Schoonmaak Philips begint in directie

ROTTERDAM, 12 mei - De grote schoonmaak bij Philips is begonnen. Op de directie-etage. Sneller dan verwacht werd gisteren duidelijk dat Cor Van der Klugt (65) het veld moet ruimen voor zijn gedoodverfde opvolger Jan Timmer (57). De machtsoverneming, die begin volgende week nog officieel moet worden bevestigd, vormt het voorlopige hoogtepunt in het debacle dat zich sinds enkele weken in adembenemend tempo rond het concern voltrekt.

Begin maart werd bij de presentatie van de jaarcijfers duidelijk dat de resultaten voor de komende jaren achter zouden blijven bij de verwachtingen, hoewel in diverse onderdelen van het bedrijf vooruitgang werd geboekt. Kapitein Van der Klugt had 'het schip op koers' zo deelde hij mee.

Bij de presentatie vorige week van de winstcijfers over het eerste kwartaal bleek dat er aanzienlijke averij was opgelopen: de winst per aandeel bedroeg nog slechts 2 cent, vergeleken met 86 cent vorig jaar. De reputatie van het bedrijf liep definitief een deuk op toen bleek dat de directie net zo verbaasd was over de tegenvaller als de buitenwacht.

Deze week begon met een demonstratie van de Industriebond FNV tegen de houding van het bedrijf in de loononderhandelingen, vervolgde met de beschuldiging van handel met voorkennis door SOBI-voorzitter drs. P. Lakeman en eindigde met berichten over het voortijdige vertrek van Cor van der Klugt.

De Philips-veteraan Van der Klucht maakte binnen het bedrijf carriere. Hij was ruim dertig jaar actief voor Philips in Latijns Amerika, voordat hij in 1986 voortijdig opvolger werd van de flamboyante Wisse Dekker. Dekker gaf zijn positie op om het voorzitterschap van de Raad van Toezicht op zich te nemen. Terwijl Dekker zich profileerde als vooraanstaand Europees burger met hart voor Europese eenwording en beducht voor het Japanse gevaar, profileerde van der Klugt zich als straatvechter die zijn aandacht meer naar binnen richtte.

Evenals zijn voorganger maakte van der Klugt meteen bij zijn aantreden de fout de wereld een meetlat te geven om naast zijn toekomstige prestaties te leggen: de winstmarge moest structureel naar drie of vier procent van de omzet. Zijn voorganger Dekker wilde ook naar 3 procent, maar eindigde op 1,75 procent. Van der Klugt vertrekt nadat weliswaar de nettowinst over het eerste kwartaal uitkwam op 336 miljoen gulden (2,6 procent van de 12,8 miljard gulden omzet), maar het feitelijke bedrijfsresultaat op slechts 0,05 procent.

Van der Klugt heeft in de afgelopen jaren alles bij het bedrijf overhoop gehaald om zijn doel te bereiken. De organisatiestructuur veranderde, het werkterrein werd ingeperkt, niet-vitale onderdelen werden afgestoten of ondergebracht in joint ventures. De 'gloeilampenfabriek uit het Zuiden des lands', die zoveel meer wil zijn dan lampenproducent, onderging een gedaantewisseling. Van der Klugt wilde Philips slagvaardiger en minder bureaucratisch maken. Tussen 1986 en 1989 sloot hij 75 van de 420 fabrieken wereldwijd. En sinds zijn aantreden werd het aantal arbeidsplaatsen met 32.000, ruim tien procent, teruggebracht.

In de jaren '80 moesten de bedrijfsonderdelen in Japan, Europa en de Verenigde Staten worden geintegreerd om op wereldschaal te kunnen opereren. Philips moest 'global' worden. De macht werd daarom van de nationale organisaties verlegd naar de produktdivisies. In de divisies kwam de verantwoordelijkheid te liggen voor de winst- en verliesrekening. Bovendien moest alles sneller en leniger omdat de levenscyclus van veel Philips-produkten korter werd. In de consumentenelektronica is die cyclus vaak minder dan een jaar. De besluitvormingsstructuur binnen de produktdivisies werd daarom zoveel mogelijk gedecentraliseerd. De reorganisaties hebben het bedrijf naar schatting vier miljard gulden gekost. Gezien de winstmarges leek die strategie wel enig effect te hebben: de marge steeg van 1,6 procent in 1987 tot 2,4 procent in 1989, maar een echt succes werd het niet. De winstmarge van drie procent, die het bedrijf als doel hanteerde, werd niet gehaald.

Voor de tegenvallende resultaten waren er altijd wel plausibel ogende oorzaken te verzinnen. De stormachtige ontwikkelingen in de micro-elektronica, de dumping van Japanse produkten, de versnipperde Europese thuismarkt, een Japanse kongsi om de yen laag te houden waardoor Japanse export goedkoper wordt; of - gewoon - de veranderingen in de markt.

Volgens buitenstaanders heeft Philips de matig resultaten aan zichzelf te danken. Gematigde critici vinden Philips te duur, te afwachtend en te weinig winstgericht. Agressievere scribenten vinden het bedrijf te vadsig, te zelfvoldaan en te versnipperd.

Het bedrijf bestaat uit vier hoofdgroepen: licht, computers en communicatie, elektronische componenten, en consumentenelektronica. De strategie van Philips is gebaseerd op het idee dat een elektronicabedrijf op termijn alleen kan overleven door actief te zijn in alle sectoren. Wie televisietoestelllen wil maken, kan het beste zijn eigen chips produceren en dat is alleen maar interressant als je ze ook in computers kunt onderbrengen.

Van der Klugt bevestigde die strategie in maart nog eens: ondanks honderden miljoenen verlies in de computersector zou Philips op dat terrein actief blijven. Hij stelde zelfs een mogelijke overneming van een computeronderneming in het vooruitzicht.

Maar het wordt steeds meer de vraag of Philips die strategische overwegingen overeind kan houden nu de financieele druk op het bedrijf steeds groter wordt. Traditioneel subsidieren licht en consumentenelektronica de overige takken van het bedrijf: een wankel evenwicht dat bij het minste of geringste uit het lood slaat.

Onder de stuurlui aan wal wordt steeds vaker gesuggereerd dat Philips niets anders kan doen dan de computerdivisie en de chipfabricage afstoten. De voor Philips onverteerbare afhankelijkheid van Japanse chipproducenten zou dan omzeild kunnen worden door een joint venture aan te gaan. Beursanalisten waarschuwen er ook voor dat de talloze verdedigingslinies tegen vijandelijke overnemingen in gevaar komen als de financiele resultaten slecht blijven.

De grootste t.v.-fabrikant ter wereld na het Japanse Matsushita en de tiende industriele groep komt nu in handen van Jan Timmer, die naam heeft gemaakt door de divisie consumenten-elektronica winstgevend te maken.