen met voorrang voor vrouwen, allochtonen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

UNILEVER 4.600 werknemers looptijd CAO: 01-03-1990 tot 01-03-1991 structurele loonsverhoging 1990: 3,81% Vut eind 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990 38,01 uur (1989: 38,01 uur) Scholing en werkgelegenheid: Herhaling van de analyse van scholingsbehoeften.

WEGVERVOER 60.000 werknemers looptijd CAO: 01-01-1990 tot 01-01-1991 structurele loonsverhoging 1990: 2,55% Vut eind 1990: 59 jaar (1989: 59 jaar) Werkweek eind 1990: 39,23 uur (1989: 39,23 uur) Scholing en werkgelegenheid: Aanbeveling om korte cursussen voor om- en bijscholing zoveel mogelijk in bedrijfstijd te laten plaatshebben. Er zal worden gewerkt aan concrete maatregelen om de instroom van nieuw personeel in de bedrijfstak te bevorderen.

WONINGCORPORATIES 16.000 werknemers looptijd CAO: 01-02-1990 tot 01-02-1991 structurele loonsverhoging 1990: 3,29% Vut ultimo 1990: 60 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 36 uur (1989: 36 uur) Scholing en werkgelegenheid: Gedurende de looptijd van de CAO zal worden bezien hoe de herintreding van vrouwen en langdurig werklozen in de bedrijfstak kan worden bevorderd.

ZUIVELINDUSTRIE 20.000 werknemers looptijd CAO: 01-04-1990 tot 01-04-1992 structurele loonsverhoging 1990: 3,82% Vut eind 1990: 59 jaar (1989: 60 jaar) Werkweek eind 1990: 35,86 uur (1989: 35,86 uur) Scholing en werkgelegenheid: Instelling van een scholingsfonds met een paritair bestuur. Werkgevers stoppen twee miljoen gulden in dit fonds. Aantal flexibele arbeidscontracten wordt sterk teruggebracht.