Verhalen over de koppensnellers en kannibalen

De Zweedse ontdekkingsreiziger Sten Bergman reisde in de jaren vijftig naar de binnenlanden van wat toen nog heette Nederlands Nieuw Guinea. Voor de Zweedse radio en televisie vertelde hij kleurrijke verhalen over de koppensnellers en de kannibalen die hij er had ontmoet. Hij schreef er ook een boek over onder de titel Mijn Vader de Kannibaal.

Zo heet ook de documentaire van de Zweden Lasse Berg en Stig Holmqvist die de VPRO zondagavond uitzendt. Zij werden gefascineerd door Bergmans ervaringen. In 1986 keerden zij terug naar wat toen inmiddels de Indonesische provincie Irian Jaya was geworden met de bedoeling Bergmans sporen te volgen. Wie weet zouden zij nog enkele mensen ontmoeten die Bergman had gekend. Zij hadden geluk. In de Baliemvallei onmoetten zij het stamhoofd Tibalak, die Bergman nog had beschreven als furieus krijger. Hij is inmiddels een vreedzaam, doch nog steeds gezaghebbend burger geworden compleet met uniform en pet, die hij alleen draagt bij officiele gelegenheden en als hij zondag met zijn talrijke gezin - vier vrouwen, 14 kinderen en 23 kleinkinderen - de kerk van de missie bezoekt. 'Vroeger', aldus Tibalak, 'moesten we altijd vechten met de stam aan de andere kant van de rivier. Het ging altijd om varkens of vrouwen. Nu ben ik vrienden met mijn vroegere tegenstanders en ik hoef niet meer te denken, want ik doe gewoon wat de missionarissen en de autoriteiten zeggen'.

Toen hij en zijn stam onder invloed van de Here Jezus hun wapens hadden verbrand is zijn broer toch nog door een vijandige stam gedood. Met een Nederlandse bestuursambtenaar die een geweer had is hij toen naar die stam gegaan. Er werden drie mannen doodgeschoten om de broer te wreken. Vervolgens werd de eeuwige vrede gesloten.

In het Asmat-gebied, een nog grotendeels ongerept junglegebied aan de noordkust, troffen Holmqvist en Berg de oude, inmiddels 75-jarige, koppensneller Ojepietsj. Net als Tibalak staat hij afgebeeld in Bergmans boek, compleet met 18 schedels van toenmalige tegenstanders. Feilloos wijst Ojepietsj welke van de 18 schedels hij zelf heeft gesneld en welke anderen. 'Als wij een tegenstander hadden gedood brachten wij het lichaam naar ons dorp. Daar hakte wij het hoofd eraf, dat gooiden we in het mannenhuis, rolden ermee rond en gebruikten het later als hoofdkussen. Het lichaam sneden we in stukken, roosterden we en aten het op', vertelt Ojepietsj onberoerd. Det koppensnellen is door de autoriteiten verboden, maar zegt een oude Papua, 'ik weet nog wel waar die schedels begraven liggen, alleen zal ik ze u niet laten zien, want er zit een (Indonesische) official in uw gezelschap', te weten een verplichte begeleider van het ministerie van voorlichting in Jakarta.

De meest ontroerende ontmoeting is met de oude vrouw Akintjes, die het echtpaar Bergman indertijd adopteerde. Bij het zien van Bergman en Holmqvist maakt ze van pure blijdschap een dansje. Als haar gevraagd wordt waarom zij de Bergmans samen met haar man had geadopteerd zegt ze eerst dat ze met blanken, zoals missionarissen, hele goede ervaring had, maar na een tijdje komt de aap uit de mouw: de Zweden hadden mooie messen en andere interessante spullen. Tot dan toe hadden de mensen al het hakwerk met stenen bijlen gedaan, zoals kano's maken en sagopalmen omhakken, en daar kreeg ze pijn van in haar rug. Ze toont de oude stenen bijl waarmee ze zo veel sagopalmen heeft gekliefd.

Ook spreken de bezoekers nog met een Nederlandse missionaris die al sinds 1952 in het gebied werkt. Hij vertelt hoe moeilijk het was om deze mensen te kerstenen. Als hij voor de Asmat-jeugd een Tarzanfilm draait komen de kinderen niet meer bij van het lachen. Tegen het eind van de zeer onderhoudende documentaire, die wordt afgewisseld door stukken zwart-wit film die Bergman indertijd maakte, komt de huidige situatie en de toekomst van de Papoeas even aan de orde. Zullen zij de oude Asmant-cultuur kunnen bewaren nu er zo veel Javaanse landbouwers worden geimporteerd? Met geen woord wordt in de documentaire gerept over het al meer dan 20 jaar durende verzet van de Westpapoease verzetsbeweging OPM tegen wat zij zien als culturele genocide door de Javanen.

My father the cannibal, Ned. 2, 21.21 - 22.46 uur.

    • Peter Schumacher