Les

' Meneer, doen we vandaag niks?' ' Ach joh, school is toch hartstikke leuk?... .Ik zal eerst het huiswerk behandelen... .Karin, pak jij je schrift ook?' Het is het begin van les 3468. Men vraagt mij wel eens of het niet ontzettend saai is om leraar te zijn. Of het niet vervelend is iedere dag hetzelfde te moeten uitleggen. Mijn werk is leuker dan dat van Freek de Jonge, antwoord ik dan. Hij moet een tekst wel tweehonderd maal per jaar herhalen. Ik geef dezelfde les in een schooljaar op zijn hoogst driemaal. Ik heb heel afwisselend werk. Soms geloof ik dit zelf niet.' Walter, wil je alsjeblieft... ' ' Ik mag hem toch wel wat vragen?' ' Zoals ik dus zei: op bladzij 43... .' Het is lekker weer, zacht voorjaarsweer, de ramen staan open. Volgens mij hebben ze geen zin. Er scheurt een brommer voorbij. ' Had jij maar zoiets, he Edwin?' Edwin glimlacht minzaam.' Ik snap er echt niks van, hoor. Wilt u het nog een keer uitleggen?' ' Wat zeg je? Zeg, houd je eens stil. Ik kan Annemarie echt niet verstaan.' Kon ik maar les geven. Wat zou het fijn zijn als ik les zou kunnen geven. Vroeger kon ik het wel. Gisteren nog. Maar nu niet. Er zitten er 27. Ik zie alles, vanuit mijn standpunt zie ik alles. Twee leerlingen volgen mij en kijken af en toe in hun schrift. Zij hebben hun huiswerk gemaakt. Drie anderen luisteren en schrijven. Dat is in ieder geval iets. Op twee plaatsen wordt heel zacht en terloops gepraat, afgewisseld door betekenisvolle glimlachen. Achterin zit een leerling zonder op of om te kijken fanatiek te pennen, strafwerk voor een ander, schat ik. Anderen gapen, zuchten, staren, friemelen, tekenen, kleuren in agenda's of kijken naar buiten. Ik weet het zeker: ze hebben geen zin.

De stof moet voor volgende week behandeld zijn. Ik lig al achter op mijn schema. Anderzijds: wat ik nu doe, heeft geen enkel nut. Er wordt in dit lokaal niet geleerd. Wat zal ik doen? I ' Vraag 3 en 4 behandel ik de volgende keer. Lees zelf paragraaf 7 en begin vast met je huiswerk. Als je hulp nodig hebt, merk ik het wel.' II ' Jongens, zo kan ik niet les geven. Ik schei ermee uit, je doet maar wat je wilt.' III ' Leg je pen neer. De meesten van jullie hebben duidelijk geen zin. Goed. Laten we het daar eens over hebben. Wat wil je wel? Op wat voor manier krijg ik je zover dat je wel wat doet?' IV ' Vraag 3: deze is belangrijk. Zo een soort vraag kun je op het proefwerk ook verwachten. Maak dus aantekeningen.' Ik maak mijn keus. Vandaag verlies ik. Vandaag is het in dit lokaal gewoon een rotschool. De rest van dit lesuur zullen 28 personen gezamenlijk hun tijd verspillen in ledigheid. We zullen net doen of het zo hoort. Niemand zal kunnen zeggen dat er iets verkeerd ging. Iedereen zal een ander de schuld kunnen geven: ze letten niet op, hij is zo saai.' Vraag 3: deze is belangrijk. Je kunt zo'n vraag op het proefwerk ook verwachten. Maak dus aantekeningen.' Nog 23 minuten.

Rob Knoppert Schoolboeken

Velen denken dat wat de docent vertelt in het boek staat. Dit is niet juist. Wat in het boek staat, dat vertelt de docent. De volgorde is dus omgekeerd. Eerst wordt het boek gedrukt en daarna vertelt de docent uit het boek.

Het schoolboek bepaalt voor een belangrijk deel het onderwijs - en wel voor een veel groter deel dan de leek veronderstelt. Mensen in het onderwijs duiden schoolboeken daarom ook wel aan met het woord: methode. De methode, het boek, levert de lesmethode, de didactiek.

In het algemeen voortgezet en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs worden een twintigtal vakken gedoceerd, op drie verschillende niveaus verdeeld over onder- en bovenbouw. Per vak en sector zijn er soms wel tien verschillende boeken. Die boeken zijn dikwijls door meer dan een auteur geschreven. Dat zijn dus honderden auteurs.

Die zijn allemaal hartstikke gek. Het schrijven van een schoolboek is een moeizame bezigheid die geld noch roem met zich brengt. De lezers zijn meestal niet enthousiast. Bovendien: je wordt niet eens serieus genomen. Schoolboeken schrijven is niet echt.

Voor schoolboekenschrijvers zijn er geen prijzen en geen uitnodigingen voor het boekenbal. Stel je voor: een schoolmeester die een rekenboekje schrijft en staat te praten met... nou ja, Mulisch of zo. In de kinderboekenweek wordt aan hun werk geen aandacht geschonken.

Toch worden er veel schoolboeken verkocht en worden ze beter gelezen dan de meeste romans. Een oplage van 2000 per jaar is een kleintje en dat 5 of 10 jaar lang. Wie doet dit na in bellettrieland? De schoolmeesters schrijven net als andere schrijvers uit frustratie. Ze beginnen met een stenciltje, want 'het' staat niet goed in het boek van een ander. Dat stenciltje groeit heel langzaam.

Toch is er een soort roem voor schrijvende schoolmeesters (ik denk dat er heel weinig vrouwelijke schoolboekenschrijvers zijn). De kreet ' pak je Schwere Worter' moet bij velen een golf van nostalgische emotie of emotionele nostalgie oproepen. Sommige schoolboeken worden aangeduid met de naam van de auteur. Heette de examenbundel uit mijn jeugd niet 'Kruytbosch'? In verzandend gesprek met een vakcollega van een andere school vraag ik: ' Wat gebruik jij?' Ik informeer niet naar zijn verslaving en nodig hem niet uit voor een drankje. Hij zal me begrijpen en waarschijnlijk antwoorden: ' Middelink', want het gaat over een schoolboek en Middelink wordt veel gebruikt.

Ooit zat ik op een bijeenkomst waar Middelink in persoon aanwezig was. Op de vraag welk boek hij gebruikte, zei hij: ' Middelink'.

Hij is veel leuker dan z'n boek. Iets voor de boekenbijlage: interview met Middelink.

    • Rob Knoppert
    • het Vak