De minister denkt te oogsten zonder spitwerk te latendoen

AMSTERDAM, 15 mei - Joost de Wit, de 51-jarige directeur van de Stichting voor Vertalingen, voelt zich voor de gek gehouden. Drie jaar geleden besloot het bestuur van zijn Stichting in overleg met het ministerie van WVC uit te breiden. Er werd extra personeel aangetrokken, aan het Singel werd een nieuw pand ingewijd, de Stichting nam nieuwe taken op zich. En nu verwijt hetzelfde ministerie de Stichting eigenmachtig en onverantwoord optreden.

Twee weken geleden maakte minister d'Ancona bekend de subsidie aan de 36 jaar oude Stichting die zich bezig houdt met de bevordering van Nederlandse literatuur in het buitenland met ingang van 1 januari 1991 stop te zetten. Belangrijk argument daarbij was dat de Stichting er niet in slaagde financieel orde op zaken te stellen. In de eerste plaats was er geen dekking voor het tekort dat was ontstaan na het wegvallen van de subsidie uit Belgie. Maar daarnaast zou er nog een extra tekort zijn van enkele tonnen per jaar, waarin het ministerie weigerde te voorzien. De Wit had een dergelijk abrupt einde voor zijn Stichting absoluut niet verwacht. Tijdens een gesprek op het ministerie enkele weken geleden is nog gesproken over verschillende oplossingen. Zo was het mogelijk een deel van de werkzaamheden stop te zetten. Of de subsidie kon worden uitgebreid. Ook opheffing is even ter sprake gekomen, maar dat was volgens De Wit in een 'lacherige' sfeer: 'Dat namen we niet serieus.'

De minister vroeg die laatste keer nog een planning voor de komende jaren te maken op basis van het beschikbare geld. Die planning heeft De Wit niet meer in kunnen dienen. Voor hij klaar was, hoorde hij dat het geen zin meer had. De Wit is vooral teleurgesteld omdat er de afgelopen jaren regelmatig contact met WVC is geweest. Tijdens de vergaderingen van het stichtingsbestuur is er altijd een waarnemer van WVC aanwezig geweest, ook toen de zo beslissende uitbreiding van 1988 werd besproken. 'Men wist waar we mee bezig waren. De ambtenaar van WVC die er bij zat heeft ons nooit gewaarschuwd dat we te duur werden. Sterker: hij heeft ons juist aangemoedigd uit te breiden.' Ook nu nog heeft De Wit niet de indruk dat WVC een ander beleid wil gaan voeren. Uit de brief van d'Ancona over het Letterenbeleid die vorig week aan de Tweede Kamer is gestuurd, blijkt volgens hem dat de minister buitengewoon tevreden is over wat er op dit moment gebeurt. 'Veel van wat wij doen is nu overgenomen in de Letterennota. Er is ook nooit inhoudelijke kritiek op ons werk geleverd. De minister wil dit soort werk nog steeds uitbreiden, alleen de machine die er voor nodig is, het apparaat, wil ze plotseling kwijt. Ze wil nog wel oogsten, maar ze denkt dat ze de spitters niet meer nodig heeft.'

Overtrokken

Een van de bezwaren die WVC twee weken geleden naar buiten bracht, is dat de overhead van de Stichting te groot is. Er zou te veel geld worden besteed aan organisatie, huur, reiskosten en personeel. Te weinig, slechts dertig procent van het budget, zou ten goede komen aan het eigenlijke doel, de vertalingen en de documentatie.

Joost de Wit vindt dit beeld sterk overtrokken. 'Al die verhalen over onze reizen! Vorig jaar ging drie a vier procent van het budget op aan reiskosten, nog geen 40.000 gulden. Ik reis altijd economy-class, maar ik moet nu eenmaal reizen. Een soortgelijk bedrag ging naar representatie. En de huur van het pand is niet veel hoger dan vroeger, 48.000 gulden. Alleen de personeelslasten vormen een grote last, een bedrag tussen de drie en vier ton voor vierenhalve formatieplaats. Maar die personeelslasten zijn volgens De Wit verantwoord, zolang het ministerie niet aangeeft welke taken geschrapt kunnen worden. 'We zouden kunnen stoppen met het samenstellen van bloemlezingen in vreemde talen. Daar gaat veel tijd in zitten. Maar dat moet dan wel tegen ons gezegd worden. We begeleiden nu ook nog elk jaar drie writers in residence, Nederlandse schrijvers die ergens een jaar lang gastcolleges geven. Met zo'n schrijver zitten we minstens een week te praten. We zeggen wat hij te doen krijgt, wat voor studenten hij krijgt. Wie moet dat anders doen? En wie moet een Nederlandse auteur begeleiden als hij naar het buitenland reist? Je kunt hem niet zomaar een ticket geven en zeggen: ga maar signeren. Er moeten mensen zijn die hem opvangen. Er moeten lezingen georganiseerd worden. Hij moet weten wat hij gaat voorlezen. Zijn teksten moeten vertaald worden.'

Volgens Joost de Wit ligt de grote kracht van de Stichting-zoals-die-nu-is juist in de combinatie van verschillende taken. Aan de ene kant bevordert hij met zijn medewerkers het vertalen van Nederlandse literatuur rechtstreeks, door subsidies te geven voor buitenlandse uitgaven of door bloemlezingen te laten samenstellen. Aan de andere kant is hij een roving ambassador, iemand die contacten onderhoudt met schrijvers, uitgevers, vertalers en buitenlandse universiteiten waar Nederlands wordt gedoceerd. Hij heeft daarom ook diverse bestuursfuncties op zich genomen op het gebied van de internationale cultuur: het PEN-centrum, de Unesco, de nieuwe vertaalcommissie van de EEG. 'Dat kun je overhead noemen, maar het is voor een land wel van groot belang. Wat dat oplevert, vind je niet terug op de begroting.' Aanstaande vrijdag beslist het bestuur van de Stichting of er tegen het besluit van de minister beroep wordt aangetekend. Zo niet, dan zal de zaak worden opgeheven. De Wit heeft gisteren samen met Stichtingsvoorzitter R. Visser een gesprek op het ministerie gehad, maar dat heeft hem niet de indruk gegeven dat de minister weet hoe het verder moet. Er is nog niets wat er voor de Stichting in de plaats kan komen. In de Letterenbrief van vorige week wordt gesproken over een overheveling van taken naar een nieuw te vormen 'Produktiefonds', maar dat fonds is er nog niet. De Wit vreest het ergste voor de bestaande contacten. Veel voorgenomen vertalingen van Nederlands werk zijn al uitgesteld omdat er geen geld meer voor beschikbaar is. Ongeveer vijftig titels zouden al bij buitenlandse uitgevers op vertaling liggen te wachten. Maar 'de Stichting voor Vertalingen zegt in dit stadium niets meer toe.'

    • Reinjan Mulder