Nederlaag in twee deelstaten beperkt politieke ruimte Kohl

BONN, 14 mei - De kiezers in Nedersaksen hebben gisteren aardig wat ongedaan gemaakt van het succes dat de DDR-kiezers bij hun eerste vrije verkiezingen op 18 maart kanselier Kohl en zijn CDU hadden bezorgd. De zeker sinds de overwinning van zijn Oostduitse CDU-vrienden als 'kanselier der Duitse eenheid' gevierde Kohl ziet de kaarten in Bonn nu in elk geval anders, en onaangenamer, geschud.

De nederlaag in Noordrijnland-Westfalen was voor de CDU wel te verdragen, zij was ingecalculeerd en viel eigenlijk nog mee. SPD-premier Rau verloor er een paar procent en Kohls minister Blum deed het als gelegenheidskandidaat, en als Kohls volgende gelegenheidsslachtoffer, met een heel klein beetje winst niet eens zo slecht. Vorige regionale slachtoffers uit Bonn deden het in elk geval minder goed. Zoals de ministers Topfer (milieu), in januari verliezer in Saarland, en Klein (woordvoerder van Kohl), die vorige maand slaag kreeg bij de burgemeestersverkiezingen in Munchen. De lijst van Helmut Kohls beschadigde uitzendkrachten groeit. De presidente van de bondsdag Rita Sussmuth, die zich zelf had aangemeld om in Nedersaksen lijstduwer te zijn en er uiteindelijk premier te worden, staat er nu ook op.

Deze kampioen-producente van persberichten heeft de haar van veel kanten toegeschreven magneetfunctie voor vrouwelijke kiezers niet helemaal kunnen waarmaken. Nadat zij vorig voorjaar bij een kabinetsherziening tegen haar zin een ministerzetel inruilde voor de voorzittersstoel in de bondsdag, en afgelopen zomer deelnam aan een mislukte poging om de kanselier als CDU-chef beentje te lichten, zal Kohl haar mislukking als regionale attractie wel te boven komen.

Maar de nederlaag in Nedersaksen zal in de kanselarij in Bonn overigens heel hard zijn aangekomen. Want weg is nu de kleine meerderheid van de Westduitse coalitie in de bondsraad, wat betekent dat Kohl en de zijnen vaker dan hun lief is bij de oppositionele SPD te rade zullen moeten gaan over hun verdere plannen op weg naar de Duitse eenheid.

Weg is ook het nieuwe overwinnaarsaureool dat de kanselier sinds de Oostduitse parlementsverkiezingen had en dat hem ruimte en gezag gaf zich ook buiten de Bondsrepubliek namens het Duitse eenheidsstreven te laten gelden. Zoals in Parijs, waar de DDR-verkiezingen van 18 maart hun effect niet misten. Of in Dublin, waar Kohl eerder deze maand de EG-top domineerde. Of in Washington, waar de D-mark in IMF-verband ex aequo met de yen op de tweede plaats werd gezet. Of in Moskou, waar Gorbatsjov misschien gisteravond voor het eerst sinds lang weer even over Duits nieuws heeft kunnen lachen.

Opnieuw blijkt dat het Kohl maar niet lukt om - ondanks gunstige landelijke opiniecijfers en een snel en flink gestegen internationaal renommee - regionale verkiezingen te (laten) winnen. Dat doet de regionale vrienden van de CDU-voorzitter pijn die gisteren hun zetels moesten ruimen dan wel afstand van de regeermacht moesten doen. En dat verbaasde in Nedersaksen, dat toch eigenlijk wegens zijn lange grenslijn met de DDR groot economisch voordeel van de Duitse eenheid mag verwachten.

Pijnlijk, een woord dat Kohl zelf gisteravond gebruikte, is bovendien gebleken dat het campagnemodel van zijn SPD-tegenstander Oskar Lafontaine tenminste op regionaal niveau behoorlijk effectief kan zijn. De van een aanslag herstellende kandidaat-lijsttrekker, die anders dan Kohl niet aan de regionale campagnes kon meedoen, ziet daardoor voorlopig zowel zijn electorale strategie als zijn positie in de SPD bevestigd. Dat is niet slecht voor iemand als Lafontaine die, voor hij twee maanden geleden zijn kanselierskandidatuur in beginsel aanvaardde, voor de zekerheid eerst alle leden van het SPD-bestuur daarover hoofdelijk liet stemmen en hen ook nog liet beloven dat zij voortaan geheel met zijn koers zouden instemmen. Bitter zijn de klachten in de regeringscoalitie over die koers. Dat was ook gisteravond zo in Dusseldorf en Hannover, de hoofdsteden waar de SPD de komende jaren blijft regeren of gaat regeren. In de tweede hoofdstad waarschijnlijk met een rood-groene coalitie die in de eerste (door premier Rau) al bij voorbaat vierkant was afgewezen.

De klachten van de regeringspartijen over Lafontaine's 'dubbelstrategie' zijn wel begrijpelijk. Want het is moeilijk te aanvaarden dat de SPD de voorwaarden voor de aanstaande monetaire unie in de DDR aangrijpt om de financiele schraperigheid van Bonn aan te vallen en in de Bondsrepubliek campagne voert onder het motto: Pas op, mensen, voor wat het nog gaat kosten. Maar in regionale verkiezingen met hun eigen, andere belangen, blijkt zoiets toch te werken. Lafontaine heeft kennelijk goed getaxeerd dat zijn landgenoten die Duitse eenheid wel willen, maar toch niet (meer) tegen elke prijs of nog zonder hun eigen bijdrage precies te kennen. Komende herfst wacht met de verkiezingen voor de Beierse landdag het volgende grote regionale proefstation, het laatste voor de bondsdagverkiezingen van 2 december.

Die SPD-campagne is, logisch gesproken, in dezelfde mate onhistorisch als de rol van Kohl in het Duitse eenwordingsproces dit jaar per definitie een historische is. Zolang de SPD in dat proces duidelijk herkenbaar blijft als oppositiepartij die, ondanks economische hoogconjuctuur, zeurt over kleine rekeningen, terwijl ik hard werk aan de nieuwe kaart van Duitsland en Europa, moeten de beslissende nationale verkiezingen te winnen zijn, zal de kanselier hebben gedacht.

De meerderheid in de bondsraad die de SPD gisteren heeft verworven verandert veel. Kohl moet daar (en dus voordien ook in de bondsdag) voortaan niet alleen de SPD vaker om belet vragen, maar Lafontaine's partij zal zich tegelijkertijd inzake de Duitse eenwording ook vaker moeten committeren aan de gekozen weg en aan de kosten daarvan. Zo gezien hebben de kiezers in Nedersaksen gisteren zowel Kohl en Lafontaine dichter bij elkaar gebracht als een ruk gegeven aan hun electorale strategieen. De bondsraad is geschikt voor indirecte beinvloeding maar niet voor eigen grote initiatieven. De premiers van de deelstaten, ook SPD'ers, hebben er hun eigen belangen, hoe vaak Lafontaine ook nog over zijn koers laat stemmen. Als bovendien, zoals de kanselier niet zomaar zegt, de Duitse eenwording een eigen (ook internationale) dynamiek heeft en daardoor ook 'een eigen tempo', is het zelfs de vraag of de SPD na haar winst in Nedersaksen niet toch een beetje de gevangene is geworden van een politiek waarvan de grote lijnen door de kanselarij, de bondsdag, de DDR en de buitenwereld worden bepaald. Dat zou voor Lafontaine kunnen inhouden: weliswaar meer (afgedwongen) consensus maar ook minder electorale ruimte voor de Duitse politiek.