Gewasbescherming

Bestrijdingsmiddelen, pesticiden of 'gewasbeschermingsmiddelen' hebben na de oorlog een grote vlucht genomen. De akkerbouw, maar vooral de tuinbouw en de sierbloementeelt zijn er volledig afhankelijk van geworden.

ISBN 90.5128.009.2 Te bestellen: fl.22,50 op giro 732963. Gezondheids- en milieueffecten van dithiocarbamaten. M. J. H. Klein. Wetenschapswinkel Vu, Amsterdam, 1990.

ISBN 90.5128.010.6 Te bestellen: fl.22,50 op giro 732963. Beide boekjes samen: fl.39,50.

De huisvrouw die met een spuitbus af en toe haar plant luisvrij maakt, is geen milieuheilige. Toch vormen huishoudelijke toepassingen maar een schijntje in vergelijking met het professionele gebruik. In de landbouw gaan jaarlijk 25.000 ton om, voor houtverduurzaming 12.000 ton, ontsmetting van koel- en proceswater 6.700 ton, desinfectia 1.200 ton, verven 600 ton, de overheid 107 ton en de huishoudens slechts 19 ton (in actieve stof). De landbouw gebruikt dus echt het leeuwendeel.

Voor de leek valt het begrip pesticide ongeveer samen met insekticide, maar dat is een grote vergissing. In de Nederlandse landbouw wordt jaarlijks 500 ton insekticiden, 4.000 ton fungiciden (tegen schimmels), 4.000 ton herbiciden (onkruidverdelgers) en 8.500 grondontsmettingsmiddelen verbruikt (alles uitgedrukt in tonnen actieve stof, in het gebruik worden de middelen bijgemengd met andere stoffen om de verspreiding te vergemakkelijken). Nu zeggen deze getallen ook niet alles, want je kunt de middelen onderling moeilijk vergelijken: de duizenden tonnen gasvormig dichloorpropeen die in de bodem worden gespoten, zijn iets heel anders dan de 10 ton peperdure pyrethroiden, de nieuwe selectieve insekticiden die langzaam de markt gaan veroveren. Maar duidelijk is in ieder geval dat er heel wat meer tegen schimmels en onkruid wordt gespoten dan tegen insekten. Ten dele komt dat doordat tegen schimmel veelal volgens een 'kalenderplan' wordt gespoten, ter voorkoming dus, terwijl insekticiden meestal alleen worden gebruikt als er echt schade is.

De Wetenschapswinkel van de Vrije Universiteit heeft op verzoek van enkele milieuorganisaties een tweetal boekjes geschreven over bestrijdingsmiddelen. Het ene boekje ('Bestrijdingsmiddelen') algemeen, het andere ('Dithiocarbamaten') gaat alleen over een speciale groep van schimmelbestrijdingsmiddelen - wel een zeer belangrijke groep.

Volgens de flaptekst geven de boekjes antwoord op vragen als: 'Is het eten van produkten uit de gangbare landbouw nu schadelijk?' en 'Mijn tuin grenst aan een aardappelveld. Mag ik het water uit de sloot gebruiken om mijn slakropjes te bespuiten?' Maar deze flaptekst is wat al te leekvriendelijk: de boekjes geven een opsomming van de gangbare middelen, de toepassingen, de toxiciteit voor de mens, de symptomen bij eventuele inname, het resistentieprobleem en nog talloze andere zaken. Maar de simpele vraag 'Kan ik dit eten?' wordt niet beantwoord.

Aardig zijn het historisch overzichtje ('Van bidden naar spuiten'), de beschrijving van de vitale rol van bestrijdingsmiddelen voor de Nederlandse exportpositie (als bij invoer van een partij sla in een krop een bladluis wordt aangetroffen, wordt de hele partij afgekeurd), en de beantwoording van de vraag of een appel eten echt verstandig snoepen is (het antwoord is ja, maar dat is niet te danken aan de slappe residutolerantiewaarden die in Nederland worden gehanteerd). Er staat zo'n beetje alles in, alleen de prijzen, verkoopadressen van de pesticiden en de hulpmiddellen om te spuiten niet. De boekjes zijn vooral geschreven voor mensen die zich zorgen maken over pesticiden, een boer heeft er niet veel aan.

De twee boekjes vormen een verstandig initiatief in een tijd van groeiende afkeer van bestrijdingsmiddelen. Vooral in Duitsland kijkt het publiek met walging naar de Nederlandse praktijken. Langzamerhand is Frau Antje niet meer zo welkom in de Bondsrepubliek. Nog onlangs stond in de Boerderij, het vakblad voor de boer, het verhaal van de Nederlander die een firma in landbouwprodukten moest vertegenwoordigen op een Duitse Messe. Hij had zorgvuldig alle aanduidingen aus Holland weggeretoucheerd, de Duitsers hebben een sterke afkeer van de chemische cocktails die ze in de Nederlandse produkten veronderstellen. Nederland kent inderdaad het hoogste pesticidengebruik per hectare in de wereld. Gelukkig maar dat de BRD voorlopig wat anders aan zijn hoofd heeft, eerst moet Oost-Duitsland schoongemaakt worden.

In 'Bestrijdingsmiddelen' worden de alternatieve methoden genoemd, methoden die overigens al druk in de agrarische vakbladen besproken worden. Er zal weer veel onkruid mechanisch worden bestreden (schoffelen en branden), er komen andere, minder gevoelige rassen, de intensiteit (opbrengst per hectare) zal weer wat omlaag moeten en de vruchtwisseling moet anders, dus niet meer jaren achter elkaar dezelfde fabrieksaardappelen.

Het boekje 'Bestrijdingsmiddelen' kan ik iedere belangstellende aanraden. 'Dithiocarbamaten' is meer iets voor kenners, het geeft de biologische werkingsmechanismen, bevat veel literatuurgegevens en is in het algemeen veel technischer. Wie beide boekjes heeft gelezen, begrijpt waarom de milieuorganisaties onlangs de (onsympathiek ogende) campagne tegen snijbloemen is begonnen: ze staan stijf van de bestrijdingsmiddelen. Ook met zo'n eenvoudig cadeautje moet een milieuvriendelijk mens tegenwoordig opletten. R. B.