Liesbeth Sterck is Onderzoeker in Opleiding (OIO) ...

Liesbeth Sterck is Onderzoeker in Opleiding (OIO) bij de werkgroep Vergelijkende Fysiologie van de Rijksuniversiteit Utrecht, waar ze ook is afgestudeerd. Sinds 1988 onderzoekt ze de rol van voedselconcurrentie in het groepsleven van de Java-aap en de Thomas-bladaap op Sumatra.'Toen ik deze baan kreeg, moest ik nog afstuderen en daarna ben ik hals over kop voor anderhalf jaar naar Indonesie vertrokken, want het veldstation stond leeg en het studieterrein dreigde gekapt te worden. Er waren wel Indonesische beheerders, maar die gaan zelden het bos in.

Daar sta je dan, mijn begeleider zat in Utrecht. Maar ik had als student op dit projekt gezeten, dat scheelt.

Het Gunung Leuser reservaat omvat ongeveer een miljoen hectare bergachtig terrein. Aan de Ketambe-rivier ligt ons veldstation, houten huisjes op palen. Je steekt de rivier over in een uitgeholde boomstam, aan de overkant loopt nu een asfaltweg. Het is niet primitief, gewoon Indonesisch, je zit bijvoorbeeld in de badkuip waarbij je emmertjes water over jezelf heen schept. Ik heb een Indonesische counterpart, die in Utrecht wil promoveren op Orang oetans. Ik denk wel dat hij dat kan, ik vind hem wel goed. Het is de bedoeling dat je counterpart leert van wat jij doet, zodat je niet alleen de leuke dingen afroomt en dan weer vertrekt, maar ook kennis overdraagt. Verder zijn er drie studenten plus een kokkin - ideaal als je de hele dag in het bos hebt gezeten - en als je naar de stad gaat, een chauffeur.

Onze apen zijn aan onderzoekers gewend geraakt. Het leefgebied van vier familiegroepen van de bladaap was in 1988 al in kaart gebracht. Maar die groepen trekken rond en de apen verhuizen tussen de groepen. Dan herken je zo'n staart, maar je twijfelt, dat maakt het zo moeilijk. Misschien zullen we ze toch knijpertjes in hun oren moeten doen. Het wordt er niet mooier op, maar continuiteit in die studies is veel waard, we hebben straks vier jaar waarnemingen van deze populatie.

Die Java-apen paren zo veel dat je er echt niet goed van wordt en de bladapen doen het volgens mij alleen voor de bevruchting, daar zag ik het pas na een half jaar voor het eerst. Ik kijk ik naar hun voedselverdeling, voedselcompetitie en sociale structuur. Het idee is, dat je al dan niet om voedsel kunt vechten. Als er voedsel in overvloed is, of als het maar om een klein hapje gaat, loont vechten de moeite niet. Dan scharrelt iedereen zijn kostje bij elkaar en ligt een sociale structuur zonder rangen en standen voor de hand. Maar bij een middelgrote voedselbron, zoals een grote fruitboom, dan kan het vrouwtje dat het hoogst in rang is, in die boom gaan zitten en iedereen wegjagen. Daarmee behaalt ze een voordeel voor haar fitness. Dan loont het ook de moeite om een sociale structuur met strakke hierarchie in stand te houden, niet alleen als het fruit rijp is, maar altijd. Vrouwen zullen niet gauw uit de groep verhuizen, omdat ze in de nieuwe groep onderaan de rangorde komen te staan. In hun eigen groep erven hun dochters hun rangorde. Alleen mannetjes migreren uit de groep. Vrouwtjesapen moeten continu in goede conditie zijn, omdat ze veel in het krijgen van kinderen moeten investeren. Mannetjes veel minder, die kunnen bij wijze van spreken in twee jaar tijd al hun nakomelingen verwekken. Bladapen kennen, anders dan de Java-aap, waarschijnlijk geen sterke hierarchie en daar zie je zowel mannetjes als vrouwtjes van de ene groep naar de andere verhuizen. Soms speelt kindermoord mee, dan loopt een vrouwtje over naar een man uit een andere groep die haar kind heeft doodgebeten. Toch blijft de grote vraag, waarom de Java-aap, een alleseter en vruchten-eter, in veel grotere groepen - 30 tot 50 dieren - leeft dan de bladaap met hooguit acht tot twaalf dieren. Daar kom ik denk ik niet helemaal uit.

Je volgt een groep steeds vijf dagen lang, elke dag deel je in in vier blokken en in elk blok volg je een bepaalde aap. Je kijkt iedere minuut wat hij doet, hoe hoog hij zit enzovoorts, twaalf uur per dag, met een veldassistent. Gelukkig zit een bladaap wel eens een uur stil. Ik heb het ten dele in de computer ingevoerd, voor zover de stroom niet uitviel. 's Avonds bij dat flakkerende licht kun je het venster van ons draagbare computertje niet zo goed aflezen en overdag ga je liever het bos in. Daar zitten die apen! Uitwerken kan altijd nog.

Op een gegeven moment wordt het routine, maar misschien kom je een stekelvarken tegen, er verhuist een aap of je hoort de long call van een orang oetan in de verte. Een keer toen mijn veldassistent met buikpijn naar huis was gegaan, klonk er ineens zo'n vreselijk gegrom - O God, nou komt er een tijger aan - maar het waren wilde varkens. Daar zitten wel stropers achteraan, met honden. Deze apen worden niet bejaagd. Ik heb wel eens gezien dat ze echt helemaal gek van angst werden, toen kwam er een nevelpanter langs. En voor pythons zijn ze ook bang. In een grotere groep is het leven dan veiliger, maar daar is ook meer voedselconcurrentie.

De lokale bevolking snoept voortdurend stukjes van het park af, dat is triest. Je schrikt je echt dood als je door het park rijdt en ziet hoeveel mensen er nu wonen. Midden in het terrein is een transmigratieprojekt gekomen. Ik snap zo'n beleid niet, maar inmenging in binnenlandse aangelegenheden wordt niet gewaardeerd.

Ik wil in september nog een jaar terug en het laatste jaar de boel in Nederland uitwerken. Als je een tijd in een vreemd land werkt leer je meer mensen kennen dan alleen de vervelende jongetjes op de busstations, die je op vakantie tegenkomt. Maar vriendschappen zoals in Nederland zul je er nooit krijgen. Als je te lang wegblijft, hoor je denk ik nergens meer bij. Ik wil onderzoek blijven doen, daarom accepteer ik op mijn leeftijd, met mijn opleiding, dit hongerloontje. Het is de enige mogelijkheid. Onderwijs, als OIO? Nul komma nul, er is niks of het zit vol, want ik ben hier maar een half jaar. Ik wil hier graag in verder, maar als dat niet lukt, heb ik in elk geval bewezen dat ik me snel kan inwerken, zelfstandig een projekt kan draaien en iets kan afronden. Zulke eigenschappen moeten in het bedrijfsleven te verkopen zijn. Alleen ben ik daar tegen die tijd wel wat oud voor.'Adres: de Uithof, Utrecht, Padualaan 14, Centrumgebouw Noord (tussen Trans 2 en Trans 3). Telefoon 030-535408of: 030-535404 (secr.)