Halve zolen-lijntje

De meeste van de rails zijn tien jaar geleden al opgenomen. Toch houdt de 'halve zolen-lijn' de gemoederen in de Langstraat nog steeds danig bezig. Deze spoorlijn van Lage Zwaluwe naar 's Hertogenbosch over Waalwijk telde slechts 47 kilometers en acht stations maar voorzag echt in een behoefte. De investering in de lijn bedroeg 7.611.396 gulden en 61/2 cent. Een astronomisch bedrag in 1890, het jaar waarin de lijn geheel open ging.

De Langstraat had een omvangrijke leder- en schoennijverheid. Ook het passagiers-aanbod speelde een belangrijke rol. De 'halve zolen-lijn' ontsloot als geen ander transportmiddel de regio.

De spoorlijn werd in 1972 voor het laatst regulier bereden. Waar maken die Langstraters zich eigenlijk nog druk over? Alles is toch weggehaald? Neen. Er liggen nog een paar kunstwerken, knapen van vakwerkbruggen om precies te zijn. Mooie stukjes ingenieurs-vakwerk. Die zouden ook weg zijn geweest als niet, enkele jaren geleden, de betrokken gemeenten de door de Nederlandse Spoorwegen ingeschakelde slopers hadden afgekocht.

De hoge aanlegkosten van de complete spoorlijn zijn vooral toe te schrijven aan de bouw van bruggen. Ten oosten van Waalwijk vond je in totaal 91 overspanningen van elk 16,5 meter lang. Die waren in drie bruggen aaneengeschakeld: 36 stuks in het Bossche Inundatieveld door de Moerputten bij de Hamsloot (net onder Den Bosch, een bruglengte van bijna 600 meter) en 2 stuks over de Bossche sloot (bij Vlijmen); en 53 stuks over de Baardwijksche Overlaat bij Waalwijk (een bruglengte van 880 meter). Verder naar het westen kruiste de lijn bij Raamsdonkveer de drukbevaren Donge. Hier werd een draaibrug geplaatst. Jammer genoeg werd de langste brug, die over de Baardwijksche Overlaat, na de Tweede Wereldoorlog fiks ingekort. Een deel is vervangen door een dijklichaam. De brug van 600 meter is geheel intakt. En van de brug bij Raamsdonkveer is een aanbrug weggehaald om vrije doorvaart te verkrijgen. De draaibrug zelf en de tweede aanbrug zijn gewoon blijven liggen.

Nuttig bewaren

Drie jaar geleden vormden zich enkele stichtingen die de vaste bruggen ten oosten van Waalwijk wel wilden bewaren. Behoud zonder herbestemming is moeilijk zo niet onmogelijk. En juist de allermooiste brug, die indrukwekkend lange over de Moerputten, is nu net het moeilijkst te behouden. Onderhoudskosten zijn immers evenredig met de lengte.

De situatie rond die brug is nogal complex. Hij loopt namelijk dwars door een uitzonderlijk natuurgebied. De naam Moerputten duidt op een oude ontvening. De rijke flora en fauna daar mogen natuurlijk niet door een nieuw te geven bestemming worden belast. Als je een bioloog naar z'n mening vraagt, roemt hij zaken als de nieuwvorming van veen die zich hier nu voordoet, het moeras-melkviooltje (een plantje dat alleen hier blijkt te groeien), de blauwe pimpernel (een vlinder) en een rijk vogelleven.

De geschiedenis

Waarom moest de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen zulke lange en dure bruggen aanleggen in de spoorlijn tussen Den Bosch en Waalwijk? Het antwoord is: door de moeilijke waterstaat in dit gebied. Hier kwamen elk jaar uitgestrekte overstromingen voor. Deze werden, vroeg in het voorjaar, veroorzaakt door de grote aanvoer op de Maas gekoppeld aan een belabberde afvoer.

Beneden Den Bosch was de capaciteit van de Maas hoogst ontoereikend. De rivier mondde toen nog bij Woudrichem in de Waal uit, en niet, zoals tegenwoordig, in het Hollands Diep. Het teveel aan water stroomde ten westen van Den Bosch over de linker Maasdijk het vlakke land bij Hedikhuizen en Bokhoven op. Dit inundatieveld strekte zich naar het zuiden uit, tussen Vlijmen en de westrand van Den Bosch.

Tot overmaat van ramp konden Dommel en Aa (riviertjes ten zuiden van Den Bosch) hun water op de hoge Maas niet kwijt. Dit liep dan ook het Bossche inundatieveld binnen over de (bewust laaggehouden) linker Diezedijk ten noorden van Den Bosch.

Het Bossche waterbezwaar zou in de zomer, wanneer Dommel, Aa en de Maas zelf maar weinig aanvoer hebben, af moeten nemen. Dat gebeurde echter niet omdat de Waal dan massa's water op de Maas bracht, via de overlaten van Heerewaarden. Zo bleven de Bosschenaren maanden met hun voeten in het water.

Baardwijksche Overlaat

De Natuur zorgde zelf voor een soort oplossing. Westelijk van Den Bosch, onder Vlijmen, Nieuwkuik en Drunen door, strekt zich een laagliggend gebied uit. Het teveel aan water kon tussen Waalwijk en Drunen naar het noorden toe, een uitlaat vinden op het Oude Maasje. Deze weg, een binnendijkse afvloeiing, noemt men de Baardwijksche Overlaat. Hij werd in 1776 gecreeerd.

De aan te leggen spoorlijn kruiste - van Den Bosch uit gerekend - eerst de waterstroom naar het zuiden tussen Vlijmen en Den Bosch; en vervolgens de waterstroom naar het noorden tussen Drunen en Waalwijk. Beide mochten uiteraard niet belemmerd worden - vandaar de enorme doorlaat der beide bruggen. Omdat de lijn noordelijk van het inundatiegebied moest blijven, was het onvermijdelijk de Moerputten te kruisen - precies het diepstliggend en moerassigste deel van het gebied. Er was geen ander trace mogelijk.

Niet meer nodig

Het plan voor de spoorlijn werd rond 1880-1882 uitgewerkt. Het deel ten oosten van Waalwijk werd pas in 1890 opgeleverd. Er waren wat vertragingen, onder meer door een staking wegens de onplezierige werkomstandigheden. De moerputten barstten ook toen al van de muggen. In 1883 nam onze Regering de Maasmondwet aan. Deze regelde de verlegging van de Maasmond naar de Amer door het graven van de Bergse Maas. In 1904 was deze klus geklaard. Rond 1910 volgde voor het Dommel- en Aa-water nog een speciaal afwateringskanaal direkt naar de Maas. En toen waren al die mooie, dure bruggen in de spoorlijn feitelijk niet meer nodig.

Daarom werd de Baardwijkse brug, die de Duitsers opbliezen toen ze zich in 1944 terugtrokken, niet overspanning voor overspanning gerestaureerd. Het vervangen van een deel van de brug door een dijk was voordeliger. En voor de waterafvoer maakte het niets meer uit.

Getrokken ijzer

Alle bruggen in de 'halve zolen-lijn' zijn opgebouwd uit gewalst smeedijzeren platen, strippen, stroken en profielen. De onderdelen werden geboord en met klinknagels verbonden. Lassen kwam niet voor, althans niet in de betekenis die wij er thans aan toekennen (door samensmelten verbinden). In het bestek werd vermeld dat op aansluitingen van delen van 'de laschplaten zoo mogelijk aan beide zijden moeten worden aangebragt' - 'lasschen' betekende hier koppelen door klinken.

Smeedijzeren bruggen vind je niet veel meer in Nederland, althans geen grote. De aanbrug van de Hefbrug in Rotterdam; de grote spoorbrug en het spoorwegviaduct in die stad. De spoortunnel die nu wordt aangelegd maakt ze spoedig overbodig. Dan zijn die bruggen in de 'halve zolen-lijn' - voor zover ik weet - de enige grootschalige nog bestaande voorbeelden. Toch maar eens iets om te bewaren? Binnenkort worden opnieuw de afleveringen van 'Oude Techniek' in boekvorm gebundeld. Ook de eerste bundel is nog verkrijgbaar. De Archaeologische Pers, Zeelsterstraat 147, 5652 EE Eindhoven.

    • Alex den Ouden