Wereldtitel, maar wat schuift dat?

Wietske en Mieketine zullen opkijken wanneer ze aan boord van het vliegtuig dat hen van Sydney terugbrengt naar Amsterdam een Nederlandse krant onder ogen krijgen. De Oranjeraad en de KNVB hebben immers na twaalf maanden onderhandelen ('meer dan een jaar lang zeiken', volgens Gullit) een overeenkomst bereikt over de te verdienen premies op het wereldkampioenschap voetbal in Italie. Het voorstel van Gullit de premies van de 'Drie van Milaan' over de andere spelers te verdelen om daarmee van het gezeur af te zijn, is niet aan de orde geweest. Want het zou een bijna genante vertoning worden wanneer een paar spelers louter om de eer hun strapatsen vertonen op de wereldtitelstrijd.

Wietkse en Mieketine deden niets anders in Sydney en hebben er alleen een paar fijne foto's van het eindfeest in de discotheek aan overgehouden. Maar over dat verschil maken zij zich al lang niet druk meer. Bovendien kan elke studente die in haar vrije tijd tophockey bedrijft op een bierviltje uitrekenen dat de hardleerse KNVB te laat is begonnen met de sponsorwerving, terwijl de spelers voor de premies louter afgaan op het buitenland en hun waarde daarmee overschatten.

Vanochtend was de eerste bijeenkomst van de internationals in Zeist, het officiele begin van de laatste voorbereiding op het WK. De lange gang van kwalificatiewedstrijden, onderhandelingen, een kort geding om Libregts buiten de deur te werken en nog enkele korte erupties uit Milaan aan het adres van Michels lijkt daarmee beeindigd. Alles overziend is er weinig verschil met de internationals uit 1974, hoewel de huidige generatie nog eerder voor elke gevraagde inspanning lijkt klaar te staan met de vraag: 'Wat schuift dat?'De internationals hebben recht op een vergoeding die in verhouding staat tot de miljoenen die omgaan op het WK, als ook het bestuur betaald voetbal van de KNVB recht heeft zich nu al zorgen te maken over de financiele afwikkeling, aangezien het vorige bestuur na het EK-succes struikelde over een fiks tekort. De wijze waarop een klein land zich weer voorbereidt op een dergelijk evenement mag dan inherent zijn aan het hedendaagse voetbal. Het niveau benadert de optiek van Richard Witschge die 'goed leeft' voor zijn sport, zo vertrouwde hij Elsevier toe. 'Soms ga ik al om half negen naar boven. Lekker in bed liggen, televisie voor mijn neus, zak chips, een fles cola.' B. R.