Stuurgroep werkt aan nieuw gezicht voor hoogbouw; Op zoeknaar flat van de toekomst

DEN HAAG, 15 mei - Een sauna en een kindercreche op het dak, een toilet dat niet hoeft te worden doorgespoeld, verplaatsbare binnenwanden en een gebouw dat in glas is ingepakt? Over twee jaar moet hij ergens in Nederland staan: de Flat van de Toekomst. Geen nieuwe woontoren, maar een bestaand complex, verbouwd en aangepast aan de wensen van de homo sapiens anno 2000. In opdracht van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) hebben drie architecten, J. Drenth, H. Jonkman en T. Reyenga, aan de Flat van de Toekomst gewerkt. De SEV, een stichting die in overleg met het ministerie van volkshuisvesting grensverleggend op dat gebied tracht te opereren, is op zoek naar een verhuurder. De stuurgroep wil in 1992 laten zien wat mogelijk is met complexen die ongeveer 25 jaar oud zijn.

Uitgangspunt is dat de hoogbouw toekomst heeft en eigenlijk ook wel moet hebben, gegeven het feit dat een derde van de woningen in Nederland uit flats bestaat en de sociale huursector zelfs voor meer dan de helft. Die ruim 1,7 miljoen woningen zijn moeilijk te missen, ook al heeft hoogbouw tot een moeilijk te repareren negatief imago voor wijken als de Amsterdamse Bijlmer gezorgd. De aanval op de eenvormigheid uit de jaren zestig en zeventig moet worden ingezet, vindt de stuurgroep, door middel van creatieve suggesties.

Vier flatgebouwen in de Rotterdamse Alexanderpolder stonden de architecten voor ogen toen ze hun plannen op papier zetten. Het zijn ERA-flats, genoemd naar het bedrijf dat ze bouwde, waarvan ook elders in Nederland voorbeelden te vinden zijn. Ze hebben het euvel van monotonie, tellen een te groot aantal woningen (168) op een toegang, ze hebben allemaal dezelfde traditionele indeling en doen dus geen recht aan de diversiteit van de samenleving die nog maar voor 38 procent uit echtparen met kinderen bestaat. Anderzijds bieden ze voldoende ruimte voor ingrijpende wijzigingen. Inmiddels is er tussen de SEV en ERA contact gelegd; dit Zoetermeerse bouwbedrijf heeft belangstelling voor de Flat van de Toekomst. J. Drenth, werkzaam bij de Nationale Woningraad en gespecialiseerd in 'aanpasbaar bouwen' (volgens welk principe nieuwe woningen zo worden gebouwd dat ze later zonder veel extra kosten aan te passen zijn aan de lichamelijke ongemakken van de ouder wordende mens), breidde zijn werkterrein voor deze gelegenheid uit tot 'aanpasbaar verbouwen'. Bovendien bedacht hij de 'anderhalve woning' als maat voor uiteenlopende woonvormen: een huishouden met kinderen waarnaast de grootouders wonen, een groot gezin, een woongemeenschap van verschillende alleenstaanden of een huishouden met een professie binnenshuis, varierend van arts tot fietsenmaker.

Drenth suggereert voor de Flat van de Toekomst een reeks van elektronische hulpmiddelen die de zelfstandigheid van de ouder wordende bewoner zolang mogelijk garanderen. Zoals de voordeurtelefoon met beeldscherm, antwoordapparaat en beeldgeheugen, afstandsbediening voor lichtschakelaars, een beweegbare aanrecht met kookplaat, lichtdoorlatende en isolerende luiken die afzonderlijk met een afstandsbediening te bewegen zijn.

H. Jonkman, mede-directeur van het Zeister architectenbureau Jonkman en Klinkhamer en mede-oprichtster van de Stichting Vrouwen Bouwen en Wonen, nam behalve de flexibele indeling van de woningen vooral de buitenkant van de ERA-flats onder de loep en had speciale aandacht voor emancipatoire overwegingen. Omdat het gebrek aan kinderopvang een belemmering vormt voor vrouwen die buitenshuis willen werken, moet de toekomstige flat volgens Jonkman de mogelijkheid bieden op het dak een buurtcreche te bouwen. Datzelfde dak kan bovendien worden voorzien van een beheerderswoning, een daktuin, koffiebar, sauna, fitnesscentrum, verhuurbare logies- en werkruimten en dergelijke.

De huidige galerijen, die bewoners van zes flats nopen langs elkaars woon- en slaapkamers te lopen, zijn volgens Jonkman een van de grootste nadelen van de gebouwen. Daarom moeten er nieuwe liftschachten komen die per verdieping slechts tot twee woningen toegang geven. De vrijkomende galerijruimten kunnen bij de woningen worden getrokken. Naar keuze van de bewoners. Dus als serre, fietsenberging, wasdroogplaats of extra kamerruimte. Zo krijgt het flatgebouw een veelzijdig uiterlijk.

Reyenga werkt bij het 'Buro voor Ekologie Architektuur en Renovatie' (BEAR) in Gouda. In zijn flat van de toekomst wordt gelet op energie- en waterbesparing alsmede het beperken van afval. Om de thermische isolatie te verbeteren wordt het flatgebouw in glas ingepakt. Achter het glas komen transparante isolatiematerialen. Schijnt de zon fel, dan wordt het glas matgeschakeld; de energie die daarvoor nodig is wordt via zonnecellen geleverd. Via spiegels kan het daglicht beter doordringen in dieper gelegen vertrekken. Zonnecollectoren in de vorm van draaibare strips die ook als zonwering te gebruiken zijn, verwarmen het water en brandstofcellen worden benut om brandstof in energie om te zetten.

Zo heeft Reyenga meer milieuvriendelijke maatregelen getroffen aan zijn flat van de toekomst. Zijn ecologische ideeen heeft hij tot uitdrukking gebracht in gevelbegroeiing en daktuinen. Een opvallend snufje van architectonische innovatie is de composteur. Die zorgt voor een besparing van 50 procent op het waterverbruik, omdat hij het spoeltoilet vervangt. De composteur bestaat uit een toiletpot en een container die onder die pot en onder de vloer zit. Daarin komen de faecalien terecht. De ruimte waarin de container staat is van buiten toegankelijk. Via een tweede opening worden groente en plantaardig afval toegevoegd. Door de composteur gaat continu een luchtstroom om oxidatielucht aan te voeren die het proces van composteren bewerkstelligt en om de stank af te voeren. De flatbewoner, die dus ook zijn groente, fruit- en tuinafval niet langer aan de reinigingsdienst meegeeft, spoelt geen toilet meer door, maar haalt eenmaal per half jaar een emmer compost weg.

Worden hier luchtkastelen gebouwd of is er serieus sprake van pogingen tot een ingrijpende opwaardering van de flat? Directeur J. Schuyt van de SEV laat er geen twijfel over bestaan dat zijn stuurgroep over twee jaar een flat naar toekomstig model wil transformeren. De ideeen van de drie architecten, die vorige week op een speciaal congres werden gepresenteerd, vormen daarbij meer een inspiratiebron dan een strikte richtsnoer.

De SEV heeft samenwerking gezocht met de Espritgroep, een combinatie van ingenieursbureaus en bouwbedrijven, die zich heeft gespecialiseerd in inbouwsystemen. Volgens dit systeem bepaalt de bewoner zoveel mogelijk zelf de indeling van zijn woning, hoeveel kamers zij zal bevatten, waar de binnenwanden komen, de leidingen, de binnendeuren en dergelijke. Verder behoort een speciale energie-installatie tot de uitrusting van de woning, die ook in dat opzicht de bewoner vrijheid bij de indeling laat. Het systeem is uitgedacht voor nieuwbouw en zal in 1991 in een modelwoning in Zoetermeer worden gedemonstreerd. Het Esprit-systeem wordt ook mogelijk geacht in bestaande flats, vooral als ze een ruime maat hebben.

Vier flatgebouwen in de Rotterdamse Alexanderpolder, waarvan dit er een is, dienden als voorbeeld bij het tekenen van de Flat van de Toekomst. (Foto NRC Handelsblad/ Leo van Velzen)