Kaalplukteam: misdaad dient niet te lonen; Nederland paradijsin Europa om geld wit te wassen

Politie-functionarissen hebben in Brussel een cursus gevolgd in de bestrijding van technieken in het 'witwassen' van crimineel vermogen. Docenten waren ambtenaren van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency, die er alles aan gelegen is greep te krijgen op de internationale drugshandel. Voorlichting aan Europese politiekorpsen is daarbij een van de methoden.

BRUSSEL, 15 mei - 'De Antillen worden steeds populairder als doorvoergebied als het gaat om cocaine', zegt F. van der Molen, de chef van het Bureau Financiele Ondersteuning in de regio Rijnmond, een van de zes experimentele ondersteuningsteams van de recherchediensten. 'Dat leid ik af uit wat ik tegenkom in onderzoeken die nog niet zijn afgerond. Er gaat in Nederland echt veel geld om in de drugshandel. We zijn een doorvoerland en we hebben toevallig de Antillen binnen ons koninkrijk.'

De moeilijkheid om over 'lopend onderzoek' te praten illustreert Van der Molen met een voorbeeld: 'Over Suriname is kortgeleden heel wat commotie ontstaan. Moet je als politieman de gegevens dan keihard op tafel gooien? Dan breng ik de levens van collega's daar in gevaar. Dat zijn in veel gevallen jongens waarmee ik in Nederland op de politie-academie heb gezeten.' Dat Suriname, de Antillen en daaruit voortvloeiend Nederland een groeiende rol spelen in de internationale drugshandel vanuit Colombia is voor Van der Molen een logische zaak. 'De Verenigde Staten oefenen sterke druk uit op Colombia, dus daar zoeken ze naar andere afzetgebieden. En ook als je naar Europa wilt om geld wit te wassen, is Nederland een paradijs.' De witwastechnieken die het Medellinkartel hanteert zijn in de cursus uitvoerig besproken. Van der Molen: 'De drugshandelaren hebben een aparte organisatie opgezet van mensen die niet betrokken zijn bij de handel in drugs. Die groep houdt zich uitsluitend bezig met money-laundring, hun beloning is telkens zeven procent van het gewitte bedrag. Via een firma in Colombia, La Mina, hebben ze lijnen naar vele Europese landen.' De aanwezigheid van Nederlandse politiemensen op de internationale cursus in Brussel heeft alles te maken met de oprichting een jaar geleden en kort na elkaar van zes Bureaus Financiele Ondersteuning (BFO's). 'Kaalplukteams' werden ze meteen al genoemd. Waarmee de essentie van het functioneren bondig wordt aangeduid: misdaad dient niet te lonen. Via illegale praktijken verworven bezittingen van criminelen moeten worden afgepakt.

Circa 23 miljoen gulden hebben de zes BFO's in hun korte bestaan samen buitgemaakt. Al moet nog worden afgewacht hoeveel van dat bedrag via justitie uiteindelijk in beslag zal worden genomen. Sinds op 1 april vorig jaar het BFO-Eindhoven als eerste begon hebben de teams voornamelijk positieve publiciteit gehad. In zijn enthousiasme over hun opereren heeft minister Hirsch Ballin van justitie elk van de teams zelfs zeven miljoen gulden aan boven water gehaald crimineel vermogen toegeschreven. Realistischer was zijn voorstel in de Tweede Kamer de wettelijke mogelijkheden om beslag te leggen op 'wederrechtelijk verkregen voordeel' te verruimen. Uitbreiding tot een landelijk net van zo'n 23 BFO's wordt inmiddels overwogen.

Een kaalplukteam bestaat uit een chef, een administratieve medewerker, twee rechercheurs en twee financiele deskundigen die in de meeste gevallen afkomstig zijn van het FIOD of de Economische Controle Dienst. BFO-Rijnmond functioneert nu acht maanden. Van der Molen: 'We hebben inmiddels meer dan zestig zaken aangepakt. We kwamen er achter dat we niet alleen bezig zijn geld op te sporen, maar ook een geheel nieuw opsporingsmiddel ontwikkelen.'

Hij doelt erop dat in een vastgelopen onderzoek het 'geldplaatje' nogal eens nieuwe bewijzen oplevert. 'We reiken de opsporingsteams die wij ondersteunen adviezen aan als: bel eens even met de bank, stap eens binnen bij de Kamer van Koophandel. Wij kunnen voor die dingen niet meer tijd vrijmaken. Langzamerhand stappen we nu over naar de circuits van de zware criminaliteit.' De politiemannen zijn van mening dat als het eenmaal gaat om verdovende middelen, grote fraudes en georganiseerde overvallen, er moet worden gedacht aan zaken die maanden of zelfs jaren vergen. De BFO's werken nu met budgetten van ongeveer zes ton, maar dat moet veranderen. Van Wijk: 'Ons werk stopt niet bij de landsgrenzen. Ik kan me bovendien voorstellen dat BFO's straks de beschikking hebben over eigen arrestatie- en observatieteams.'

Het moet voor een BFO straks mogelijk zijn minimaal zes miljoen gulden per jaar 'te verdienen'. Dat is toch zo'n 140 miljoen gulden als er straks met 23 teams wordt gewerkt, rekent Van Wijk voor. 'De BFO's zijn de eerste winstgevende bedrijven binnen de Nederlandse politie', luidt zijn conclusie.

Beide politiemannen zijn onder de indruk van de mogelijkheden die de Amerikaanse opsporingsambtenaren hebben. Van Wijk: 'Ze gaan uit van het inkomen van een verdachte. De rest heeft hij dus illegaal binnengekregen. Laat hem maar aantonen hoe hij er aan komt. Ze nemen spullen in beslag en als iemand die komt opeisen, wordt hij ondervraagd. Als niet binnen dertig dagen wordt gereageerd, worden de spullen verbeurd verklaard. In Nederland kennen we dat nog steeds niet, maar we gaan nu een beetje die kant op.' Van der Molen wijst erop dat de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency 'per jaar een miljard dollar pakt die vervolgens verdwijnt in de eigen zak van de dienst'.

Hij pakt er een nummer van Vrij Nederland bij, waarin mr. P. J. Wattel, hoofddocent belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, zegt dat het in Nederland de bedoeling is de opbrengst van de BFO ten goede te laten komen aan de begroting van Justitie. 'Ik schat dat 80 procent van wat we boven water halen naar de belastingdienst gaat', is de reactie van Van der Molen. 'In onze onderzoeken hebben we voor de belasting inmiddels 25 bedrijven opgespoord. Dat waren bedrijven of personen die belastingplichtig waren maar niet geregistreerd stonden bij de dienst of werden beschouwd als onvindbaar.' Als straks het strafrechtelijke systeem enigszins is aangepast kunnen de kaalplukteams veel eenvoudiger onderzoeken beginnen tegen van zware criminaliteit verdachte burgers. 'Dan nemen we gewoon anderhalf jaar de tijd om zo'n figuur eens rustig te bekijken', zegt Van der Molen. In die methode schuilt natuurlijk het gevaar van willekeur. De chef regio-Rijnmond beaamt het. 'Er is natuurlijk niet voor niets een officier van justitie gekoppeld aan iedere BFO', is zijn reactie. 'Als zoiets misloopt, krijg je de wereld van George Orwell. Als ik de nieuwe wetsvoorstellen lees, kan ik daarmee goed werken. Maar ik kan ook heel goed begrijpen dat er zwaar over wordt gediscussieerd en dat er heel veel kritiek op is. Als de aanpassingen er door komen kun je dingen doen waarop de rechter-commissaris geen zicht meer heeft. Voor een politieman is dat prachtig, als burger zeg ik: moet dat nou.'