Tineke van den Klinkenberg over het falend asielbeleid; 'Ikben gewoon tegen criminelen, mag dat?'

Begin maart zorgde een brief van Tineke van den Klinkenberg, directeur van het asielzoekersopvanghuis HVO-Jonker in Amsterdam voor opschudding in de hoofdstad. In de brief (gericht aan het PvdA-Tweede Kamerlid Van Traa maar uitgelekt naar het ANP) maakte zij gewag van de slechte ervaringen die medewerkers van het Jonkerhuis hebben met asielzoekers. Er is sprake van gewapende roofovervallen, messentrekkerij, cocaine- en heroinehandel. Bovendien worden hulpverleners bedreigd en zijn er onhoudbare toestanden in opvangwoningen.

In reactie op de brief ging het personeel van het Jonkerhuis korte tijd in staking, hulpverleners van de stichting Vluchtelingenwerk ontkenden verontwaardigd de inhoud van de brief. Politie en justitie hulden zich in nevelen en ook het gemeentebestuur wist officieel nergens van.

De geschiedenis begon in 1987 toen de Tweede Kamer onder druk van allerlei misstanden rond de opvang van Tamil-vluchtelingen kwam tot een Regeling Opvang Asielzoekers (ROA). Amsterdam verplichtte zich om binnen die regeling maximaal 1.360 asielzoekers op te vangen. De uitvoering van de opvangregeling kwam neer op de gemeentelijke Sociale Dienst (financiering: vorig jaar vier miljoen ulden), de vereniging HVO (huisvesting) en de stichting Vluchtelingenwerk Amsterdam (juridische en maatschappelijke begeleiding). Ex-CPN wethouder Van den Klinkenberg werd in 1988 bij HVO verantwoordelijk voor de opvang van de asielzoekers: in haar functie van directeur van het opvangcentrum Jonkerhuis 'ging' ze ook over de inmiddels 415 woningen die HVO verspreid door de stad huurt van woningbouwcorporaties om asielzoekers te huisvesten.

In haar brief stelt de directeur het asielbeleid ter discussie. Naar haar smaak (over cijfers beschikt ze niet) worden teveel personen tot de procedure toegelaten die ' hier komen om zich economisch te verbeteren'.

Dat toelatingsbeleid moet zorgvuldiger, de procedure (die nu gemiddeld twee tot drie jaar duurt) moet sneller en bekroond worden met een 'degelijk uitzettingsbeleid'. Van den Klinkenberg bepleit daarnaast een humaan en duidelijk toelatingsbeleid.

Voor de kantonrechter bleek HVO-directeur H. N. Stam de strekking van de brief in het geheel niet te betwisten. De reden van het gevraagde ontslag zou zijn dat Van den Klinkenberg niet geschikt was voor haar functie.

Duidelijk werd dat de verantwoordelijk wethouder Jonker gedurende twee jaar nauwkeurig op de hoogte is gehouden van alle ongerief in HVO afdeling Jonker. Inmiddels was Van Traa voor Van den Klinkenberg in bres gesprongen met een steunbetuiging (' Beste Tineke, Zeer verbaasd en geschokt ben ik door het bericht van het aan jou aangezegde ontslag') die vervolgens doorgefaxt werd aan de pers. Onverwachte steun kwam ook van de voorzitter van Amnesty International in Nederland, mr. R. Fernhout, die in maart promoveerde op een proefschrift over het asielbeleid. Hij verklaarde dat Van den Klinkenberg ' de vinger op de zere plek had gelegd'. Dit alles kon niet verhinderen dat de briefschrijfster achtereenvolgens op non actief werd gesteld en ontslagen: onlangs heeft de kantonrechter in Amsterdam de arbeidsovereenkomst tussen Tineke van den Klinkenberg en haar werkgever, de vereniging HVO (Hulp voor Onbehuisden), ontbonden met ingang van 1 juni. In zijn beschikking stelde de kantonrechter vast dat Van den Klinkenberg ' slachtoffer is geworden van het haar niet verwijtbare feit dat (delen) van de bewuste brief in de publiciteit zijn gekomen'.'Wat mij soms mateloos stoorde is het volgende. Je kijkt naar de tv, je ziet al die verschrikkingen op het beeld. Kinderen in een Afrikaans land die rondstrompelen als oude mannen. Wat een ellende. En de volgende dag staat er een vrouw tegenover je uit zo'n land die door ons een woning is aangeboden. We brengen haar met een busje met haar spullen en haar kinderen naar haar huis maar een uur later staat ze weer op de stoep. Ze weigert haar woning omdat er geen centrale verwarming in zit. Dat is voorgekomen. Waar zijn we mee bezig dacht ik dan. Helpen we wel de juiste mensen?'Tineke van den Klinkenberg knijpt haar ogen dicht tegen de rook. Ze steekt voortdurend nieuwe sigaretten op en begint een huiszoeking als haar pakje op een zeker moment leeg blijkt.

Ze schetst haar voormalige werkkring als ' een organisatie die voortdurend stikte van de spanningen'.

Er was een chronisch gat in de begroting, een tekort aan personeel en op de achtergrond speelde de mogelijkheid dat de hele operatie zou worden afgeblazen. De Regeling Opvang Asielzoekers zou in principe vier jaar duren, tot november 1992. Van den Klinkenberg: ' Voor mij werd het steeds belangrijker om feed back te krijgen van de politiek over het asielbeleid. Er werd nooit gepraat over de uitvoering van het beleid, over hoe het werk verliep. Je kan een organisatie wel blijven aanpassen aan de hoeveelheid problemen, maar daarmee los je de kern van de zaak niet op: dat een heleboel mensen onterecht gebruik maken van een regeling.' Dus toen schreef u een vertrouwelijke brandbrief aan het Kamerlid Van Traa?' Ik heb eerst meerdere malen geprobeerd de zaak in Amsterdam aan te kaarten bij de gemeenteraad en bij wethouder Jonker. Toen dat nergens toe leidde, heb ik Van Traa gebeld.' In een aantal gesprekken zijn we tot de conclusie gekomen dat er twee overlegstructuren in elkaar gezet moesten worden. Een met een aantal deskundigen: ambtenaren van ministeries, mensen van vluchtenwerk, van Amnesty misschien, en mensen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeringswerk in de grote steden. En een tweede overlegstructuur in de progressieve politiek. Daarvoor vroeg Van Traa mij een aantal ervaringen op te schrijven zodat hij iets in handen had waarmee hij de mensen kon benaderen.' Waarom belde u Van Traa en niet bijvoorbeeld Andree van Es die zich ook regelmatig het lot van asielzoekers aantrekt en die politiek wat dichter bij u staat?' Omdat ik niet zulke goede ervaringen had met juist dit onderwerp in die kringen. Omdat ze daar ook ontzettende schroom hebben er iets over te zeggen.' De brief aan Van Traa schreef u in overleg met HVO-directeur Stam. Wie heeft een kopie naar het ANP gestuurd?' Ik weet het niet. Nadat de brief was uitgelekt en de commotie ontstond, is er een bestuursvergadering bijeengeroepen. Het bestuur en de directie van HVO stonden op dat moment volledig achter mij. Maar enkele dagen later heeft Stam mij ontslag aangezegd.' ' Wat mij, en wat de organisatie van HVO-Jonker, steeds meer frustreerde, was dat te veel energie uitging naar mensen die er een puinhoop van maakten. En dat je niet toekwam aan de vluchtelingen met de traumatische ervaringen, die hulp het hardst nodig hadden.' Bij HVO-Jonker werken 36 mensen. En in de afgelopen twee jaar hebben we almaar moeten reorganiseren om het hoofd te bieden aan de groeiende werklast. De eerste directeur (mijn voorganger) is na tien weken verdwenen.

De plaatsvervangend directeur is in april vorig jaar overspannen geraakt en zal niet meer terugkeren. Veel werk vloeit voort uit het grote verloop onder de clienten, uit het feit dat mensen als tomaten werden doorgedraaid: elke maand tachtig mensen erin en tachtig eruit. Waarheen ze gaan is volstrekt onbekend.' Daarbij komen de bedreigingen en je wordt natuurlijk ook gebeld door buren met klachten over smerigheid, herrie, steekpartijen. Je kunt niet voor elke zaak de politie bellen. We hebben heel wat meegemaakt in dat huis en eigenlijk is er nooit iets van in de openbaarheid gekomen. Nu onlangs is er dan iemand veroordeeld wegens bedreiging van de adjunct-directeur.'

Om hoeveel van dit soort gevallen gaat het eigenlijk? In de beroemde brief aan Van Traa noemt u geen cijfers.'

We hadden er nog geen goed systeem voor ontwikkeld. Ik had wel een dossier van mensen die door ons uit woningen of uit het Jonkerhuis waren gezet. Hoeveel dat er zijn weet ik niet. 'Een groot probleem was dat er spullen van ons met de regelmaat van de klok gestolen werden. Vaak was de hele inboedel verdwenen. Een ander punt was dat zo'n woning met veel inspanning voor nieuwe asielzoekers werd gereedgemaakt, en dat het dan soms binnen korte tijd een vieze vuile smeerboel was. Dat je door de gang gleed waar het vet vanuit de keuken ingelopen werd.' Dan had je ook de kwestie van mensen die illegaal op de woningen zaten. Er zijn grote groepen die zo in de marge van de samenleving het hoofd boven water houden maar die voor behoorlijk veel overlast zorgen.'

Ik stoor mij er aan als Vluchtelingenwerk dat goed praat. Zij hebben gezegd dat ze er wel kunnen inkomen dat asielzoekers die uitgeprocedeerd zijn en de illegaliteit ingaan de inboedel van onze huizen te gelde maken. Nou, dat is niet mijn manier van vechten. Als je vindt dat asielzoekers te weinig geld hebben, moet je zorgen dat ze meer krijgen. Dan moet je daar de politieke discussie over aan gaan. Maar niet aanmoedigen dat mensen nog verder marginaliseren.' Soms kun je mensen heel goed duidelijk maken dat het niet de goede manier van vechten is voor verbetering van hun eigen omstandigheden om maar beetje te gaan qat-kauwen, te gaan stelen en de dagen in ledigheid doorbrengen.'

Asielzoekers worden toch juist van overheidswege geacht hun dagen in ledigheid door te brengen.' Ja, dat is dus ook iets wat ik aan de orde heb gesteld. Of dat wel verstandig is. In ieder geval moet goed nagegaan worden wie in aanmerking komt voor asiel en wie niet. En de procedure moet verkort worden. Als de overheid na twee jaar tot de conclusie komt dat iemand onterecht een asielaanvraag heeft ingediend - want zo lang duurt dat nu gemiddeld - dan is hij inmiddels zo in de Nederlandse samenleving gewend geraakt, dat de stap terug te groot is. Die mensen schamen zich dood om dan weer terug te keren.'

Ik vraag me af of het niet beter zou zijn om mensen gedurende een eerste grondige check van drie maanden op te vangen in landelijke centra. Waarna alleen die mensen die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus toegelaten worden tot de ROA-regeling. Alle anderen zouden dan snel weer uitgezet moeten worden. Maar er is nu geen goed uitzettingsbeleid.' Als je constateert dat uit bepaalde landen een hoog percentage zware criminaliteit komt, zou het controleren van de antecendenten van mensen afkomstig uit dat soort landen ook wel eens van nut kunnen zijn. Dat de vreemdelingenpolitie als een asielzoeker zich meldt even bij Interpol informeert over wat voor vlees ze in de kuip hebben. Het kan best zijn dat de politie zulke dingen al doet, maar ik weet dat niet. Ik heb nog nooit in een sector gewerkt waar zo weinig overleg met elkaar was. Ik denk dat dat te maken heeft met het taboe op het onderwerp.' Met Kosto heb ik in februari dit jaar gesproken toen hij hier op werkbezoek was. Bij die gelegenheid begreep ik van ambtenaren die de staatssecretaris begeleidden, dat mijn bezwaren spoorden met andere geluiden die ze gehoord hadden. Maar nu houdt iedereen die er wat over kan zeggen zijn mond. Nog steeds. En dat maakt eens te meer duidelijk wat voor een taboe er rust op dit onderwerp. Je mag er niet over praten. Vluchtelingenwerk heeft met zoveel woorden gezegd dat je de vuile was niet buiten mag hangen. Terwijl ik denk dat die vuile was allang buiten hangt. Namelijk daar waar de mensen ermee geconfronteerd worden. Over het algemeen zijn dat niet de plekken waar ook de medewerkers van dit soort uitvoeringsorganisaties wonen.'

U heeft een afkeer van veeleisende asielzoekers?'

Ik heb altijd deel uitgemaakt van solidariteitsbewegingen, wat dat betreft heb ik in mijn leven veel vluchtelingen ontmoet. Het begon al met mensen die uit Griekenland gevlucht waren.' Het ging u om politieke vluchtelingen.' Ja, mensen die destijds in de Technische Hogeschool met tanks geconfronteerd werden en die daaraan hebben weten te ontsnappen, die heb ik in huis gehad, als student, en tijdelijk onderdak geboden. Dat is eigenlijk altijd doorgegaan.'

Als Amsterdams wethouder had u ook bijzondere interesse voor benarde groepen als psychiatrische patienten en drugsverslaafden.'

De grote lijn voor mij is dat mensen altijd een eigen verantwoordelijkheid blijven houden. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen leven en wat ze daarvan maken. Maar mensen die hulp willen, moeten die kunnen vinden.' Drugsverslaafden die eruit willen, moeten een hand kunnen grijpen om eruit te komen. Zo ook asielzoekers. Je moet mogelijkheden bieden, je moet een perspectief bieden. Daar heb je mensen en middelen voor nodig. Professionele hulpverlening, begeleiding en werk en studiemogelijkheden en alles wat er nodig is mensen een plek te geven onder de zon in dit land.' Mensen hebben de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven. Maar op dit punt ben ik volgens anderen niet altijd even consistent. Soms ontmoet ik iemand die zo rot als een mispel lijkt. Tegelijkertijd weet ik dat hij dit in wezen niet wil zijn. Dan zeg ik: ik wil best proberen je een zet te geven door me een tijdje tegen je aan te bemoeien. Ik wil je de helpende hand bieden maar dan gaat het wel volgens mijn regels. Met sommige mensen heb ik dat gedaan. En dat is soms gelukt. Dat geeft mij motivatie om door te gaan. Zo nu en dan komt iemand boven drijven die grijp ik beet en die geef ik een schop vooruit.'

Waar komt die neiging vandaan?'

Ik weet het niet. (Na lang nadenken) Ik kom zelf uit een milieu waarin weinig kansen waren. Ik ben altijd gestimuleerd door mijn moeder. Zij vond dat ik het vermogen had om te leren en dat ik er dus wat mee moest doen. Maar in het milieu waar ik uit kom, was het een uitzondering dat iemand uberhaupt op een universiteit terecht kwam. Mijn moeder was 'van Drees', en ik ben met het besef van een soort klassebewustzijn groot geworden. Ik kom uit een buurt waar je gigantisch moest knokken om wat te bereiken. Studeren maakte eenvoudig geen deel uit van je natuurlijke omgeving. Misschien dat daar mijn verontwaardiging over onrechtvaardigheid vandaan komt. Als er godverdomme tanks over Griekse studenten heen rijden, en er zijn er die weten te ontkomen dan moeten die mensen geholpen worden om weer verder te kunnen. En als er een Tweede Wereldoorlog is geweest waarin zoveel joden, alleen maar om het jood-zijn, op een systematische wijze zijn afgemaakt - dan is dat een groot onrecht! Dan zijn de mensen die de moed hebben gehad om hun huizen open te zetten voor joden en communisten degenen waar ik naast wil staan en met wie ik mee wil vechten om dit soort onrechtvaardigheden te lijf te gaan.'

U ziet een overeenkomst tussen het verbergen van onderduikers in de oorlog en het onderdak bieden aan vluchtelingen nu?

'Ja, en het gaat me niet om links of rechts. Er was een Angolese moeder die helemaal niet tot mijn politieke gedachtengoed behoorde. Ze was een heel katholieke vrouw. Ze was gevlucht met haar baby. Haar man was waarschijnlijk vermoord. Op een zeker moment vroeg zij of ik haar kind ten doop wilde houden. Nou, dat kon niet. Het werd verboden door de priester omdat ik niet katholiek ben. Die bekrompenheid heeft mij zeer gedaan niet omdat ik zelf zo veel zie in zo'n doop, maar voor haar. Zij vond het erg belangrijk.' Ik noem mij nog steeds communist, maar vanuit dat oude gedachtengoed van een verzetstraditie. Ik heb me nooit zo verwant gevoeld met het Oostblok-communisme. Maar als ik het verhaal van Janka lees dan herken ik dat omdat ik kameraden heb die in diezelfde traditie bezig zijn geweest.'

Uw uitspraken over criminaliteit onder asielzoekers zijn al dankbaar opgepikt door de Centrumdemocaten in een televisie-uitzending voor politieke partijen.' Ik sta zo ver van die Centrumdemocraten af. Die misbruiken en gebruiken van alles voor doeleinden die de mijne niet zijn. Zij kunnen mij er niet van weerhouden dingen te zeggen die ik waar vind. Zij roepen dat Nederland blank moet worden. Alle buitenlanders eruit. Dat vind ik uitermate verwerpelijk. Ik vind het bestrijden van criminaliteit onderdeel van anti-racistisch beleid. Het geldt voor Nederlanders zowel als asielzoekers. Ik ben gewoon tegen criminelen, mag dat?'

Nederland moet plaats bieden aan allerlei mensen die vervolgd worden en die bijvoorbeeld door onze koloniale geschiedenis recht hebben hier te komen. Dat betekent dat je je moet inspannen om een multi-culturele samenleving in te richten. Het betekent wel dat je de problemen die zich daarbij voordoen niet moet verdoezelen.' Wil je in Nederland een draagvlak houden voor de toelating van asielzoekers, dan moet je er voortdurend over nadenken voor welke mensen je faciliteiten biedt en voor welke niet. Het onderwerp moet opengegooid worden en bespreekbaar gemaakt, in plaats van achter de schermen afgehandeld.' De mensen worden voortdurend met gevolgen geconfronteerd van beleid waar zij geen enkele say in hebben. De politiek luistert niet naar wat zij dagelijks allemaal meemaken. Van Amsterdammers wordt gevraagd woningen af te staan voor asielzoekers. Het is de categorie Amsterdammers die met woningnood geconfronteerd wordt, want de wachttijd voor een vierkamerwoning is met een jaar verlengd in Amsterdam en die was al niet kort. Als je dat vraagt van de mensen, dan moeten ze er ook iets in te melden hebben. Maar de gemeente luistert niet. Zo'n wethouder Jonker roept alleen maar dat het allemaal paranoia is. Het probleem wordt niet serieus genomen. Ik denk dat daarmee anti-democratische sentimenten opgeroepen worden. Mensen voelen zich in de steek gelaten.' De reactie daarop is niet stemmen of iets stemmen waar de mensen voor een deel niet achter staan. Uit protest dan maar zo'n verwerpelijke partij beetpakken. Op een verkeerde manier wraaknemen.'

    • Frank Vermeulen