Gezinsplanning wint veld in Derde wereld ondanks verzet

KOPENHAGEN, 14 mei - Dr. Haryono Suyono laat van enthousiasme bijna de microfoon uit zijn handen vallen. Bij vrijwel elke dia die op de muur verschijnt klinkt zijn blijde commentaar: 'U ziet het: allemaal lachende mensen, ze doen aan gezinsplanning en willen niet meer dan twee kinderen. In Indonesie is het ons in tien jaar gelukt de bevolkingsgroei af te remmen.' Nadat de laatste dia is vertoond, klinkt een beschaafd applaus.

Suyono, directeur van het bureau voor gezinsplanning in Indonesie, was een van de sprekers tijdens een tweedaagse bijeenkomst over het bevolkingsvraagstuk eind vorige week in Kopenhagen. De bijeenkomst was georganiseerd door het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA), aan de vooravond van de presentatie van het wereldbevolkingsrapport.

Indonesie telt op dit moment 180 miljoen mensen. Volgens de laatste prognoses zal dit aantal rond de eeuwwisseling gestegen zijn tot ongeveer 217 miljoen. Tien jaar geleden nog ging men er van uit dat de bevolking in 2010 ruim 400 miljoen mensen zou tellen, mede als gevolg van het dalend sterftecijfer en omdat mensen jong trouwen. Suyono: 'Een schrikbeeld! Maar juist de afgelopen tien jaar hebben we steeds meer mensen kunnen bereiken die aan gezinsplanning willen doen.' Dat de bevolking zich allengs heeft bekeerd tot het gebruik van voorbehoedmiddelen heeft volgens Suyono alles te maken met het feit dat de regering gezinsplanning van harte ondersteunt. Hij laat een dia zien waarop president Suharto aan 300 echtparen die al tien jaar aan gezinsplanning doen, een medaille uitreikt. Dit ritueel wordt elke twee jaar met nieuwe paren herhaald.

Suyono beklemtoont dat in zijn land gezinsplanning niet wordt beschouwd als iets wat alleen vrouwen aangaat. In zijn toespraak heeft hij het dan ook steeds over mensen. Navraag leert echter dat het vooral de vrouwen zijn die anticonceptiva gebruiken. 'We hebben geen cijfers over hoeveel mannen dat doen', zegt Suyono. Zijn stem klinkt afwerend. Na enig aandringen: 'Tien procent'.

Van die tien procent blijkt zeven procent het condoom te gebruiken. Drie procent heeft zich laten steriliseren.

De vooruitgang die Indonesie boekt op het gebied van gezinsplanning staat in schril contrast met de situatie in landen als India, Nepal, Pakistan en een groot aantal Afrikaanse landen. In Malawi bijvoorbeeld is het gemiddeld aantal kinderen per vrouw zelfs gestegen: van ruim zes in 1977 tot bijna acht in 1984. India moet rekening houden met een bevolkingsomvang van 1,446 miljoen in 2025 in plaats van de verwachte 1.229 miljoen, omdat de vruchtbaarheid daar in de jaren tachtig nauwelijks is afgenomen: 5,1 kinderen per vrouw.

De komende tien jaar worden beslissend, zegt UNFPA-directeur dr. N. Sadik. 'We staan op een keerpunt. Wanneer in de jaren negentig de bevolkingsgroei niet drastisch vermindert, stevenen we af op een ramp. Het milieu wordt onherstelbaar aangetast, de economie komt onder steeds grotere druk te staan. Overbevolking is niet alleen een probleem van de Derde wereld, we krijgen allemaal de rekening gepresenteerd.' Juist in de armste landen groeit de bevolking het snelst. De bevolking van Bangladesh zal zich, tenzij het tij keert, meer dan verdubbelen: van 116 miljoen nu tot 324 miljoen aan het einde van de volgende eeuw. Om de armoede te ontvluchten trekken massa's mensen naar de steden waar hen niet zelden een uitzichtsloos bestaan wacht. Volgens schattingen zal de stedelijke bevolking in de Derde wereld in het jaar 2025 4.050 miljoen mensen tellen.

Het aantal regeringen van Derde wereldlanden dat gezinsplanning steunt is weliswaar gestegen van 97 in 1976 tot 125 in 1988, maar er zijn nog steeds tientallen landen waar niets of onvoldoende wordt ondernomen.

J. Shankar (UNFPA):'Gebrek aan politieke wil is een van de belangrijkste obstakels voor het opzetten van gezinsplanningsprojecten.' Uit onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld in Latijns Amerika 75 procent van de vrouwen die niet aan gezinsplanning doen dat wel zouden willen als ze de middelen kunnen krijgen. Voor Azie is dat 43 procent, voor Afrika 27 procent. In totaal kan vijftig procent van de vrouwelijke wereldbevolking niet in het bezit komen van voorbehoedmiddelen. Sadik: 'Er is een schreeuwend gebrek aan deze middelen juist op de plaatsen waar ze hard nodig zijn'.

Evenals andere sprekers wees Sadik erop dat het verstrekken van voorbehoedmiddelen alleen geen garantie is voor een succesvolle bevolkingspolitiek. Die moet meer omvatten dan de erkenning van het recht van vrouwen om zelf te bepalen hoeveel kinderen zij willen en wanneer. Die moet ook gericht zijn op het opheffen van de achterstandssituatie waarin het gros van de vrouwen in de Derde wereld zich nog steeds bevindt. Sadik: 'Overbevolking en armoede gaan hand in hand. Het probleem moet bij de wortels worden aangepakt. Dus zorgen voor: goede gezondheidszorg, onderwijs, werk, inkomen, onderdak en een gelijkwaardige behandeling van mannen en vrouwen'.

In dat proces speelt onderwijs een cruciale rol.

Zowel in Kenia als in Indonesie verliezen vrouwen die geen onderwijs hebben genoten aanzienlijk vaker een kind voor het vijfde levensjaar dan vrouwen die lagere school hebben gehad. 'We zitten bijna in de 21e eeuw maar voor de meeste vrouwen in de Derde wereld zijn de Middeleeuwen nog niet voorbij. Ze worden grootgebracht in de tradtitie die bepaalt dat ze in de wieg zijn gelegd om te trouwen en om kinderen te krijgen, ook al zijn ze nog maar tieners', zegt K. Gulhati, verbonden aan het centrum voor ontwikkeling en bevolking in Washington.

Afkomstig uit India mag zij van geluk spreken dat ze ruim vijftig jaar geleden uberhaupt in de wieg werd gelegd: nog niet zo lang geleden werd op Indiase vrouwen abortus toegepast wanneer bleek dat ze in verwachting waren van een meisje.

Gulhati: 'Gelukkig realiseren steeds meer regeringen zich dat investeren in vrouwen loont: minder bevolkingsgroei, minder zuigelingen- en kraamvrouwensterfte. Als ze onderwijs hebben gehad kunnen ze betaald werk zoeken waardoor het inkomen per hoofd van de bevolking stijgt en dus de armoede afneemt. Maar intussen is 75 procent van de volwassen vrouwen in grote delen van Afrika en Zuidoost-Azie nog steeds analfabeet.'