Wereldstandaard vereenvoudigt bediening; Overlegrecorder-tv

Audio-visuele keten die met het D2B-systeem werkt. De componenten zijn met elkaar doorverbonden en kunnen op die wijze commando's aan elkaar doorgeven. In de toekomst zullen ook de PC, de telefoon en andere telecommunicatie-apparatuur op het systeem kunnnen worden aangesloten.

De afstandsbediening van audio-visuele apparaten is een voorziening die naarmate zij meer in zwang komt, een verminderd nut oplevert.

Wie een CD-speler, een videorecorder en een televisie heeft, moet zich meestal met drie verschillende afstandsbedieningen met ieder hun eigen knopjes-layout en symbolen een weg door het beeld- en geluidsaanbod banen. Nu ook elke midi-installatie met een afstandsbediening wordt geleverd, neemt de verwarring toe.

Weliswaar zijn er 'lerende' afstandsbedieningen in de handel, maar erg gebruiksvriendelijk zijn die niet. Daar komt verandering in. Philips heeft het initiatief genomen voor een systeem dat het mogelijk maakt met een afstandsbediening alle apparaten uit een beeld- en geluidketen te bedienen. Bovendien maakt het geen onderscheid tussen de verschillende merken en worden allerlei bedienhandelingen simpeler. De eerste tv en videorecorder die met het systeem werken heeft Philips enkele weken geleden op de markt gebracht.

Het systeem heet 'Domestic Digital Bus', D2B in de wandeling, en Philips heeft met elektronicagigant Matsushita (onder andere JVC, Technics en Panasonic) overeenstemming bereikt om er alles aan te doen D2B tot een wereldstandaard te maken.

Dat lijkt te lukken. Sony heeft al verklaard zich aan D2B te zullen conformeren. Een apart bedrijf is opgericht, de D2B Systems Company Ltd, gevestigd in Londen, die de fabrikanten die het systeem onderschrijven met raad en daad ter zijde zal staan en de standaard in de toekomst verder ontwikkelt. De IEC (International Electrotechnical Commission) heeft D2B als standaard aanvaard.

Het belangrijkste kenmerk van D2B is dat de verschillende toestellen worden opgenomen in een netwerk. Elk D2B-toestel krijgt er een speciale aansluiting bij en kan met een eenvoudig tweelingsnoer met een ander D2B-apparaat worden doorverbonden. Deze verbindingen vormen samen een 'bus', een lijn waarlangs digitaal dataverkeer kan plaatsvinden. De bus transporteert geen beeld of geluid, alleen commando's. Het tweelingsnoer vormt dus nog een uitbreiding van de al bestaande dradenkluwen. De signalen reizen over de bus en kunnen aan de hand van een digitale adressering elk toestel bereiken dat op de bus is aangesloten - ook als het betreffende toestel in een ander vertrek staat. Het systeem heeft de mogelijkheid in zich om later aansluiting te maken op PC's, telefoons en de elektronische voorzieningen van het intelligente huis van de toekomst. De maximaal te overbruggen afstand bedraagt 150 meter.

Binnen het systeem is elk toestel in een aantal welomschreven componenten onderscheiden die allemaal een vaste code hebben gekregen. Een tv bestaat altijd uit een hoogfrequent deel waar het signaal wordt ontvangen, een versterker voor het geluid, een videogedeelte waar het beeld wordt bewerkt en een beeldscherm. Als het een D2B-toestel is, hebben al die onderdelen een vaste naam gekregen, onafhankelijk van het merk. Verder is dan een speciale chip in het toestel ingebouwd die D2B-commando's kan verwerken en - als ze voor een ander toestel in het netwerk zijn bestemd - naar de juiste plaats kan doorsturen. Een met de afstandsbediening gegeven commando als 'zet tv zachter' zal, waar het ook wordt opgepikt, altijd naar het audiogedeelte van de tv worden geleid.

Het systeem zal allerlei bedienhandelingen vereenvoudigen. Wie zijn tv op alle zestien kabelkanalen heeft ingeregeld, hoeft dat vervelende werkje niet voor zijn videorecorder te herhalen; via het netwerk wordt de videorecorder duidelijk gemaakt dat hij het voorbeeld van de tv dient te volgen en dat hij dezelfde zenders onder dezelfde nummers in zijn geheugen moet opbergen.

Wie naar RTL-Veronique kijkt en dat programma wil opnemen hoeft alleen maar op de REC-knop te drukken om de videorecorder in werking te stellen en in een hoekje van het scherm wordt voor alle zekerheid het programma getoond dat op dat moment wordt opgenomen. Wie het geluid van de tv via de luidsprekers van de hifi-installatie wil laten klinken, drukt op het knopje 'versterker'. Het geluid uit het tv-kastje wordt het zwijgen opgelegd en met de volumknopjes die zoeven nog het tv-geluid regelden, kan nu de versterker harder of zachter worden gezet.

Waarschijnlijk zal het tv-scherm bij de bediening van meer ingewikkelde functies ('neem het geluid van de tweede CD-speler om 14u15 op cassetterecorder 1 op') een belangrijke rol gaan spelen. Het is denkbaar dat met de afstandsbediening uit verschillende menu's op het tv-scherm kan worden gekozen De .manier waarop dat zal geschieden maakt overigens geen deel uit van de standaard. De fabrikanten blijven vrij in hun eigen 'user interface', maar de consument ook. Als hij een videorecorder van Philips heeft en een tv van Sony, kan hij kiezen of hij ze met de Sony- of de Philips-methode bedient. De knopjes zullen anders zijn, maar de Sony zal zonder morren naar de Philips-commando's luisteren en omgekeerd.