Schaken

Ik las een boekje over Capablanca dat vorig jaar is verschenen. Jose Raoul Capablanca. Ein Schachmythos. Capablanca was wereldkampioen van 1921 tot 1927. Hij was misschien het grootste natuurtalent dat de schaakwereld heeft gekend. Hij studeerde nauwelijks. Dat kon toen nog, ook al waren er al velen die zeer vlijtig werkten. Volgens zijn vrouw had Capablanca geen schaakspel. Hij kreeg wel eens een spel, maar dan gaf hij het cadeau aan een vriend die het beter kon gebruiken.

Die vrouw was Olga Tsjegodajeva, een Russische prinses die Capablanca in 1936 in New York had ontmoet. Ze was heel mooi en toen ze haar man bezocht op het toernooi in Nottingham 1936 zorgden de jongere spelers uit het amateurtoernooi dat ze snel met hun partijen klaar waren, om in de zaal van de grootmeesters te kunnen kijken, waar Olga was. Zo staat het in ieder geval in de schaakgeschiedenis geschreven.

In het boekje dat ik las schreef Olga Capablanca haar herinneringen aan het toernooi in Nottingham op. Het was een heel belangrijk toernooi. Wereldkampioen Euwe deed mee en verder nog drie oud-wereldkampioenen en een toekomstige wereldkampioen, Botwinnik. Alle oud-wereldkampioenen hadden een wens gemeen: dat Euwe het toernooi niet zou winnen. De Amerikaan Fine vertelde later dat Aljechin en Capablanca hem allerlei suggesties toefluisterden toen hij tegen Euwe speelde.

Olga schrijft dat Capablanca haar in New York had gezegd dat hij het schaken soms haatte.

Maar nu, voor haar, zou hij weer de sterkste schaker ter wereld worden, om geld te verdienen en haar te geven waar zij recht op had. In het begin zag het er niet naar uit dat Capablanca het toernooi in Nottingham kon winnen. In de tweede helft ging het beter en voor de laatste ronde stond hij samen met Botwinnik bovenaan. Botwinnik moest tegen de Engelsman Winter. Capablanca tegen Bogoljubow, een veel sterker speler, maar Capablanca had altijd weinig moeite met hem gehad.

Olga kon niet schaken, maar, zoals dat met schakersvrouwen wel meer het geval is, zij kon door gelaat en bewegingen van haar man te bestuderen een scherper oordeel over de stelling vellen dan menig deskundige. Zij zag dat de partij tegen Bogoljubow niet gunstig verliep. De partij werd afgebroken. Misschien kan ik nog remise bereiken, zei Capablanca somber. Dat was te min voor Olga. Remise? Je wint. Op de tweede zet na de hervatting zal Bogoljubow een fout maken waardoor je kunt winnen. Ik voel het.

Laat het niet waar zijn, denkt de lezer op dat moment. Laat dit sympathieke relaas niet ontaarden in een ordinair spookverhaal. Hoe mooi zou het zijn als dit een losse opmerking bleef zonder betekenis. Iets onnozels, wat een aardige vrouw zegt om haar man op te monteren. Geen paranormale vrouwelijke intuitie, alsjeblieft niet.

De partij wordt remise. Het toernooi is afgelopen, de Capablanca's vertrekken naar Londen. De hoop van de lezer dat hij nooit meer iets over die tweede zet na de hervatting zal vernemen groeit. Maar nee, het zou teveel gevraagd zijn. Op een diner in Londen zegt Capablanca opeens: je had gelijk. Dat zei hij niet vaak. Olga is verbaasd. Waarin had zij gelijk gehad? De tweede zet, zegt Capablanca. Nu beseft hij het pas. Zijn vrouw had het goed voorspeld. Bogoljubow had inderdaad een ernstige fout gemaakt die tot verlies had moeten leiden. Alle eters raken in grote opwinding. Hoe had Olga kunnen weten dat het juist op de tweede zet zou zijn? Zij begrijpt het zelf niet.

Als je de partij naspeelt blijkt dat dit verhaal geheel uit de lucht gegrepen is. Er is helemaal geen fatale fout van Bogoljubow. Misschien heeft Olga het verkeerd onthouden. Er staan meer onnauwkeurigheden in haar verhaal. Ik denk dat Capablanca een toneelstukje heeft opgevoerd om zijn jonge vrouw een plezier te doen. Hij stond bekend als een zeer charmant en galant heer.

Aan de andere beslissende partij uit de laatste ronde, Botwinnik-Winter, is ook een verhaal verbonden. In die partij nam Winter remise aan in een stelling die algemeen als gewonnen voor hem werd beschouwd. Een heel belangrijke remise voor Botwinnik. Voor zijn met Capablanca gedeelde toernooioverwinning kreeg hij de hoogste sovjet-onderscheiding van Stalin. Voor het eerst had een sovjetburger de buitenlanders overtroffen. Nu was het helemaal duidelijk dat het schaken het sovjetspel bij uitstek zou zijn. De voorzitter van de schaakbond werd geexecuteerd wegens ideologische slapte en het schaken werd in de Sovjet-Unie met nog groter enthousiasme gestimuleerd. Misschien was de hele schaakgeschiedenis anders verlopen als Winter had doorgespeeld en gewonnen. Misschien hadden we nooit van Karpov en Kasparov gehoord. Waarom had Winter eigenlijk remise gegeven? Was het soms omdat hij parlementslid voor de Engelse communistische partij was en zijn ideologische bondgenoot de toernooioverwinning graag gunde? Zo is wel gespeculeerd. Het is altijd heel aantrekkelijk om grote historische ontwikkelingen af te leiden uit een kleine toevallige gebeurtenis.

Het lijkt me dat Winter onrecht wordt gedaan met deze speculaties. Wie hem kende achtte het uitgesloten dat hij, sportieve Engelsman, een half punt cadeau zou geven. Dit is de slotstelling van de partij Botwinnik-Winter.

DIAGRAMAljechin geeft in het toernooiboek als winstplan: zwarte koning naar b4, gevolgd door een kwaliteitsoffer. De stelling is misschien gewonnen voor zwart, maar eenvoudig is het niet en je hoeft helemaal geen sinistere reden te bedenken om te begrijpen dat Winter dit tegen zijn geduchte tegenstander remise gaf.

Uit het verhaal van Olga kunnen we afleiden dat Capablanca niets dvan eventuele verdenkingen heeft laten merken. Integendeel, hij bleef heel hoffelijk tegenover Botwinnik en stond hem bij met raad en daad. Het was beneden zijn stand om wantrouwig te zijn.