Philips-aardappelen

Binnen- en buitenlandse analisten en beursvolgers hebben Philips na de publicatie van de eerste kwartaalcijfers met de grond gelijk gemaakt. Nog even, en de laatste optimist kan in Eindhoven de lichten uitdraaien.

De meeste critici voelen zich door Philips-president Van der Klugt in hun hemd gezet, omdat zijn gedreven woorden op de jaarvergadering er ook bij hen in gingen als koek of sterker nog: als Gods woord in een ouderling. Raad je als adviseur op grond van dat evangelie beleggers aan om aandelen of call-opties te kopen en het tij keert zo onverwacht als deze keer, dan zijn de rapen gaar.

En of dat allemaal al niet erg genoeg is, heeft Pieter Lakeman van de Stichting Bedrijfsinformatie het vuur van verontwaardiging hoger opgestookt door in VARA's Achter Het Nieuws mensen binnen Philips te beschuldigen van misbruik van voorkennis of voorwetenschap, een handige maar duistere en moeilijk te bewijzen beleggingsstrategie die volgens de desbetreffende wet van februari vorig jaar kan leiden tot geldboetes en gevangenisstraffen. Tot nu toe is niemand veroordeeld.

Volgens Lakeman hebben mensen die de kwartaalcijfers kenden en begrepen dat deze zouden leiden tot koersdalingen tien dagen voor de officiele publicatie, op 23 april, snel hun aandelen Philips verkocht om zo het verlies te beperken.

Of zij hebben anderen getipt (hoorkennis) dat te doen. Op die maandag werden er 800.000 aandelen verhandeld, tegen bijna 400.000 stuks op de voorgaande vrijdag. Op die sprong in de omzet berust de veronderstelling van Lakeman.

Wie op zo'n manier aandelen verkoopt op 39,20 (slot 23 april) en terugkoopt op bij voorbeeld 31,20 gulden (10 mei) bespaart of verdient acht gulden per aandeel. Voor de 'extra' omzet van 400.000 aandelen is dat 3,2 miljoen gulden.

Het is niet zo waarschijnlijk dat de extra omzet geheel is toe te schrijven aan een of meer misbruikers, want de bewuste sombere maandag (Philips ontkent dat de cijfers op die dag al bekend waren) stond op de meeste beurzen in het teken van de aangekondigde omwisselingskoers voor Oostduitse marken. De koersen in Duitsland daalden niet minder dan 2,5 procent. Op zo'n dag stijgt als vanzelfsprekend de omzet in aandelen Philips, de aardappelen van het beursmenu. Een paar honderduizend stukken meer of minder op een dag, afhankelijk van de trek, is niet ongewoon.

Daarbij komt nog dat op vrijdag 20 april de april-opties waren afgelopen en dat zorgt meer dan eens voor een wat afwijkend omzetpatroon op de effectenbeurs. Het extra aanbod op de effectenbeurs lijkt eerder voort te komen uit de omzet in put-opties op de optiebeurs. Daar gingen 5200 puts Philips tegen 3200 calls om. De put juli 37,50 was met 1917 contracten de meest verhandelde optie. In de put juli 40 bedroeg de omzet 1650 contracten.

De koper van zo'n put-optie heeft het recht om aandelen Philips te verkopen op de uitoefenprijs van de optie: respectievelijk 37,50 en 40 gulden. De meeste put-kopers hebben geen aandelen, maar hopen dat de koers van Philips flink daalt, omdat hun opties dan meer waard zijn en met winst kunnen worden verkocht. Speculatieve oogmerken dus.

De schrijver van de genoemde puts heeft de plicht de aandelen te kopen (als het zover komt) op de uitoefenprijs van de optie, 37,50 of 40 gulden. Is die schrijver een beroepshandelaar, dat is meestal de tegenpartij van een belegger, dan zal hij die plicht afdekken door de aandelen (die eventueel te zijner tijd moeten worden gekocht) vast te verkopen op de beurs. In beurstaal: short gaan.

Een handelaar gaat niet voor iedere geschreven put-optie 100 aandelen short, maar een bepaald gedeelte. Stel dat op maandag 23 april beleggers alle 5200 put-opties kochten (dat doen ze meestal als de koersen dalen), handelaren puts schreven en hun verplichtingen voor de helft afdekten door het verkopen van 260 duizend (50 procent van 5200 maal 100) aandelen, dan is de extra omzet voor een deel verklaard.

De bewering van Lakeman lijkt dus onjuist. Wie andere mensen wil laten profiteren van voorkennis, kan hun beter aanraden put-opties te kopen dan aandelen te verkopen die lang niet iedereen heeft.