Parijs loopt uit tegen anti-semitisme

PARIJS, 15 mei - Frankrijk heeft gisteravond massaal het anti-semitisme veroordeeld. In Parijs demonstreerden naar schatting 200.000 mensen. In een groot aantal steden, zoals Marseille, Nancy en Bordeaux, werden gelijktijdig bijeenkomsten gehouden. Alle televisiestations zonden gisteravond de film Nuit et Brouillard (Nacht und Nebel) van Alain Resnais uit om de mensen die niet demonstreerden te herinneren aan de verschrikkingen van het anti-semitisme. Enkele uren voordat de grote manifestatie op de Place de la Republique om half acht begon was opnieuw een schennis van een joodse begraafplaats bekend geworden. In Clichy-sur-Bois, een gemeente onder de rook van Parijs die wordt geleid door een afvallige communist, met veel immigranten en 30 procent stemmers op het Front National, waren 32 joodse graven beklad met hakenkruisen. De ontwijding van de joodse begraafplaats in Carpentras had vorige week algemene verontwaardiging opgeroepen en was de aanleiding tot het massale protest in Parijs. De linkse regering en de oppositie waren gisteren eensgezind in hun afkeer van het anti-semitisme en racisme. Premier Michel Rocard en zijn vrouw, bijna zijn gehele kabinet, Jacques Chirac, vele andere leden van de oppositie, Kamervoorzitter Laurent Fabius, met vrouw en kinderen, kardinalen, militairen, joden, Noordafrikanen, zwarten en blanken liepen in een eindeloze stoet over de boulevards du Temple en Beaumarchais, richting Place de la Bastille. Tot de demonstratie was opgeroepen door de Joodse raad van Frankrijk (Crif) en alle politieke partijen, behalve het extreem-rechtse Front National.

Tegen acht uur mengde plotseling president Mitterrand zich onder de demonstranten op de Place de la Bastille. Afgeschermd door oproerpolitie, die een levende keten om de president vormde, werd hij een soort symbool voor de uitzonderlijkheid van dit massale protest. Het was voor het eerst sinds de oorlog dat een Franse president aan een straatprotest meedeed.

Hoewel het een stille optocht betrof, werd de president luid toegejuicht, er werd geklapt als hij passeerde, gevangen en nauwelijks zichtbaar in het kordon uniformen, en de menigte scandeerde zijn naam.

Zowel voor de regerende politici, Rocard bijvoorbeeld, als figuren uit de oppositie, zoals de Parijse burgemeester Chirac, werd geklapt. Aan het begin van de demonstratie werden gele sterren uitgedeeld. Vele mensen, ook niet joden, droegen de tekst 'Ik ben jood', op hun borst. Ook liepen er demonstranten rond met de slogan 'Kom niet aan mijn herinnering'. Er waren ongetwijfeld meer keppeltjes dan joden. Iedereen wilde zich solidair tonen. Een bejaard joodse echtpaar dat op het trottoir bleef staan was ontroerd: 'Kijk toch eens, al die jonge mensen'.

Een van die jonge mensen, een Parijzenaar: 'Ik wil aan het buitenland laten zien dat we geen racisten zijn.'

Premier Rocard zei na afloop ook zoiets: 'Frankrijk is niet racistisch en anti-semitisch, we hebben aan de wereld laten zien dat we verenigd en tolerant zijn.'

Een paar jonge leden van de joodse extremistische groep Betar dachten daar bij het passeren van het restaurant Chez Jenny anders over. In deze Elzas-brasserie herdachten op 22 april een aantal nazi-diehards de 100ste verjaardag van Hitler. Een paar ruiten sneuvelden, maar oud-minister Simone Veil en de ordedienst wisten de verhitte gemoederen te kalmeren. De organisatoren hadden gevraagd alleen spandoeken met de tekst 'Tegen het anti-semitisme, tegen het racisme' mee te dragen. In feite waren er weinig spandoeken te zien. Wel veel vlaggen van Israel, die dezelfde joodse Betar-leden droegen, tot ongenoegen van verscheidene omstanders. 'We demonstreren hier niet voor een land, maar tegen een mentaliteit', riep een dame. Het beeld was echter overwegend een massa in stilte en een laag marstempo.

Tot half elf 's avonds arriveerden de demonstranten op de Place de la Bastille. Evenveel mensen waren gisteravond op straat als tien jaar geleden bij een dergelijk protest na de aanslag op de Parijse syngagoge in de Rue Copernic. Bij die aanslag, die uitgevoerd werd door een Arabisch terroristencommando, kwamen vier mensen om het leven.

Op het plein werd na afloop nog een pop verbrand van de rechts-extremistische politicus Jean-Marie Le Pen, die op het moment dat de demonstratie begon een persconferentie had willen geven. Deze perconferentie leidde tot een discussie in de media. Het weekblad l'Express riep op tot een boycot van Le Pen ('Dit is provocatie') en werd daarin gevolgd door Le Nouvel Observateur en Radio France. Een journalist van Le Nouvel Observateur: 'We moeten deze demonstratie met democratische middelen verdedigen'.

Vele andere organen dachten er anders over. Le Monde: 'Le Pen heeft het recht op een persconferentie op het uur van de demonstratie'. De leider verscheen echter niet op het afgesproken uur. Zijn plaatsvervanger, Bruno Megret, zei dat de baas 'prive-afspraken had' en scheidde zijn gebruikelijk gif af. 'Deze demonstratie is een schennis van de staat. Zij is een heksenjacht tegen het Front National.' Na afloop van de grote demonstratie, die werd aangemerkt als 'een lange stille rivier van protest tegen de haat', werd een speciale dienst in de synagoge van het Place de la Victoire gehouden. Ook hier waren leden van de regering en de oppositie present. Opperrabijn Joseph Sitruk ging in de dienst voor: 'Dank aan het volk van Frankrijk, dank aan Frankrijk, aan het ware Frankrijk, dat niet ophoudt te strijden voor de mensenrechten en zijn eigen idealen.' Op diverse scholen in Frankrijk werden gisteren speciale lessen gewijd aan het racisme. Minister Jospin van onderwijs bezocht een van die scholen. President Mitterrand heeft 'ouders, leraren en de media' gevraagd vandaag aandacht te besteden 'aan de donkere jaren dertig, toen zwakke democratieen ruim baan gaven aan rassenhaat.' Hoewel leden van de oppositie en regering eendrachtig in de optocht meeliepen, weten de partijen van de oppositie nog steeds niet of ze morgen deel zullen nemen aan de tweede gespreksronde over maatregelen tegen het racisme, die premier Rocard heeft bijeengeroepen op zijn kantoor. Charles Pasqua, oud-minister van binnenlandse zaken, bestreed gisteren deze aarzeling, onder andere van zijn eigen partij, de gaullisten: 'Het getuigt van een zekere incoherentie om met zijn allen te demonstreren tegen het racisme en dan te weigeren om te praten over wat we er tegen kunnen doen.'

Het is inderdaad de vraag die iedereen zich stelt: hoelang blijft Frankrijk verenigd in zijn strijd tegen Le Pen en het racisme?