'Het ligt ook aan de subsidie, een toneelstuk moet voorkomenop de lijst van goedgekeurde stukken'

Het gaat niet goed met soldaat Woyzeck. Hij is proefkonijn in een medisch experiment en krijgt al maandenlang alleen erwten te eten, zijn vrouw bedriegt hem en hij hoort stemmen. 'Je hebt een pracht van een aberratio mentalis partialis, Woyzeck!', zegt de dokter. Ze zit hoog op een gympaard, want het decor is nog niet klaar. Het Johan van Oldebarneveltgymnasium in Amersfoort voert dit jaar Woyzeck van Georg Buchner op, een loodzwaar stuk over sociale misstanden, over waanzin en de dood.

Ik woon nu al bijna drie maanden repetities van schooltoneelstukken bij en een ding is duidelijk: cultuur is niet om te lachen.'We hadden nog een veel zwaarder stuk', vertelt meneer Meeuwsen, de coordinator van de opvoering, 'de regisseur had eigenlijk de Medea op willen voeren, maar die was echt te moeilijk, dus heeft hij Woyzeck gekozen. Maar toen de rollen net verdeeld waren, kreeg hij een baan bij de televisie, dus hebben we een nieuwe regisseur moeten zoeken.'Het is Eliza Maris uit Utrecht geworden, ook een beroepsregisseuse, want op deze school wordt het toneel heel serieus genomen. 'Woyzeck is moeilijk, ' beaamt Eliza Maris, 'het handelt over onderwerping en over de dood.' 'Denk jij graag over onderwerping en over de dood?', vraag ik aan een van de spelers.'Jawel, ' zegt hij, 'ik vind het interessant, maar ik ben al wat ouder dan de anderen, ik ben al achttien. Ik ben naar de bibliotheek gegaan om wat meer te lezen over Buchner. Hij is maar vierentwintig geworden.'De regisseuse wordt weggeroepen. Ze moet nog met de muzikanten overleggen en met de decorbouwer. Ik ga een kijkje nemen in het kantoortje waar vier uitgelaten jonge honden aan het wachten zijn tot ze op moeten komen. Het zijn twee jongens en twee meisjes en ik had ze al op de gang horen gieren van de pret.'Jullie zijn veel te vrolijk voor Woyzeck', zeg ik.

Ze protesteren. 'We begrijpen de toespraken af en toe niet, maar dat is ook de bedoeling. Voor de rest weten we wel waar het over gaat. Woyzeck wordt gek, doordat hij almaar erwten moet eten.'En ik ga vreemd', zegt het meisje dat de rol van Marie, de vrouw van Woyzeck heeft. Dan gaan ze weer verder met keet schoppen. 'We hebben het samen heel erg leuk', zegt Marie ten overvloede, 'we hebben een taartrooster. Iedere keer is iemand anders aan de beurt om een taart mee te brengen.'Even later zie ik Marie in een adembenemende scene met Woyzeck. Ze heeft een stem als een rapier en ook Woyzeck die eerder wat aarzelend zocht naar de juiste toon, gaat als een beest tekeer tegen zijn ontrouwe minnares. Alleen de tekst wordt hem af en toe te machtig: 'Ieder mens is een afgrond als je er in kijkt, ' roept hij, 'o nee, ieder mens is een afgrond; het duizelt je als je erin kijkt.' 'Mooi hoor', prijs ik als de repetitie even onderbroken wordt, 'hoe komt het dat dit je zo vlot af gaat?'Het hoort zo', zegt Woyzeck, 'Eliza heeft gezegd dat Woyzeck schreeuwt tegen zijn vrouw. Niet tegen de kapitein, want die is hoger. En ook niet tegen de dokter.' We hebben het weer over de moeilijke tekst. 'Af en toe weet ik zelf niet wat ik zeg', zegt de dokter, 'een aberratio mentalis partialis, wat is dat in godsnaam?'Ik begrijp ook niet alles', zegt Woyzeck, 'moet je kijken.' Hij geeft me zijn tekstboekje en ik lees: 'Daar rolt de kop 's avonds. Iemand raapte hem eens op. Die dacht, dat is een egel. Drie dagen en drie nachten en hij lag op stro.' 'Ik weet niet wat ik me daarbij moet voorstellen', zegt Woyzeck.'Het ligt ook aan de subsidie', legt meneer Meeuwsen uit, 'een toneelstuk moet voorkomen op de lijst van goedgekeurde stukken. Die zijn geen van allen erg gemakkelijk. Als je een stuk van die lijst speelt, kun je in aanmerking komen voor een subsidie van de Stichting Nederlands Schooltheater.

'Nu begrijp ik het. Marie en Woyzeck doen de scene nog een keer.'Wie weet het?!', is Woyzecks laatste vertwijfelde uitroep en dan valt hij uit zijn rol: 'Of moet het zijn weet ik het?' De regisseuse aarzelt. 'Woyzeck twijfelt hier', zegt ze. Zij is ook niet onverdeeld gelukkig met de keuze van haar voorganger. 'Ik begrijp meer van het stuk dan de leerlingen, neem ik aan, ' zegt ze, 'maar af en toe denk ik ook wel eens: wat zullen we er nou weer van maken.'

    • Yvonne Kroonenberg
    • de Schoolkrant