Europese chemie is na zeven vette jaren onzeker over 1990

ROTTERDAM, 15 mei - De hele Europese chemie presenteerde over het eerste kwartaal van dit jaar cijfers die onder het niveau lagen van vorig jaar. Toch zou van een trendbreuk geen sprake zijn. Alles bij elkaar gaat het nog steeds goed, vinden de chemiebedrijven. Maar in hun prognoses klinkt onzekerheid door.

Als belangrijkste reden voor dit zwakkere eerste kwartaal geldt dat de eerste drie maanden van vorig jaar zo uitzonderlijk voorspoedig verliepen, zo vergoelijken de chemieconcerns hun cijfers. De feitelijke oorzaken zijn niettemin duidelijk: een zwakkere yen en dollar, capaciteitsuitbreidingen die de marges drukken en economische problemen in Zuid-Amerika en Oost-Europa.

In Nederland waren onverwacht slechte resultaten van DAF Trucks en Philips deze maand reden voor de vaste Kamercommissie voor economische zaken om nadere informatie te vragen over de gang van zaken bij die bedrijven. Deze zorg kan versterkt zijn doordat even eerder de Nederlandse chemieconcerns DSM en Akzo ook al verslag deden van teruglopende winsten.

De chemie en de vrachtwagenindustrie gelden beide als economische barometers. Bloeiende handel vraagt om steeds meer transport; als de vrachtwagenafzet afneemt kan dat wijzen op een economische teruggang. Ook de prestaties van de chemie, toeleverancier van werkelijk elke bedrijfstak, zijn maatgevend: conjuncturele pieken en dalen werken in deze branche versterkt door. De afgelopen acht jaar was dat goed te merken aan de toename van winst en omzet, die telkens de gemiddelde economische groei overtrof.

Juist die langdurige hausse-periode maakt analisten nu achterdochtig. Reikhalzend kijken ze uit naar tekenen van slapte, die de bijbels-economische theorie staven dat zeven vette jaren door zeven magere worden gevolgd.

Van Hermann Strenger, bestuursvoorzitter van het Westduitse chemieconcern Bayer, zullen de onheilsprofeten zo'n teken niet krijgen. Strenger wees in een toelichting op de jongste kwartaalcijfers van zijn bedrijf vooral op de groei met 3 procent die de afzet in volume had vertoond. 'Dat toont aan dat de conjunctuur zich positief blijft ontwikkelen. Van inzakken van de vraag kan in onze optiek geen sprake zijn.' Toch kon hij niet loochenen dat de omstandigheden enigszins zijn gewijzigd sinds vorig jaar. De omzet van Bayer in harde marken werd namelijk wel geraakt. In Azie liep die met 19 procent terug, in Noord-Amerika met 7 procent. Hij greep ter verklaring daarvan terug op een fenomeen dat ook Philips onlangs opvoerde: valutaire tegenwind. Maar waar Philips de lagere koersen van yen en dollar gebruikte als schaamlap om zijn verliezen in enkele produktsectoren te verhullen, kennen de Europese chemieconcerns nauwelijks meer structureeel verliesgevende sectoren.

Als andere winstdrukkende factoren noemde Strenger de problematische situatie in Latijns Amerika en Oost-Europa, waar de afzet in geld en volume afneemt, en het prijsdrukkende effect van de mondiale groei van de produktiecapaciteit van kunststoffen.

Ook BASF noemt prijsdalingen en verzwakking van yen, pond en dollar tegenover de D-mark als oorzaak van zijn iets lagere omzet en brutowinst. Verder eisten economische moeilijkheden in Brazilie hun tol. Het concern spreekt niettemin van aanhoudend hoge verkopen en winst. BASF-voorzitter dr. H. Albers noemde de stagnatie niet het gevolg van een zwakke markt, want in volume gemeten nam de omzet toe. Ondanks een wat trage groei gaat de chemie, aldus Albers, geen zwakke periode tegemoet. Hij wees er in een toelichting op de kwartaalcijfers op dat die zich op hetzelfde hoge niveau als vorig jaar bevinden en dat de ontwikkeling van de laatste kwartalen zich in de eerste drie maanden van 1990 heeft voortgezet.

Met die nuance geeft Albers impliciet toch aan dat de winstpositie van de chemische industrie, en met name het deel daarvan dat sterk afhankelijk is van de petrochemie, verzwakt is. Medio 1989 daalden de marges op etheen, grondstof voor de meeste plastics en een goede indicator voor de petrochemie, aanzienlijk. Die val is inmiddels ten einde en de prijzen zijn stabiel. Maar, zo vraagt Charles Brown, analist bij het effectenhuis Goldman Sachs in Londen, zich af: hoe lang nog? Brown voorziet de komende maanden nog rust, mede doordat enkele naftakrakers (die etheen maken) voor onderhoud worden stilgelegd terwijl de vraag in continentaal Europa relatief hoog blijft. Niettemin ziet hij in de tweede helft van dit jaar en in 1991 duidelijk risico van een verdere prijsdaling, doordat dan nieuwe Europese produktiecapaciteit beschikbaar komt terwijl de marktgroei vertraagt.

Een prijsval zal in Browns optiek voorals BASF en DSM treffen, die beide nogal zwaar in de petrochemie zitten.

Gegeven de prijsval van etheen en afgeleide produkten was het niet verwonderlijk dat DSM het afgelopen kwartaal een bedrijfsresultaat meldde dat 24 procent lager was dan dat over de eerste drie maanden van 1989. Het nettoresultaat over het eerste kwartaal viel, dank zij lagere belastingdruk en een buitengewone bate, 19 procent lager uit. 'Het resultaat bleef daarmee in lijn met het goede tweede halfjaar 1989', aldus DSM in een toelichting.

Wat de omzet aangaat, kon DSM nog een stijging met 6 procent melden. Weliswaar was het prijsniveau tegenover vorig jaar gemiddeld 6 procent lager, maar 12 procent volumegroei (waarvan driekwart autonoom) compenseerde dit ruimschoots.

Waar Bayer-voorzitter Strenger de volumegroei uitlegt als een voorbode van 'opnieuw een goed jaar, waarmee we aansluiten bij de positieve ontwikkeling van de jaren tachtig', houdt DSM zich op de vlakte. Op dit moment, stelt het Limburgse chemieconcern, 'is de gang van zaken voor de meeste van onze produkten zodanig, dat de bedrijfsresultaten zich blijven ontwikkelen op het goede niveau van het tweede halfjaar 1989. Onder de huidige omstandigheden achten wij het echter nog te vroeg nu een concrete verwachting over het resultaat van het gehele jaar 1990 uit te spreken.' Duidelijker is Akzo. Dit Arnhemse chemieconcern is minder afhankelijk van de petrochemie en conjunctureel minder kwetsbaar dan DSM, maar het zag in een 6,7 procent teruglopend bedrijfsresultaat al voldoende aanleiding een waarschuwing te laten uitgaan: 'Hoewel het nog te vroeg is om aan de gang van zaken in het eerste kwartaal conclusies te verbinden voor de rest van het jaar, lijkt het moeilijker te worden onze eerder uitgesproken verwachtingen van een gelijkblijvend bedrijfsresultatenniveau te realiseren', aldus Akzo's kwartaalbericht. En dat terwijl Akzo nog wel melding kon maken van 2 procent omzetgroei, zowel in volume als geld.

BASF-voorzitter Albers: Ondanks trage groei gaat de chemie geen zwakkeperiode tegemoet