Lawaai

Al op de avond voordat het feest begon liet de Amsterdamse politie weten dat ze stapelgek werd van de mensen die klaagden dat ze niet slapen konden door het lawaai. Welk feest? Maakt niet uit. Het is altijd feest. Als het geen koninginnedag of bevrijdingsdag is, dan is er wel een voetbalclub kampioen geworden. Er is altijd wel een aanleiding om de versterkerkasten op te stapelen en de luidsprekers richting straat te keren. 'Ga dan ook niet midden in de stad wonen, zeurkous! Verveel ons niet met je oudbakken waarnemingen. Het is ons heus ook wel opgevallen dat er in de stad lawaai is, maar we doen niet of we daarmee iets nieuws hebben bedacht. Het is altijd al een heksenketel in de steden geweest, met het ijzeren beslag van karren en koetsen op de kinderhoofdjes, met de rinkelbom van kermisklanten en de roep van straatventers. Een salonheld van het cultuurpessimisme ben je, met je gejammer over een ongemak dat van alle tijden is.' Welke skinhead of Hell's Angel is zo welbespraakt dat hij de slachtoffers van de geluidsgorilla's op deze cynische manier kan bespotten? Het doet me pijn om het te zeggen, maar het was Gerrit Komrij, in zijn woensdagrubriek. Vreemd. Als ik aan Komrij dacht, zag ik nooit iemand voor me die met een gettoblaster aan het oor brullend door de mensenmassa deinde. Misschien vergiste ik me en hield ik te weinig rekening met de lenigheid waarmee hij van standpunt kan wisselen.

Als we nog nadenken over zijn oproep om de Bijenkorf te boycotten zien we hem al weer signeren op de boekenafdeling van dit warenhuis. Nauwelijks zijn we bekomen van zijn beschrijving van de Westerse cultuur als een rottend karkas, of we worden opgeschrikt door zijn oproep om de hoogste Westerse waarden te verdedigen. De ene week zingt hij een klaaglied over de verdwijning van menselijke levensvormen door het landbouwbeleid van de EG, een paar weken later drijft hij de spot met mensen die zich zorgen maken over de vervlakking en gelijkmaking. Als iemand klaagt dat Komrij niet consequent is schrijft hij een opstel over de gelukkige schizo.

Zo draagt hij bij aan de geestelijke gezondheid van een volk dat wel eens in zijn meningen dreigt te stikken. Laten we dankbaar zijn dat we af en toe een verrassing kunnen verwachten, ook al is die niet altijd aangenaam.

Cultuurpessimisme. Het woord ruikt naar vooroorlogse boeken over de opstand der horden, het klinkt naar discussies uit de begintijd van de televisie, met hooggeleerde zwamneuzen, in het dagelijks leven als cultuurpessimist verbonden aan de filosofische faculteit. Ik zou wel wat frisser bij de tijd willen lijken, maar het lukt me niet.

De werkers die het huis van mijn buurman verbouwen hebben een boor waardoor je drie straten verder van je stoel valt. Ze werken dan ook met oorbeschermers, anders zouden hun trommelvliezen barsten. Tegelijkertijd zetten ze hun radio zo hard aan dat hij het geluid van de boor overstemt, zodat ze ondanks hun oorbeschermers naar de muziek kunnen luisteren. Ik geloof dat ik de taal geen geweld aandoe als ik zeg dat ik verbijsterd was toen ik dit voor het eerst zag. Ondertussen heb ik gehoord dat het een schouwspel is dat geregeld gezien kan worden bij bouwwerkzaamheden. Ik beschouw dit als een typisch modern tafereeltje. Wat zou Komrij er van vinden? Hij wijst op de primitieve wilden, zoeloes en kaffers die al sinds mensenheugenis een hels kabaal maakten om de boze geesten af te weren. Klopt dat? Je stelt je een soort zoeloe-Komrij voor van een paar eeuwen geleden. Een beetje een buitenbeentje in de stam. Hij staat op het punt een bundel gedichten open te slaan. Goed glas wijn bij de hand, sigaartje zorgvuldig aangestoken. Dan barst buiten het kabaal van de geestenuitdrijvers los. Je moet toegeven dat deze denkbeeldige fijnproever het ook in vroeger tijden niet makkelijk zou hebben, maar je houdt het gevoel dat de vergelijking niet helemaal klopt, dat het lawaai van de geestenuitdrijvers anders is dan dat van de hedendaagse brulapen, hoe moet ik het zeggen, functioneler misschien. 'Authentieker', zou ik geschreven hebben, als ik niet bang was geweest om voor salonheld van het cultuurpessimisme te worden uitgemaakt.

Klaag over het lawaai en Komrij vindt wel een oudhollands boekje waarin een knetterende scheet wordt gelaten die alle moderne versterkers overstemt. Het is altijd hetzelfde geweest. Ik geloof het niet. Een kwart van de mensen die in de loop der tijden voet op Nederlandse bodem hebben gezet leeft nu. De anderen hadden tweeduizend jaar om hun lawaai te spreiden. Het laatste kwart verzamelt zich op hoogtijdagen voor mijn deur.

Het bevrijdingsfeest nadert zijn eind. De vergunning om lawaai te maken is al lang afgelopen. Ik bel de politie maar eens. Het is overal een gekkenhuis, mijnheer, schrijft u liever een brief aan de burgemeester. Slecht idee. De burgemeester heeft de tolerantie in zijn vaandel geschreven. Misschien vindt hij me wel een fascist, omdat ik het bevrijdingsfeest niet van harte mee vier. Even later verschijnt toch een politiewagentje. Een oude dame loopt huilend op de agenten toe. Rustig maar, mevrouw, we gaan nu iets doen. Tussen het gezag en de crimineel bestaat een delicate onderhandelingssituatie. De agenten doen een bod, de cafebaas heeft een eigen voorstel. Een compromis wordt bereikt. Een half uur later is het stil voor het cafe. Nog niet in mijn huis. Het gedreun en het gebonk gaat door. Het is het feest bij de Stopera, dat nog in volle gang is. Een ander stadsdeel, een kilometer weg.

De volgende dag komt het geloei van het Leidseplein. Ajax kampioen. De burgemeester brult zijn aanhang van tienduizend woestelingen opgewekt toe. Hij is dankbaar. 'Vijf jaar hebben we hier op gewacht!' Hij is vastberaden. 'Dit laten we niet meer los!' Hij is dreigend. 'Over twee maanden staan we hier weer!' Zoals de dag daarvoor de klanken van het feest bij de Stopera over de daken van de huizen naar mijn buurt kwamen, zo reikt het geloei van het Leidseplein nu tot de Stopera en tot het bejaardenhuis dat daar niet ver vandaan staat. Een oude cultuurpessimist is in zijn laatste uur. Hij is nog van vooroorlogse snit en hij is niet van mening dat het lawaai vroeger precies hetzelfde was. Nog net hoort hij het huiveringwekkende dreigement van de burgemeester en getroost en verzoend sluit hij de ogen.