Varkenspest in Vlaanderen breidt zich nog steeds uit

BRUSSEL, 15 mei - De varkenspest in Oost- en West-Vlaanderen breidt zich nog steeds uit. Gisteren maakte het Belgische ministerie van landbouw bekend dat in de plaats Eeklo, ten noordwesten van Gent, twee nieuwe haarden zijn ontdekt. Daarmee is het aantal door varkenspest getroffen varkensfokkerijen toegenomen tot 69. De epidemie, die nu al twee maanden duurt, groeit Belgie langzamerhand boven het hoofd: ondanks allerlei getroffen maatregelen, zoals de instelling van ruime schutskringen en de vernietiging van gezonde varkens die leven binnen een straal van een kilometer van een besmette boerderij, is de uitbreiding van de ziekte nog steeds geen halt toegeroepen.

Vandaag komt het permanente veterinaire comite van de Europese Gemeenschap opnieuw bijeen om zich te beraden over de toestand. Vorige week vrijdag kon het comite, dat is samengesteld uit landbouwexperts uit alle twaalf lidstaten, het niet eens worden over de maatregelen die ter tafel lagen.

Daaronder was een voorstel om de politiebewaking in de omgeving van besmette boerderijen te verscherpen. Vermoed wordt dat varkensfokkers, ondanks een verbod, 's nachts gezonde dieren vervoeren om ze te verkopen, omdat de prijs die ze dan krijgen in elk geval hoger is dan de vergoeding die de EG hun geeft voor varkens die moeten worden vernietigd.

De Belgische staatssecretaris van landbouw, Paul de Keersmaeker, heeft dit weekeinde de Nederlandse minister Braks om toestemming gevraagd de Nederlandse installatie voor de verwerking van slachtafval in Son, Animalia, beschikbaar te stellen omdat het dochterbedrijf van diezelfde naam in het Belgische Denderleeuw de verwerking van de dode dieren niet meer aankan. Naar schatting moeten nog meer dan 170.000 zeugen en biggen worden vernietigd. Sommige Belgische slachthuizen hebben al aangeboden de kadavers in te vriezen. De kosten daarvan bedragen ongeveer 50 gulden per dier.

Het verzoek van De Keersmaeker om vleesafval in Nederland te verwerken wordt door het Nederlandse ministerie van landbouw 'in welwillende overweging' gehouden, maar de veterinaire dienst was het vanmorgen nog niet eens over de regeling die moet worden uitgewerkt, zo zei een woordvoerder van het ministerie. Nederland wil dat er bindende afspraken worden gemaakt over de plaatsen van waar het Belgische slachtafval afkomstig is en over de wijze waarop het wordt vervoerd.