Cannes is zowel hamburgers als groen bewustzijn

CANNES, 16 mei - In het bleke winterlicht duikt de Cinemascope-camera naar beneden langs de witte gevel van het Carlton-hotel in Cannes. Er hangen geen reclameborden aan, en er zitten met een fles champagne tussen hun in maar twee mensen op het terras, die zich afvragen of God bestaat: Dirk Bogarde en Jane Birkin in Bertrand Taverniers Daddy Nostalgie. Een van de redenen dat dit portret van een dochter en haar stervende vader zo aanslaat tijdens het Festival van Cannes is dat het onder meer een elegie is voor de verloederde elegantie van de Cote d'Azur, die elke festivalbezoeker aan den lijve ondervindt. Op dat zelfde terras vroeg een Amerikaanse filmhandelaar mij eens tijdens het festival: 'Are you somebody?', en dat bedoelde hij niet in existentialistische zin.

In de serene rust van de bioscoopzaal gaat het in Cannes vaak om zaken van leven of dood. De prachtige Japanse film Shi no toge ('De angel van de dood') begint met de vraag van een man aan zijn echtgenote: 'Wil je jezelf echt doden?'.

In de rigide stijl van de klassieke Japanse cinema filmt regisseur Kohei Oguri scenes uit een huwelijk in de jaren vijftig, dat na de ontrouw van de man eindigt met de waanzin van zijn vrouw. De vervreemding van de moderne Japanner van zijn traditionele waarden krijgt gestalte in een zwaar op de maag liggende vertelling. Er wordt veel gezwegen en weggelaten, in tegenstelling tot bij voorbeeld Daddy Nostalgie, die net niet het niveau haalt van zijn thematisch vergelijkbare Un dimanche a la campagne, omdat er te veel in gebabbeld wordt.

Dialogen schijnen in de festivalfilms van dit jaar een probleem op te leveren. De woordenstroom is onstuitbaar, zoals bij voorbeeld in Manoel de Oliveira's op zichzelf stijlvaste Non ou a va gloria de mandar: capita selecta uit de Portugese geschiedenis, gereleveerd door een militair in de Afrikaanse kolonien aan de vooravond van de Anjerrevolutie. Of de regisseur besluit maar van dialogen af te zien, zoals Raymond Depardon, die zijn ontwikkeling van fotograaf via de documentaire naar de speelfilm voorlopig bekroont met La captive du desert, geinspireerd door de bijna drie jaar durende gevangenschap van de Franse antropologe Francoise Claustre in Tsjaad.

Depardon maakt in impressionistische beelden en geluiden duidelijk hoe een westerling zich moet voelen als langdurige gijzelaar van een islamitische 'bevrijdingsbeweging'. Actrice Sandrine Bonnaire zwijgt consequent en haar waardigheid imponeert zowel haar ontvoerders als de kijkers naar La captive du desert. Maar de echte hoofdrol is voor de woestijn, waarvan Depardon de ongenaakbaarheid en tijdloosheid beter vastlegt dan ooit enig ander.

De absurditeit van Cannes laat zich weer gelden, als Depardon rustig de tijd neemt om de zon minutenlang te laten ondergaan, terwijl tussen de voorstellingen door nauwelijks tijd is om snel wat receptievoer naar binnen te schrokken.

De kluizenaar Vader Sergio (Julian Sands) in Il sole anche di notte van de gebroeders Paolo en Vittorio Taviani ziet op zeker moment zelfs af van de consumptie van geitemelk en besluit alleen nog maar water te drinken. Voor de communistische broers is deze verfilming van een novelle van Tolstoj, die ze verplaatsten naar het koninkrijk Napels in de achttiende eeuw, een wonderlijke stap in de richting van ascese en spiritualiteit, die echter, zo lichten zij toe, alles te maken heeft met de crisis van linkse westerse intellectuelen na de instorting van het Oosteuropese machtsblok. Die gedachtengang is moeilijk te volgen. Men kan zich nog voorstellen dat een veelbelovende hofadjudant in het klooster gaat, wanneer de door de koning voor hem uitgezochte huwelijkspartij (Nastassja Kinski) diens voormalige minnares blijkt te zijn. Maar wat moet ontgoocheld links nu leren van een heremiet, die zijn vinger afhakt, wanneer de verleiding van het vlees hem te machtig dreigt te worden? De Taviani's hebben nog nooit een film gemaakt die het aanzien niet bijzonder waard is. Il sole anche di notte vormt geen uitzondering op die regel, maar is wel na Good Morning Balilonia hun tweede opeenvolgende film die inhoudelijk teleurstelt. Voorzover een toonaangevend filmfestival de state of mind van een cultuur weerspiegelt, valt er in Cannes enige schizofrenie te constateren. De filmmakers roepen om bezinning, een spiritueel elan en groen bewustzijn, terwijl de buitenwereld zwelgt in materialisme. Filmjournalisten eten hamburgers om snel naar een film te kunnen gaan, waar water en brood wordt geserveerd. Links likt zijn wonden en bewondert de Oosteuropese golf van omzien in wrok. De Engelse regisseur Ken McMullen voert in zijn 1871 over de Parijse commune een zwarte Karl Marx op. En in de aan de onlangs overleden excentrieke filmer Michael Powell opgedragen Daddy Nostalgie sterft Dirk Bogarde, net als in Dood in Venetie, als laatste representant van de oude wereld: iemand die nog in Ceylon van 'la douceur de vivre' geproefd heeft, en nu vanaf het terras van zijn huis slechts over een voetbalveld heen naar de zee kan kijken.