Westduitse coalitie verliest meerderheid in de bondsraad

BONN, 14 mei - De Westduitse regeringscoalitie van CDU/CSU en FDP heeft haar meerderheid in de bondsraad verloren nu de SPD bij deelstaatverkiezingen in Noordrijnland-Westfalen haar absolute meerderheid heeft gehandhaafd en in Nedersaksen de grootste partij is geworden. In Nedersaksen kondigde de CDU'er Ernst Albrecht, premier in Hannover sinds 1966, gisteravond zijn vertrek uit de politiek aan.

In beide deelstaten, waar veertig procent van de Westduitse kiezers woont, wisten de Groenen en de FDP de kiesdrempel van vijf procent nog juist te passeren. De rechts-radicale Republikaner kwamen er met minder dan twee procent niet aan te pas. Vorig jaar, voor de omwenteling in de DDR, haalden zij bij verkiezingen in West-Berlijn nog 7,5 en bij de Europese verkiezingen 7,1 procent.

In de grootste en dichtstbevolkte deelstaat Noordrijnland-Westfalen (ruim 13 miljoen kiezers) kwam de SPD van minister-president Johannes Rau, die al sinds 1980 regeert, ondanks twee procent verlies uit op 50 procent. Zijn CDU-uitdager Norbert Blum, minister van sociale zaken in het Westduitse kabinet, haalde met 36,7 ongeveer hetzelfde percentage als in '85. De FDP verloor licht (van 6 naar 5,8), terwijl de Groenen met precies vijf procent (was 4,6) nu hun entree in het deelstaatparlement maken. De opkomst was 71,8 procent (in '85 75,2). Nedersaksen (zes miljoen kiezers) krijgt nu waarschijnlijk onder de SPD'er Gerhard Schroder, die 44,2 procent scoorde (was 42,1), een nieuw kabinet met de Groenen, die licht verloren en op 5,5 procent uitkwamen. De CDU van premier Albrecht en 'lijstduwer' mevrouw Sussmuth (voorzitter van de bondsdag) zakte van 44,3 naar 42,0 procent. Zij kreeg vooral klappen in de grensstreek met de DDR. Daardoor verspeelde zij haar meerderheid met de FDP. Die handhaafde zich op 6,0 procent en herhaalde gisteravond haar verkiezingsleus dat zij geen coalitie met de SPD wenst. Het opkomstpercentage in deze deelstaat was 74,9 (in 1986: 77,3).

Uit gisteravond gepubliceerde enqueteresultaten blijkt dat omstreeks de helft van de kiezers in Nedersaksen het tempo van het Duitse eenwordingsproces te hoog vindt. Bovendien zouden zij in meerderheid hun stemgedrag meer hebben laten afhangen van thema's als milieu, sociaal beleid, onderwijs, werkloosheid en huisvesting dan van de Duitse politiek. Verkiezingswinnaar Gerhard Schroder concludeerde dat zijn vriend Oskar Lafontaine, de kandidaat-kanselier van de SPD, met recht die thema's heeft gekozen om de coalitie van CDU/CSU en FDP in Bonn te bestrijden. De verliezende premier Albrecht verweet de SPD dat zij in de DDR over te weinig financiele hulp uit Bonn klaagt en in de Bondsrepubliek campagne voert tegen de grote kosten van de Duitse eenheid. Deze 'dubbele strategie' van Lafontaine zou de SPD zich als regeringspartij niet kunnen veroorloven, zei hij.

In de voor wetgeving belangrijke bondsraad, die op basis van regionale krachtsverhoudingen wordt samengesteld, krijgen de mede door de SPD bestuurde deelstaten nu een meerderheid van 23-18 (was een minderheid van 22-23). Alle nationale wetgeving die de competentie der deelstaten raakt, behoeft goedkeuring van de bondsraad. De Westduitse regeringscoalitie, die van de deelstaten een flinke financiele bijdrage in de kosten van de Duitse eenwording vraagt, krijgt het ook daarmee moeilijk, zo voorspelde Johannes Rau als herkozen SPD-premier van Noordrijnland-Westfalen. De SPD zal de bondsraad echter niet gebruiken als 'vertragingsinstrument', zei Schroder.

Kanselier Kohl (CDU) had de nederlaag in Noordrijnland-Westfalen verwacht, de SPD-zege in Nedersaksen noemde hij 'pijnlijk'.

Kohl verweet de SPD haar successen te hebben behaald door 'haar angstcampagne' over de kosten van de Duitse eenwording 'niet op solidariteit maar op het egoisme' van de Westduitse kiezers te richten.