Het geheim van een goede naam

Democraten zijn we allemaal. Dat woord is overbodig in de naam van een politieke partij. Het heeft geen onderscheidende waarde. Het zegt niets over die ene partij, dat ene programma, dat ene gezelschap politici. Als 'democraten' of 'democratisch' toch in de partijnaam voorkomt, klinkt het zelfs wat verdacht. Mensen die zich zo noemen vinden het blijkbaar bijzonder dat zij democraten zijn, verdienstelijk in plaats van vanzelfsprekend.

Een partijnaam is een soortnaam. Wanneer ik als kiezer zo'n soortnaam lees, wil ik weten met wat voor belang de partij zich vereenzelvigt en met wat voor opvattingen over het bestuur van de staat. Als een partij de indruk wekt voor alle soorten belang te willen opkomen en voor alle opvattingen, en als die ambitie zichtbaar wordt in de naam - bijvoorbeeld Democratische Partij -, weet ik bij voorbaat dat die partij niet thuishoort in het parlementaire stelsel. Zo'n partij streeft naar alleenheerschappij. Zij wil alle partjes van de taart hebben. Dat is te veel. Dat mogen alleen koningen, keizers en tirannen.

Als je naar de namen van Nederlandse politieke partijen kijkt, zou je niet zeggen dat 'democratisch' net zo goed weggelaten kon worden. Ook aanhangers van de PvdA noemen zich vaak 'sociaal-democraten'. Hun partijcultuur, of hun ideologie, of de meest gewenste inrichting van de staat - ik begrijp het nooit goed - heet dan 'sociaal-democratie'. Alsof ze benauwd zijn anders niet fatsoenlijk en parlementair genoeg gevonden te worden. Nu mag dat historisch wel verklaarbaar zijn, dat is nog geen reden om er in heden en toekomst mee door te gaan. Waarom niet gewoon Socialistische Partij? Dan weet iedereen waar hij aan toe is.

Hetzelfde geldt voor christen-democraten en christen-democratie. Het is al mooi dat er tenminste 'christen' bij staat. Kiezers weten dan dat ze voor die partij christelijk moeten zijn. Een heel klein beetje christelijk of heel erg christelijk, maar in elk geval voldoende verbonden met een christelijke geloofsrichting en voldoende overtuigd van de politieke toepasbaarheid van christelijke geloofsregels om op een christelijke partij te stemmen.

De liberalen hebben hetzelfde slechte geweten als de socialisten en de christenen. Zelfs nog wat meer - ze zijn niet alleen voor 'democratie', ze noemen zich ook nog 'volkspartij'. Het kan niet op.

Liberalisme, socialisme, christelijkheid, of vrijheid, gelijkheid, broederschap - dat blijven de drie voornaamste houdingen in de Westerse politiek, waarbij het socialisme wat broederschap opeist in de vorm van solidariteit en waarbij christelijkheid zich, eerder dan de twee andere, laat associeren met de begrippen traditionalisme en conservatisme (Lubbers en Brinkman bijvoorbeeld noemen zich allebei van tijd tot tijd conservatief; dat zullen vertegenwoordigers van VVD en PvdA, ook al zouden ze het zijn, niet zo vlug doen). Als in de naam van een partij belang en ideologie zichtbaar worden, schept dat ruimte voor andermans belang, andermans ideologie, andermans partij. Je kunt dan tegen elkaar zeggen: voor u geldt het primaat van de individuele vrijheid, voor mij het primaat van de gelijkheid of van de broederschap. Laten we eens kijken in hoeverre we van onderwerp tot onderwerp en van geval tot geval combinatieformules kunnen bedenken. De tegenstander is dan niet bij voorbaat slecht of achterlijk of verdacht, hij is alleen niet in de eerste plaats liberaal of socialistisch of christelijk.

Er zijn ook nog andere partijnamen denkbaar. Zoals partijen die zich afsplitsen van de moederpartij door zich 'radicaal' te noemen. Of partijen die kiezen voor een bepaald christelijk geloof, zoals het gereformeerde. Of partijen die niets zeggen over het doel maar alleen over de belangengroep die zij willen vertegenwoordigen, zoals arbeiderspartij, boerenpartij, vrouwenpartij. Of partijen die in agressieve of defensieve zin het nationale belang extra aandacht willen geven en dat in hun naam laten blijken.

Een veel minder duidelijke driedeling is die tussen rechts, centrum en links. Links en rechts hebben dan nog het voordeel dat zij per definitie ruimte laten voor rechts en links. Centrum-aanhangers trekken al gauw een gezicht of ze het beste van links en rechts in zich verenigen. Ook zij zijn van die potentiele alleenheersers die zich niet kunnen voorstellen dat er respectabele andersdenkenden bestaan.

Wie zich centrum-democraat noemt, verraadt zich tweemaal.

F. Bolkestein, van de VVD, zei laatst in een interview dat het succes van D66 hem intrigeerde, omdat hij nooit goed had begrepen wat die partij nu eigenlijk wilde. Hij had het idee dat het ideologische hart van de Democraten uit een holte bestond.

Ik denk dat hij gelijk heeft. Indertijd, bij de oprichting van D66, was het de bedoeling dat alle andere partijen zouden 'ontploffen' en dat er dan niet meer dan twee nieuwe partijen zouden overblijven. Een voor moderne mensen met visie en dynamiek, zoals het toen heette, en een voor mensen die met al dat visionaire, dynamische en moderne nog wat moeite hadden. Een partij dus voor de voorlijken en een partij voor de achterlijken.

Dat klinkt niet bijzonder parlementair, niet pluralistisch, en dat is het ook niet. Als je D66 niet alleen hol wilt noemen en de partij probeert te associeren met een politiek adjectief, zou dat niet liberaal, socialistisch of christelijk moeten zijn, maar neutraal. Niet neutraal ten opzichte van conflicten tussen buitenlandse staten of staten-allianties, maar neutraal tegenover het parlementaire systeem zelf. Wie op D66 stemt verbindt zich tot niets. Hij kan nog alle kanten op.

In de Haagse Post van een paar weken geleden raadde de hoofdredacteur Jansen van Galen D66 aan altijd in de oppositie te blijven, zich nooit met welke partij ook te verbinden om te regeren. Zodra de partij van die lijn afweek, schreef hij, zou zij stemmen verliezen. Dat had het verleden bewezen. Het zou wel eens waar kunnen zijn. Het is alleen de vraag of het, zoals hij vindt, voor D66 pleit.

Neutraliteit is afzijdigheid, niet meedoen. In zoverre zijn al die stemmen voor D66 nauw verwant met de stemmen die niet stemden. Een aanhanger van D66 neemt tenminste nog de moeite in het stembureau een rondje rood te maken, al is het dan ook het rondje van: 'de politiek' kan mij gestolen worden. Een thuisblijver blijft thuis - en denkt hetzelfde.

Hol, neutraal, afzijdig, onverschillig. Als het niet waar is zouden Van Mierlo en de zijnen eindelijk eens duidelijk moeten maken voor welk belang en welke ideologie in het politieke krachtenveld zij zich sterk maken.

Dat kan op een simpele manier: door een nieuwe naam te kiezen. Een naam die bindt en begrenst.