Cor van der Klugt; De val van een 'winnaar'

Cor van der Klugt, de man die zo bezeten was van 'winnen' besluit zijn carriere bij Philips als grote verliezer. De president-directeur onder wiens leiding Philips 'meer heeft veranderd dan in de dertig jaar daarvoor', aldus zijn eigen woorden, was al langer binnen de onderneming geisoleerd geraakt. Onvermogen om de onaangename werkelijkheid onder ogen te zien, samen met achterdocht, eigenwijsheid en wispelturigheid hebben hem uiteindelijk de nek gebroken.

Cor van der Klugt heeft tijdens zijn vierjarig bewind werkelijk veel overhoop gehaald. Als eerste heeft hij het lef gehad om een onderscheid te maken tussen kernactiviteiten en niet-vitale bedrijfsonderdelen. En hij is er niet voor teruggedeinsd om niet-vitale divisies te verkopen ter versterking van de kernactiviteiten. Ook heeft hij de concernstructuur op zijn kant geplaatst, het mes gezet in de bedrijfsbureaucratie, zelfs de bezem gehaald door de ondernemingsleiding. Helder heeft hij te verstaan gegeven dat het bij Philips eindelijk maar eens uit moest zijn met 'die ouwe-jongens-krentenbrood mentaliteit'. Maar al die ingrepen hebben niet geleid tot wat toch vanaf het begin zijn prioriteit was: substantiele winstverbetering. Alsof de onderneming hem, de eerste man van Philips, steeds door de vingers glipte. Toch hield hij krampachtig, bijna bezwerend, vast aan zijn lijfspreuk: 'De tanker ligt op koers'. En als de buitenwacht het waagde om te zeggen dat die tanker nog altijd nauwelijks vooruit kwam, begon hij als een straatkat te blazen en ongerichte meppen uit te delen. Alsof hij zich persoonlijk aangevallen voelde. Vielen de cijfers weer eens tegen, dan zocht hij altijd zijn toevlucht in oorzaken buiten de firma: de hoge rente, oneerlijke handelspraktijken, valutakoersen. Dat was geen pose, dat was zijn overtuiging. Hij kon eenvoudig niet verdragen dat de zaken niet zo liepen zoals hij dat wilde. Liever stak hij zijn kop in het zand, sloot zich af voor de signalen die niet strookten met zijn winstbeeld, sloeg de adviezen uit zijn omgeving in de wind.

Cor van der Klugt, president-directeur van Philips, vertrouwde uiteindelijk bijna niemand meer. Hij controleerde zijn collega's, ging steeds eigenmachtiger te werk, stelde zijn mede-Groepsraadleden steeds vaker voor voldongen feiten. Van teamgeest, van een sfeer van saamhorigheid, was in het hoogste bestuurscollege van Philips al lang geen sprake meer.

Daarbij werd de stemming in de leiding nog eens extra verziekt door de beruchte uitbarstingen van Cor van der Klugt. Bij vlagen had hij de gewoonte om naast de medewerkers ook mede-bestuurders publiekelijk in de meest grove bewoordingen de waarheid te vertellen. Op die vernederende manier heeft hij onder meer zijn collega-Groepsraadleden, mr. F. Otten en mr. J. Tuyt, allebei gelieerd aan de Philips-familie, de les gelezen, daarbij alle sympathie van de nog altijd machtige Philips-clan verspelend. Ook binnen de hoofdstaf, waarvan sommige leden regelrecht schrik voor hem hadden, verloor hij uiteindelijk alle krediet.

Maar de loyaliteit is groot binnen een onderneming als Philips. Naar buiten toe werden de rijen naadloos gesloten gehouden. Totdat Cor van der Klugt, de eenzame, steeds eenzamer kapitein op de brug, zichzelf de das omdeed. Op de algemene aandeelhoudersvergadering van 10 april kon hij de verleiding niet weerstaan om zijn beleggers een aanzienlijke verbetering van het bedrijfsresultaat in het vooruitzicht te stellen. Dat deed hij tegen het nadrukkelijk advies in van zijn naaste omgeving.

Op dat moment beschikte de Groepsraad namelijk alleen nog maar over de eerste kwartaalgegevens voor wat betreft voorraadniveau, personeelsbestand en omzet. Weliswaar kwamen die cijfers met de prognoses overeen, maar dat betekende niet automatisch dat hetzelfde voor de winst zou gelden. Wat resultaten betreft kon hij zich tijdens de aandeelhoudersvergadering dus maar beter op de vlakte houden, kreeg hij nadrukkelijk van zijn adviseurs te horen. Maar Van der Klugt sloeg die goede raad in de wind.

Twee en een halve week later bleek dat onverwacht grote verliezen van de computerdivisie de nettowinst uit de gewone bedrijfsvoering in het eerste kwartaal tot bijna nul hadden teruggebracht, waarmee de optimistische jaarprognose van de president in een klap onderuit werd gehaald. Dat was pijnlijk, maar nog altijd niet rampzalig. Cor van der Klugt had zelf op 3 mei de tegenvallende kwartaalcijfers bekend kunnen maken. Hij had deemoedig kunnen toegeven dat hij zich tijdens de aandeelhoudersvergadering in zijn enthousiasme had vergaloppeerd. Hij had kunnen vertellen dat in de computerdivisie eindelijk drastische maatregelen zouden worden genomen. Dan had hij de schade, voor het bedrijf en zichzelf, waarschijnlijk nog beperkt kunnen houden. Maar opnieuw lapte de eerste man van Philips alle advies aan zijn laars.

En daarna was er geen redden meer aan. Kranten reageerden vernietigend op de povere cijfers van Philips, maar meer nog op de kennelijke onbetrouwbaarheid van de onderneming. Had de leiding het bedrijf nog wel onder controle? De koers kwam in een vrije val. Terwijl de Philips-president nog maar enkele maanden daarvoor had verklaard: 'Ik wil dat Philips een saai aandeel heeft. Geen stunten, geen toestanden, geen grote beloften. Nee, gewoon saai, iedere maand een stukje beter.' Op zondag 6 mei kwam dr. W. Dekker, voorzitter van de raad van toezicht, op grond van kranteberichten en informatie van het thuisfront tot de conclusie dat Philips zich in een ernstige crisis bevond. Hij besloot zijn zakenreis in de Verenigde Staten onmiddellijk af te breken. En in de dagen daarna stond hij aanhoudend telefonisch in contact met Van der Klugt, die samen met de andere leden van de Groepsraad in Zwitserland een jaarlijkse bijeenkomst had met landendirecties. Vorige week donderdag werd duidelijk dat de positie van Cor van der Klugt onhoudbaar was geworden. De storm van wantrouwen en verontwaardiging was niet gaan liggen, maar alleen nog maar verder aangezwollen. De media begonnen te wroeten in het priveleven van de Philips-president en zouden er zeker achter komen dat hij zijn vrouw had verlaten om samen te wonen met zijn secretaresse. Om zijn priveleven nog enigszins te beschermen en om zijn onderneming geen verdere schade toe te brengen besloot Van der Klugt de eer aan zichzelf te houden. Hij had ook weinig andere keus.

Daarom komt een tragisch einde aan de 40-jarige bedrijfscarriere van een intelligente, gedreven, taalvaardige, doortastende, agressieve organisatiebouwer. Maar ook van een eenzame, licht paranoide leider die niet kon communiceren met de buitenwacht, die niet eens zijn naaste mensen kon motiveren.

Enkele maanden geleden, gevraagd of hij dacht als 'een winnaar' te vertrekken, zei Van der Klugt: 'Dat weet je nooit, he. Maar als ik over een paar jaar inderdaad een behoorlijk winstniveau heb en voor ons aandeel een behoorlijke prijs betaald wordt, dan ben ik bereid alle andere kritiek mee te nemen en te verwerken. Je moet soms tegen de wind in gaan en je nergens wat van aantrekken.'

Cor van der Klugt heeft de wind een keer te vaak blindelings en doof getrotseerd.