Oud en nieuw

DE LIJN WORDT doorgetrokken. De ene week meldt de Amerikaanse president dat hij afziet van de modernisering van kernwapens voor de korte afstand in Europa, de andere week bepleiten de ministers van defensie van enkele NAVO-landen de eenzijdige terugtrekking van denucleaire artillerie uit het continent. Een logisch gevolg van de veranderingen in Europa. De onmiddellijke dreiging uit het Oosten is weggevallen en de bewoners van DDR, Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije willen deelnemen aan de welvaart en de democratie van het Westen. Wapens waarvoor geen doel meer bestaat, kunnen gevoeglijk worden weggehaald.

Zijn alle gevaren verdwenen? Neen, klinkt het antwoord. Maar vervolgens ontstaat de verwarring. Van West naar Oost: schuilt er op lange termijn een gevaar in de Duitse eenheid, schuilt er op niet zo lange termijn een gevaar in het herlevende nationalisme in Oost-Europa, wat zouden de gevolgen zijn van een vergruizing van de Sovjet-Unie, wat van een hardhandige handhaving van haar eenheid, wat betekent het feit dat de Sovjet-Unie, of in een gewijzigde constellatie Rusland, een strategische macht van de eerste orde is en voorlopig blijft, zijn wanhoopsdaden van deze en gene voorstelbaar? Niet iedereen stelt dezelfde vragen, met antwoorden moet nog worden begonnen.

Er is voldoende reden om vast te houden aan de veiligheidsstructuur zoals die in het Atlantische Verdrag is neergelegd: de Westelijke democratieen beloven elkaar bijstand in het uur van gevaar, de opdracht die de Tweede Wereldoorlog en de stalinistische expansie hun had verstrekt. Maar dit hoeft niet te betekenen dat de middelen daartoe voor alle tijden zijn gegeven. Een discussie daarover betekent niet een ondermijning van de doelstelling zonder meer. Integendeel, zodra de beschikbare middelen niet meer zouden passen op de omstandigheden, leveren zijzelf een risico voor de doelstelling op.

In de praktijk betekent dit dat niet zonder meer moet worden overgestapt op de produktie en de ontplooiing van nieuwe typen 'tactische' kernwapens, bijvoorbeeld TASM, een in ontwikkeling genomen raket die, door vliegtuigen afgevuurd, het grondgebied van de Sovjet-Unie moet kunnen bereiken zonder dat de toestellen zich in de onmiddellijke gevarenzone behoeven te begeven. De Atlantische diplomatie hult zich hierover zoveel mogelijk in stilzwijgen, maar desondanks is het niet onbekend dat in de Bondsrepubliek een zekere politieke nervositeit is ontstaan. Aan een nieuw 'kruisrakettendebat' bestaat daar geen behoefte. Men heeft andere zorgen aan het hoofd.

OP AANRADEN van de Amerikaanse president zal de NAVO deze zomer een topconferentie wijden aan de nieuwe omstandigheden in Europa. Daar zal de wens aan de orde komen dat de NAVO zich vooral op haar 'politieke' taak zal richten. Van het grootste belang daarbij is hoe de relatie van het verenigde Duitsland tot de Alliantie eruit zal zien, hoe de onderhandelingen over inkrimping van de arsenalen in Europa verder zullen worden gevoerd en welke rol er is weggelegd voor de Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking.

Men zou zichzelf misleiden indien men zou menen dat de introductie van nieuwe kernwapens in West-Europa buiten de voorgenomen overleg- en onderhandelingscircuits en buiten de openbaarheid zou kunnen worden gehouden.