PETER OOMS HEEFT WAT MET VROUWEN

Monique van der Lee en Monique Aarts hebben het afgelopen weekeinde met hun bronzen medailles op de Europese kampioenschappen in Frankfurt het gezicht van het Nederlandse judo gered. Het zijn twee jonge zwaargewichtes uit het nest van Peter Ooms, de 43-jarige Tilburgse sportschoolhouder wiens naam jarenlang in een adem werd genoemd met meervoudig Europees- en wereldkampioene Irene de Kok. Hoewel hij ook aan de basis stond van de succescarriere van Wil Wilhelm, is het smeden van vrouwelijke kampioenen toch het handelsmerk van Ooms geworden. Peter Ooms heeft wat met vrouwen.

Luidruchtig, springerig, emotioneel en onomstotelijk betrokken begeleidt Peter Ooms op de rand van de mat zijn judoka's. Wanneer zijn meisjes of jongens in het strijdperk staan, vormen zij met de coach een bedreigende twee-eenheid voor de tegenstander. Soms heeft het veel weg van een bewuste show, een spel om omstanders, opponenten en scheidsrechters ervan te overtuigen dat aan een overwinning van Ooms en zijn pupil niet valt te ontkomen. En het helpt vaak.

Vooral in de periode met Irene de Kok, die twee jaar geleden werd afgesloten, kon de Tilburger zich gedragen als een overbezorgde vader die niets naliet om zijn kind naar veilige, paradijselijke sferen te leiden. Zonder remmingen knuffelde hij zijn troeteldier als zij als winnares van de mat stapte en zonder remmingen troostte hij haar wanneer zij had verloren. Voor sommigen was het verdacht dat hij huilde toen De Kok besloot met judo te stoppen. Aan een bijna intieme relatie kwam plotseling een einde. Waaraan had hij dat te danken? Wat nu? 'Ik was echt blij dat Irene stopte', bekent Ooms. 'Ook ik was opgelucht dat er aan zo'n energievretende periode een einde kwam. Zeven jaar aan de top, van haar vijftiende tot haar 22ste. Eens houdt het dan op. Eens kun je de oplopende spanningen niet meer aan. Maar ik geef onmiddellijk toe dat ik huilde omdat alle publiciteit ineens wegviel. Zoveel aandacht... zonder Irene viel dat toch weg. Maar het was ook een vriendin die ophield. Als je zo intensief met elkaar bent opgetrokken, tien jaar dag en nacht met elkaar bent bezig geweest dan valt er een gat. Iedereen zei dat ik er mee zou ophouden. Ik heb er even an gedacht, ja. Maar dan zie je een 14-jarig meisje als Monique van der Lee judoen en nog een paar andere talenten, dan begin je opnieuw. Niet om wat te bewijzen. Maar ik zie het talent, en ik wil ze kampioen maken.'

Stil

Om het nieuwe talent te laten rijpen, werd het even stil rond Ooms na het afscheid van zijn prinses. Een moeilijke periode, want hij miste de aandacht. Niet dat hij geen andere middelen had die als uitlaatklep konden dienen, maar je bent gewend aan de drukte, aan het wereldje. 'In het prille begin probeerde ik nog over de rug van de judoka's publiciteit te halen. Naarmate ik ouder werd merkte ik dat ik het ook voor de ander deed, een bijdrage wilde leveren. Het is vreemd, de periode met Irene heeft me tien jaar van mijn leven gekost en toch begin ik er met Monique van der Lee en Monique Aarts weer aan.' Hij heeft het altijd geweten. 'Vanaf mijn veertiende wist ik dat ik een sportschool wilde hebben, een van vijf verdiepingen. Ik wist dat ik kampioenen ging maken. Ik was een redelijke judoka, geen topper. Toen ik op mijn negentiende stopte ben ik met een sportschool begonnen. Ik ben nu 24 jaar bezig en heb nu vijftigduizend lesuren gemaakt. Ik begin binnenkort met mijn derde sportschool en ik heb een hele lijst van kampioenen gemaakt. Toen Monique van der Lee op haar tiende bij mij kwam, zei ik: 'Jij wordt wereldkampioen'.

Toen Monique Aarts drie jaar geleden kwam, zat ze op een dood punt, maar ik heb haar gezegd dat we het zouden gaan maken. Ze waren allebei zwaar, maar ik heb er voor gezorgd dat ze fantastisch kunnen bewegen. Ik kan zelfvertrouwen geven, ik ben goed in psychologie.' In het rijtje kampioenen dat hij de afgelopen tien jaar heeft afgeleverd vormen de vrouwen een meerderheid. Slechts Bert Verhoeven en Wil Wilhelm zijn internationaal succesvolle mannen geweest. Maar El Vermeer, Lida Klein Gullewiek, Anita Staps, Inge Heuvelmans, Paula Mallens en Irene de Kok regen de nationale en internationale titels aaneen. En nu nadert het tijdperk van Van der Lee en Aarts. Geen toeval: 'Ik hou van vrouwen. Toen Wilhelm kampioen werd bij de mannen ging de meeste aandacht van mij uit naar Irene de Kok. Dat geeft scheve gezichten, weet ik, maar ik kon niet anders. Vrouwen voelen zich kennelijk tot mij aangetrokken door mijn aanpak: gewoon eerlijk en duidelijk, zonder bijbedoelingen, ze wisten waar ze aan toe waren. Dat vertrouwen heb ik ook nooit beschaamd. Ik heb een keer mijn vingers gebrand en toen ben ik onmiddellijk met haar getrouwd. Een innige band hoeft geen probleem te worden, als je maar op het juiste moment afstand bewaart. De basis moet natuurlijk een goed huwelijk zijn.'

Korte kopjes

Ooms was een van de eersten die vrouwen liet judoen. 'Ik voelde mij tot aparte dingen aangetrokken. Twintig jaar geleden hoorden meisjes niet de judoen. Dat mocht niet. Daarom liet ik bij de meisjes korte kopjes scheren en ze mannenkleertjes dragen. Dan judoden ze gewoon tegen jongens. Bij meisjes van tien, elf is er toch nog niets te zien. Later trok ik met ze naar het buitenland om wedstrijden voor ze te zoeken, want hier waren natuurlijk nog geen toernooien. Ik vind mannen heus wel interessant, maar als je eenmaal met vrouwen bent begonnen groei je er langzaam in en krijg je de naam een goede coach voor ze te zijn.' Het zijn meestal haat-liefde-verhoudingen die Ooms met zijn judoka's heeft. En niet alleen met vrouwen. Hij vraagt honderd procent inzet, en geen procent minder. 'Ik stop er al mijn tijd in, dan eis ik dat de judoka's dat ook doen. Geen drank, niet roken en geen vriendjes. Als je er voor kiest kampioen te willen worden, mag je niet afgeleid worden. Bij meisjes ligt dat anders dan bij jongens. Wanneer een meisje verliefd wordt, gaat ze zwijmelen, wanneer een jongen verliefd wordt wil hij scoren.

Ik ben heel hard voor mijn judoka's. Anders halen ze niet wat ze willen.' Als voorbeeld noemt Ooms die keer dat hij Anita Staps, de eerste Nederlandse wereldkampioene, van 'boven naar beneden' de trap afschopte. 'Ik kwam laatst een keer om een uur 's nachts een meisje van me tegen. Ik heb ze bij een oor gepakt en gesommeerd onmiddellijk naar huis te gaan. Ik had met Irene de Kok verschrikkelijke ruzies, maar dat kon omdat we gelijkwaardig waren, we hadden een vriendschapsband. Met Monique van der Lee heb ik ook veel trammelant. Dat is nog weleens moeilijk. Laatst moest ik bij haar ouders komen. Ze huilde. Ze was bang voor me geworden. Ik schrik er niet van. Er moet discipline zijn. Waarom dan geen sancties als ze niet luisteren.'

'Toch ben ik kritischer geworden voor mezelf. Nu ik twee kinderen heb, heb ik eerder begrip. Maar ik voel niet dat ik verkeerd bezig ben. Zij kiezen voor mijn systeem. Als ze niet met me willen werken, gaan ze wel naar een andere club. Een paar jaar geleden deed me dat nog pijn. Want ik was toch de beste? Soms dwing ik mensen bij me weg te gaan, als ik zie dat het niets wordt, dat ze de discipline toch niet kunnen opbrengen.' Ooms is trots op zijn positieve benadering. 'Ik zeg ze hoe goed ze zijn. Ik geef ze trainingspakken in vrolijke kleuren. Het moet er fris uitzien, het moet een vriendelijke sfeer zijn. Dan werk je makkelijker. Guno Pocorni is naar mijn sportschool gekomen. Hij zat aan de grond, had geen zelfvertrouwen. Ik zoek sponsors voor mijn toppers. Pocorni krijgt daardoor nu tienduizend gulden per jaar. Voor die twee meisjes die nu brons hebben gehaald, ga ik ook wat versieren. Zeg nooit als coach als ze weg gaan of stoppen: 'kijk eens wat ik allemaal voor je gedaan heb'. Ik wil niet dat ze afhankelijk van me zijn. Ik probeer ze ook zelfstandigheid bij te brengen. Het is toch mooi als Irene de Kok, die bij me werkt, zegt dat ze voor zichzelf wil beginnen. Het is je taak als vader je kinderen zelfstandig te maken, maar ik geef toe, als ze eenmaal zelfstandig zijn is dat niet echt leuk.'